Wat er moet staan in het regeerakkoord

Op en rond het Binnenhof sorteren de sociaal-economische nerds al een tijdje voor op het regeerakkoord van een nieuw kabinet. Dat is snel, er zijn toch pas over een jaar verkiezingen, denkt u wellicht, maar zo gaat het altijd. De verkiezingsprogramma’s worden nu geschreven. Binnen een jaar moet er een nieuw kabinet geformeerd worden en de polderaars, de lobbyisten, de adviseurs en de meedenkers leggen alvast hun voorzet op tafel. Welk nieuw beleid moet er komen?

Nou, dat is nogal wat. U dacht dat Rutte II een kabinet was dat ongekend veel sociale regelingen overhoop haalde – en dat klopt (de pensioenleeftijd, de hypotheekrenteaftrek, de AWBZ, het ontslagrecht, rechten van flexwerkers, de WW). Maar als ik de ‘adviezen’ lees, zijn de hervormingen van Rutte II kinderspel. Het hele stelsel van fiscale, economische en sociale regelingen moet overhoop. De mannen en vrouwen van de tekentafel, degenen die niet naar de zaaltjes met woedende achterban hoeven, bepleiten veranderingen waar ongeveer elke politicus acute buikkramp van krijgt. Uit de werkstukken van onder andere De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau van afgelopen jaar haal ik drie grote kwesties.

1Werknemers en zzp’ers. Veel partijen in de Tweede Kamer zien het als een probleem: de snelle groei van het aantal zelfstandigen, of beter zzp’ers. Zij kiezen er óf bewust voor uit het keurslijf van sociale regelingen te stappen waarin een werknemer in loondienst zit, óf ze doen dat noodgedwongen omdat ze geen vast contract meer krijgen. Een oorzaak van deze trend: de lage belastingdruk, zowel voor de zzp’ers zelf als voor het bedrijf dat hen inhuurt. Een werkgroep van ambtenaren concludeerde vorig jaar dat werknemers in loondienst en zzp’ers erg op elkaar lijken en ten onrechte zeer verschillend worden behandeld. Ten onrechte beschermt de overheid sterke werknemers in loondienst riant en zwakke zelfstandigen nauwelijks. Advies was de belastingdruk op werknemers te verlagen en die op zelfstandigen te verhogen. En om weinig verdienende zelfstandigen meer te beschermen en goed verdienende werknemers minder.

2 Pensioen. Al jaren bakkeleien kabinetten over een hervorming van het pensioenstelsel omdat iedereen wel ziet dat het stelsel door de pensioenkortingen de laatste jaren voor onrust zorgde. Het stelsel is nadelig voor werknemers die na hun veertigste zzp’er worden. Er is weinig keuzevrijheid terwijl de risico’s (geld tekort) steeds minder bij werkgevers en steeds meer bij werknemers zijn komen te liggen. Dat kan moderner.

3 Vermogen en schulden. Nederland werd relatief hard geraakt door de financiële crisis van 2008, toonden DNB en CPB aan. Ze zochten ook uit waarom. Door de hypotheekrenteaftrek en verplicht pensioensparen hebben wij Nederlanders veel van ons vermogen vast zitten, in stenen en in de pensioenpot. We hebben hoge hypotheekschulden en sparen relatief weinig op onze bankrekeningen. Het gevolg: we kunnen een recessie minder goed opvangen dan bijvoorbeeld Duitsers en Belgen. Wij moeten direct minder consumeren. Dat geeft de economie een extra klap. Het zou dus verstandig zijn ons vermogen meer vrij te laten, en minder de opbouw van vermogen via huizen en pensioenen te stimuleren.

Ik zei al: dat is nogal wat. Opnieuw morrelen aan de hypotheekrenteaftrek, het pensioenstelsel verbouwen, een radicale verandering van het belastingstelsel en de sociale zekerheid: welke partij heeft daar zin in? Welke kiezer loopt er warm voor? Mijn gok: niemand.