Column

Shangri-la

©

Meteen na de dood van Prince twitterde Geer van Goor: Prince een groot artiest en legende overleden. Ik zal nooit vergeten dat hij ooit aanwezig was bij een optreden van mij in Amsterdam. Ik vrees dat Prince dat ook nooit is vergeten. Sterker nog: misschien heeft deze herinnering zijn dood wel bespoedigd. Iedereen heeft dat toch? Dat je je opeens iets heel ergs herinnert. Iets onvoorstelbaar gênants dat je diep had weggestopt. Dat je, terwijl je aan zo’n voorval denkt, spontaan begint te blozen. Gewoon in je eentje. En zo’n emotie kan op je grieperige hart slaan.

Ik vrees dat Prince donderdag in de lift van zijn imposante paleis stond en dat er muzikaal behang uit het liftspeakertje kwam. Van die Hiltonhotelbagger. Foutje van een domme stagiair, die geen idee had bij welke levende legende hij een paar weken mee mocht lopen. Opeens klonk Shangri-la door de veel te kleine ruimte. Dat is Geer zijn internationale hit uit zijn klootloze periode. Tot in Bangkok wordt dat nummer nog regelmatig gedraaid. De tikje claustrofobische wereldster werd door het nummer overvallen en heeft zijn handen nog voor zijn oren gehouden. Misschien heeft hij met zijn broze hoofd op de wanden van de lift gebonkt en is hij er keihard zijn eigen Raspberry Beret a capella tegenin gaan brullen. Zal hij in paniek de alarmknop nog hebben ingedrukt? Daarna is hij in elkaar gezakt en redelijk snel overleden. We mogen het de stagiair niet kwalijk nemen. Geer wel.

Donderdagavond las ik op de terugweg van een voorzichtige voorstelling in het oosten van ons land alles wat er over de overleden wereldster te lezen viel. Dat hij honderd miljoen albums heeft verkocht, dat hij een onstuitbare productie had, dat hij zich telkens vernieuwde, dat hij een moeizame relatie met Michael Jackson had, dat hij Jehova’s Getuige was, dat hij een doodgeboren kind had en dat hij zes dagen geleden nog een noodlanding had gemaakt om zich met spoed in een ziekenhuis te laten nakijken. Men had niets gevonden. Misschien was hij wel in het Hilversumse Ter Gooi Ziekenhuis geweest! Hongerig nam ik alle informatie tot me en werd weer onstuimig vrolijk van de meningendiarree van allerhande tragische types, die zelf af en toe in een bandje met een gitaar staan te haspelen en die dan op Twitter melden dat Prince in hun ogen overschat is. Wat zijn mensen toch lief!

Ondertussen schalde in mijn auto hit na hit na hit en heel even stond ik weer in de fameuze Amsterdamse studentendiscotheek Dansen bij Jansen. En ik mijmerde over de meedogenloze kaalslag van de laatste maanden. Bowie, Cruijff en nu de kleine geweldenaar, die dus ooit naar een concert van Gerard Joling is geweest.

Welk concert van Geer zal Prince hebben bijgewoond? De Toppers? Grappige gedachte.

’s Nachts droomde ik over Prince als Jehova’s Getuige. Hij kwam met een Wachttoren aan mijn deur. Een verademing. Normaal komen er namelijk altijd van die bibberende sneuneuzen langs. Van die schichtige idioten die scheel staan te stotteren over het einde der tijden dat onherroepelijk is. Maar in mijn droom kwam Prince dus langs. Ik liet hem uiteraard binnen, luisterde geduldig naar zijn zacht uitgesproken boodschap, bewonderde onderhand zijn kledingkeuze, dacht na over wat hij zei over tijd, leeftijd, de tijd dat je leeft en dat je nooit om moet kijken, maar altijd vooruit. Hij vond zelf ook dat hij zich tijdens zijn leven af en toe behoorlijk kinderachtig had aangesteld, maar dat hoorde nou eenmaal bij popsterren en daar stond toch een hoop moois tegenover? Dat vond hij zelf. Ik durfde niet over zijn missers te beginnen. Hij ook niet. Hij begon over God, de schepper van hemel en aarde en dat zijn enige doel was om bij Hem te komen. Ik vroeg hem of in zo’n geval een overdosis een goed idee was. Dat bespoedigt de tocht naar je uiteindelijke bestemming. Prince zweeg en keek dromerig voor zich uit. En toen gebeurde het. His Royal Badness zag mijn piano en vroeg of hij heel even mocht spelen. Ik was vereerd. Met een goddelijke glimlach zette hij zich achter het klavier, sloot zijn ogen en streelde de toetsen. Wat hij speelde en zong laat zich raden. Het prachtige, ontroerende, betoverende, onnavolgbare, niet stuk te krijgen Shangri-la.