We moeten de daders ons vrouwbeeld bijbrengen

Henriette Reker De burgemeester van Keulen overleefde vorig jaar een aanslag. Kort daarna werd haar stad opgeschrikt door een massa-aanranding. Bang is ze niet geworden. „We komen er nu achter dat we een deel van onze welvaart moeten afstaan.”

foto Henning Kaiser/AP

Twee grote drama’s heeft Henriette Reker het hoofd moeten bieden in amper zes maanden tijd. In oktober overleefde zij ternauwernood een moordaanslag, toen ze werd neergestoken tijdens de verkiezingscampagne voor het burgemeesterschap van Keulen. Een dag later, terwijl ze in coma lag, won ze de verkiezingen.

Kort na haar installatie voltrok zich een nieuw drama. Ruim duizend vrouwen werden in ‘haar’ stad betast, geïntimideerd en beroofd op oudejaarsavond door groepjes mannen van buitenlandse komaf. Die gebeurtenissen zorgden voor emotionele reacties in Duitsland en de rest van de wereld. Het vluchtelingendebat staat sindsdien op scherp.

Henriette Reker (59), de frêle vrouw te midden van die stormen, lijkt ongebroken. In een gesprek over wat haar en de stad is overkomen toont de Oberbürgermeisterin dezelfde gedrevenheid waarmee ze de afgelopen vijf jaar als locoburgemeester van Keulen bekendheid verwierf. De missie die zij toen had drijft haar nog steeds: de opvang en integratie van vluchtelingen in goede banen leiden.

„Ik heb altijd een grote afkeer gehad van vijandige uitspraken over buitenlanders. Maar nu kan ik ze helemáál niet meer verdragen”, antwoordt Reker op de vraag of de felle toon van het debat in Duitsland de aanslag op haar in de hand heeft gewerkt. In het Keulse Rathaus buigt zij zich over haar werktafel, haar ogen flikkeren. „Je ziet waar woorden toe kunnen leiden. Het begint met spreekkoren. Dan wordt de opwinding zó groot dat het uit de hand loopt. De politiek moet zich actief teweerstellen tegen degenen die stelling nemen tegen buitenlanders.”

Dat er in India op vrouwen wordt gejaagd weten we. Maar in Duitsland? Dat had niemand verwacht.

In haar moderne werkkamer is het stadsgewoel ver weg. Door de grote glazen wand dringt nauwelijks geluid van buiten door. Heeft de burgemeester wel genoeg voeling met wat er leeft onder de bevolking? Ze vraagt het zichzelf ook af, en organiseerde een reeks discussieavonden met burgers, in de grote hal beneden. „Net als Ahmed Aboutaleb in onze zusterstad Rotterdam. Aboutaleb gaat de wijken in om contact met zijn bevolking te maken. De volgende dag bericht hij erover op de radio. Ongelooflijk goed.”

Niet alle Keulenaren zijn blij met de missie van Reker. In de omgeving van het stadhuis met zijn renaissancegevel morren voorbijgangers dat „Frau Reker” alleen oog heeft voor migranten. Autochtone stadgenoten zonder huis of baan zou ze in de kou laten staan.

Reker is niet verrast over de kritiek – „ook zíj hebben het zwaar” – maar zegt in één adem dat het gaat om „een belangenafweging”. Vluchtelingen hebben een dak boven hun hoofd nodig. Einde discussie.

Vorige week begon het proces tegen de man die Reker in oktober op een markt in Keulen met een jachtmes in haar hals stak. Bij zijn arrestatie zei Frank S. dat hij over twintig jaar niet in een land wil wonen waar de islam domineert. Hij had Reker willen doden om „Duitsland en de politie een dienst te bewijzen”. Reker heeft zich voorgenomen er niet over uit te wijden. Met haar gezondheid gaat het goed.

„Als je meemaakt wat ik heb meegemaakt, kan je altijd het slachtoffer van ‘die aanslag’ blijven. Dan kom je er ook niet meer vanaf.” Om die reden neemt zij geen deel aan de rechtszaak. Ze zal één keer getuigen. „Daarna is het voor mij afgehandeld. Ik zit hier om vorm te geven aan de toekomst van Keulen. Niet om steeds terug te denken aan een aanslag die een half jaar achter ons ligt en die ik zonder al te grote schade heb doorstaan.”

Toch moet de aanslag u hebben aangegrepen.

„Het was gruwelijk, maar ik ben er niet langdurig door verlamd geraakt. Ik heb veel geluk gehad [Het mes doorboorde haar luchtpijp]. Door die aanslag kan ik mij voorstellen wat de meisjes en vrouwen hebben doorgemaakt” – zo brengt Reker het gesprek zelf op de gebeurtenissen op oudejaarsavond.

Is de stad veranderd door de massa-aanranding?

„De inwoners van Keulen waren verbijsterd over wat er is gebeurd. De stad is trots dat 180 nationaliteiten hier vreedzaam samenleven. De vrouwen die zijn aangevallen moeten verder leven met wat hen is overkomen. Dát is veranderd. En dát houdt mij het meeste bezig. Wie met geweld te maken krijgt, wordt van subject óbject. Dat is gruwelijk.”

Toch hebben Keulenaren volgens Reker nog dezelfde basishouding: vreemdelingen zijn welkom. Goed, zegt zij, er zijn ook inwoners die hun zorgen over de vluchtelingenstroom uitspreken, maar dat juicht zij alleen maar toe. „Als mensen hun zorgen niet uitspreken, kunnen we problemen ook niet oplossen.”

Om die zorgen weg te nemen heeft Reker een aantal maatregelen doorgevoerd. Er werd een mobiele politiepost op het stationsplein ingericht. Er kwam meer personeel voor ordehandhaving. Er wordt vaker veiligheidsoverleg gevoerd zodat verdachten sneller voor de rechter komen. Keulen doet meer aan preventie.

Wanneer drong de ernst van de gebeurtenissen tot u door?

Veel van de mannen zullen niet bestraft worden. Dat is niet mooi, maar het is wel de realiteit.

„Ik heb de jaarwisseling thuis gevierd. De volgende dag bleef het stil. Op 2 januari las ik in de krant dat de viering rustig was verlopen. De politie had ‘een deel van het stationsplein schoongeveegd’, werd in een klein bericht gemeld.”

Die dag werd Reker door politiechef Wolfgang Albers gebeld. Hij vertelde haar dat er ‘een klein aantal’ delicten was gepleegd tijdens de jaarwisseling. „Inmiddels weten we dat het er meer dan duizend waren”, zucht Reker. „In zeker vijfhonderd gevallen gaat het om seksuele delicten.”

In de dagen erna kreeg Albers een storm van kritiek over zich heen. Thomas de Maizière, de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, laakte publiekelijk zijn laconieke houding over de massale delicten. Albers zou de ernst van de situatie niet goed hebben ingeschat. Op 8 januari legde hij zijn functie neer.

Bijna vier maanden na de gebeurtenissen op het Keulse stationsplein is nog altijd niet geheel duidelijk wat er die avond is gebeurd. Vrouwen werden massaal door groepjes mannen omsingeld, hun borsten, billen en vagina’s werden betast, ze werden uitgescholden en bestolen. Sommigen van hen spreken van ‘flashmobs’. In de overvolle stationshal stonden mensen zo dicht op elkaar gedrukt, dat ingesloten vrouwen geen kant op konden.

Of de Noord-Afrikaanse mannen hun daden coördineerden? „We kunnen dat niet met zekerheid stellen”, zei Jürgen Mathies, de nieuwe politiechef, vorige maand in een gesprek met deze krant.

De oproepen op Facebook, eind vorig jaar, om naar Keulen te komen voor ‘een groot feest’, moeten volgens Reker letterlijk worden opgevat. „Er werd niet opgeroepen om gezamenlijk strafbare feiten te plegen. Dat heeft Mathies gisteren nog eens tegen me herhaald. Niets wijst volgens hem op het tegendeel.”

De gebeurtenissen markeerden een keerpunt in het Duitse vluchtelingendebat.

„Ja. In zoverre dat iedereen nu beseft dat immigratie een belangrijk thema is. En dat integratie zich niet op miraculeuze wijze voltrekt zonder financiële investeringen. De mannen die met Oudjaar handtastelijk werden, hebben een ander vrouwbeeld. Een vrouwbeeld dat veertig jaar geleden in Duitsland wijdverbreid was. Als achttienjarige kreeg ik ook geregeld een klap op mijn kont.”

Veel mensen, vooral vrouwen, zijn bang dat de klok wordt teruggedraaid.

„Het is onze taak deze mensen…” – Reker maakt haar zin niet af. „Veel verdachten waren nog niet lang in Duitsland. Wij moeten hun ons vrouwbeeld bijbrengen.”

Hoe stelt u zich dat voor?

„Vluchtelingen moeten niet alleen snel de Duitse taal leren. Bij inburgeringscursussen moeten zij ook leren hoe zij zich gedragen in onze samenleving.”

Intussen zeggen veel vrouwen: ik ga niet meer zonder pepperspray van huis. Velen meldden zich aan voor zelfverdedigingscursussen in uw stad.

„Dat was vooral de eerste dagen zo. Vrouwen in Keulen maken weer gebruik van het openbaar vervoer. Met mooi weer vieren ze ’s avonds hun bachelor parties. Het stof is neergedaald.”

U bespeurt geen angst meer?

Met mijn advies om agressieve mannen ‘op een armlengte afstand’ te houden deed ik slachtoffers geen recht

„De politie is effectiever en zichtbaarder. De criminaliteit daalt. Door verbeterd videotoezicht blijven beelden na een delict niet dagenlang meer liggen.”

Politiechef Mathies zei in deze krant: ik kan alleen hopen dat het niet opnieuw gebeurt.

Reker kijkt verbaasd. „Met hoop kom je in deze kwestie niet veel verder. En zo kan Mathies het ook niet bedoeld hebben. Hij heeft laten zien dat hij er alles aan doet om herhaling te voorkomen. Zijn eis voor meer personeel werd gehonoreerd. Die eis werd eerder ook gesteld, maar niet ingewilligd.”

Hadden de gebeurtenissen voorkomen kunnen worden?

„Dat er in India op vrouwen wordt gejaagd dat weten we, maar in Duitsland? Dat had niemand verwacht, ook de politie niet. Deze vorm van criminaliteit – op deze schaal – had Duitsland niet eerder meegemaakt.”

Het was al langer bekend dat Keulen last heeft van delinquente jonge Noord-Afrikaanse mannen.

„Ja, maar dat was meer kleine criminaliteit: tassenroof, mobieltjes stelen…”

Met integratie had het niets te maken?

„Veel van de verdachten van Oudjaar komen niet uit Keulen.”

Aanvankelijk bestond de indruk dat het om vluchtelingen ging. Een pijnlijk misverstand?

„Men ging af op het uiterlijk van de mannen, want meer had men niet om op af te gaan. Maar iemands uiterlijk zegt niets over zijn status.”

Een van de verdachten zou hebben geroepen dat Angela Merkel hem had uitgenodigd.

Fel gesticulerend neemt Reker, zelf partijloos, het op voor de bondskanselier. „Mevrouw Merkel heeft niemand uitgenodigd. Die hele discussie dat er een bovengrens gesteld moet worden aan het aantal vluchtelingen vind ik onzinnig. In Duitsland bestaat een grondrecht op asiel. En op dat grondrecht kan iedereen aanspraak maken. Dan kun je toch niet zeggen: het mogen er maar honderdduizend per jaar zijn? Of driehonderdduizend?

„Met haar ‘Wir schaffen das’ wilde Merkel haar landgenoten oproepen de uitdaging aan te gaan. Dat is beter dan wanhopig de handen voor het gezicht te slaan: God-oh-God, wat moeten we nou?”

Westerse landen zullen met de nieuwe feiten moeten leren leven, zegt Reker. „We komen er nu achter dat we een deel van onze welvaart moeten afstaan. Die welvaart hebben we verworven door in de hele wereld goede zaken te doen, zonder acht te slaan op de negatieve gevolgen voor lokale bevolkingen. Nu komen die mensen hierheen en zullen we een deel moeten teruggeven.

„En let wel, we hebben het in Keulen maar over één procent vluchtelingen op een miljoenenbevolking. Alleen scholieren en sportverenigingen hebben er tot nu toe iets van gemerkt, omdat sporthallen en gymnastiekzalen werden omgebouwd tot asielzoekerscentra.”

Je hoort politici niet vaak zeggen: we moeten een deel van onze welvaart opgeven, want…

„Maar we hóeven onze welvaart helemaal niet op te geven” – Reker veert op. „Onze welvaart is zó groot! Ik vergelijk het wel eens met de Duitse hereniging. Die werd voor een groot deel gefinancierd door een solidariteitsheffing.”

Reker heeft makkelijker praten dan haar jongere collega’s, erkent ze. Zij staat niet meer aan het begin van haar carrière. „Ik vind dat je als politicus niet alleen dingen moet zeggen die je herverkiezing ten goede komen. Politici mogen hun ogen niet sluiten voor problemen omdat er toevallig verkiezingen aankomen. Zo kan je toch geen politiek bedrijven?”

Politiek is een kwestie van goed nadenken en je hart volgen, lijkt Rekers stelregel. En ja, dan worden soms fouten gemaakt. Zoals haar veel bekritiseerde uitspraak dat vrouwen agressieve mannen ‘op een armlengte afstand’ moeten houden? Reker knikt. „Daarmee heb ik de slachtoffers van oudjaarsavond geen recht gedaan, en mezelf ook niet.”

Haar woorden, op een persconferentie, werden uit hun verband gerukt, zegt ze. Het was een algemene tip, de timing was ongelukkig. „Maar misschien wilde ik voor mezelf ook de illusie in stand houden dat je als vrouw in zulke benarde situaties toch nog een restje weerstand kan bieden.”

Veel van de aangerande vrouwen zijn bang dat de daders niet vervolgd worden. Wat zegt u tegen hen?

„De veiligheid in Keulen is merkbaar verbeterd. Maar de politie heeft grote moeite om de mannen op te sporen. De videobeelden zijn van slechte kwaliteit. Veel van de mannen zullen niet bestraft worden, omdat de delicten niet bewezen kunnen worden. En ook als ze wél bewezen kunnen worden, zullen velen vrijuit gaan omdat alleen zware vormen van aanranding onder het Duitse strafrecht vallen.”

Dat moeten de slachtoffers accepteren?

„Dat is niet mooi, maar het is wel de realiteit.”