Column

Vrijheid

Goed nieuws voor iedereen: in Nederland, ons Nederland, het Nederland van jou en mij, heerst zowat de totale persvrijheid – althans volgens de onderzoeksgroep Reporters Sans Frontières. Die heeft een rangorde gepubliceerd: Nederland staat op de tweede plaats. Eritrea sluit de rijen op plaats 180. Overal ter wereld, stelt de organisatie, staat de persvrijheid onder druk. In veel landen heerst „een angstklimaat, gecombineerd met een toenemende controle van overheden en de private sector op nieuwsredacties.”

Turkije staat op 151. Die 149 plaatsen verschil in vrijheid kwam de afgelopen week opnieuw schrijnend aan het licht, toen het Turks consulaat in Rotterdam een e-mail naar Turkse organisaties deed uitgaan, waarin als gevolg van de affaire Böhmermann gevraagd werd beledigingen aan het adres van „Erdogan, Turkije en het Turkse volk” te melden – beledigingen via „Facebook, Twitter of e-mail”.

Die mail lekte uit en toen de verontwaardiging losbarstte – in de politiek, maar ook in enkele Turks-Nederlandse organisaties – krabbelde het consulaat schielijk terug. Die mail berustte op een misverstand, echt, een medewerker had zich ongelukkig uitgedrukt, er was niets kwaads mee bedoeld, blablabla.

Leuk geprobeerd, niemand die het gelooft. In de reacties op dit incident, net als eerder in de affaire Böhmermann, ging het vooral over vrijheid van meningsuiting als principe; in een democratie moet je tegen een stootje kunnen. Als je vindt dat er grenzen zijn overtreden, wordt er steeds gezegd, stap je maar naar de rechter. Dat is overigens precies wat Erdogan in Duitsland heeft gedaan, aangezien er nog een beschimmelde wet ligt die het beledigen van een bevriend staatshoofd verbiedt.

Als antwoord op de aangifte tegen Böhmermann haastten cabaretiers en satirici zich om Erdogan nog meer te beledigen, dat zou hem leren. Hier moest een principe verdedigd worden, het recht op belediging. Geitenneuker, jongenshoertje, wen er maar aan.

Ik heb geen medelijden met Erdogan. Onder hem is Turkije een gevaarlijke weg ingeslagen, en ook de verbeten pogingen om Turkse Nederlanders in het Turkse gareel te houden zijn onverkwikkelijk. Maar ik heb niet de behoefte om de Turkse president à la cabaretier Hans Teeuwen voor jongenshoer uit te maken – niet omdat het niet gezegd mag worden, niet omdat het een lege belediging is, niet omdat ik vind dat je de vrijheid van meningsuiting niet met provocaties moet verdedigen, maar omdat ik simpelweg denk dat Erdogan zulke uitgelaten reflexen stiekem in dank aanvaardt. Het is koren op zijn molen.

Erdogans dictatoriale lichtgeraaktheid is immers niets anders dan een machtsmiddel. Het nieuwe nationalisme dat overal de kop opsteekt, moet het hebben van een aanhoudende staat van gekrenktheid – zie je wel, ze zijn tegen ons, ze moeten altijd alleen ons hebben. Vrijheid van meningsuiting en de rechtstaat, het zal allemaal wel, maar daaronder sluimert een diepe haat - tegen ons; moeten we dat zomaar pikken? Dát is het sentiment dat Erdogan consequent tracht te mobiliseren– en ja hoor, inmiddels heeft een Turks-Nederlandse advocaat opgeroepen aangifte tegen Teeuwen te doen. Zucht.

Iedereen steeds een beetje bozer, iedereen steeds een beetje verder uit elkaar, Turkse Nederlanders steeds een beetje Turkser, Nederlandse Nederlanders steeds feller Nederlands – en dát is precies de opzet.

Trap er niet in. Verdedig de rechtsstaat ongenaakbaar, niet met verontwaardiging.

Gevoelens van permanente gekrenktheid worden overal aangemoedigd, het is het politieke instrument van de autocraat bij uitstek, het groeihormoon van de identiteitspolitiek – in het Amerika van Trump, in het Rusland van Poetin, het Turkije van Erdogan in het Vlaanderen van het Vlaams Belang, en in het Nederland van de PVV (vorige maand nog probeerde Geert Wilders eigenhandig hoogleraar Paul Frissen vanwege zijn ongezouten mening over hem te laten ontslaan). Wat hebben we aan de rechtsstaat, als de rechtsstaat ons niet beschermt tegen de haat?

In Nederland loopt, laat de monitor van RSF mooi zien, de vrijheid van meningsuiting vooralsnog geen gevaar. Hoera. De actie van het Turkse consulaat explodeerde in het eigen gezicht. Maar hoewel je hier nog steeds zowat alles mag zeggen, vinden wel steeds minder mensen het fijn dat je alles zomaar mag zeggen – tegen hen. Die groeiende verontwaardiging bedreigt volgens mij niet de vrijheid van meningsuiting, maar het weefsel van de samenleving. Dat is een groter gevaar.