Ombudsman

Lezers die online reageren? De volumeknop gaat omlaag

Een dresscode voor ombudsmannen? Dus voor functionarissen die hooguit in de spiegel kijken om te zien of zich achter hun rug alweer een nieuwe klacht aandient? Toch was het zo, op de jaarlijkse conferentie van de Organization of News Ombudsmen (ONO) deze week in Buenos Aires: graag casual chic komen.

Gelukkig was de praktijk, zoals altijd, weerbarstiger, of: nonchalant chic. Want een buitenstaander zou zich hebben verbaasd over de ambivalentie, om niet te zeggen schizofrenie tussen de continenten. Terwijl de Latijns-Amerikaanse sprekers in lange, abstracte monologen hamerden op „communicatie” als „mensenrecht” en op de plicht van de media om de massa’s en nationale minderheden een stem te geven, braken de Europese delegaties zich eerder het hoofd over de vraag hoe ze de ontketende massa online juist weer een beetje buiten de deur kunnen houden, of ten minste beter kunnen reguleren.

Het verschil in politieke en sociale context tussen de continenten is dan ook frappant. Neem de gastvrouw, Cynthia Ottaviano, de Argentijnse Defensora del Publicó de Communicación Audiovisual, een functie die wettelijk is ingesteld door de vorige, linkse regering. Zij is geen onafhankelijke ombudsvrouw, maar een ambtenaar, belast met het bevorderen – veel sancties heeft ze niet – van de vertegenwoordiging van vrouwen en minderheden in de media. Uiteraard is dat politiek: „Media zijn een instrument in de strijd tegen geweld en onderdrukking”, zegt zij.

Haar beschouwing op vele congressen, ook deze, is een verpletterende opsomming van numerieke wapenfeiten: sinds haar benoeming in 2014 heeft ze 20.000 mensen getraind door heel het land, maar liefst negen regionale massabijeenkomsten gehouden, 600 sprekers het woord laten voeren op radio en tv, in panels met 2.420 deelnemers. Haar kantoor maakt overigens ook rugzakjes, kalenders, agenda's en buttons.

Het is een opsomming die even imposant als onmachtig kan klinken. Na de verkiezingen van vorig jaar waait in Argentinië een heel andere, neoliberale politieke wind, die de Defensoria onverhoopt uit koers dreigt te blazen.

Of neem de Mexicaan Gerardo Albarrán de Alba, de eerste ombudsman van een commercieel radiostation in zijn land. Zijn litanie over moord en doodslag, ook op journalisten, is huiveringwekkend. Weer cijfers: in twaalf jaar tijd zijn in Mexico 85 journalisten vermoord en ten minste 20 verdwenen. „Sinds wij hier zijn, is dat ook gebeurd. En er zijn mogelijk mensen bij die ik ken.”

En alle Latijns-Amerikaanse afgevaardigden maken zich grote zorgen om één ding: de toenemende monopolisering en commercialisering van de media in handen van enkele machtige eigenaren of families, van Mexico tot Brazilië.

Daar steken de kopzorgen van de Europeanen wat bleekjes bij af. Ja, er wordt natuurlijk gedebatteerd over de berichtgeving over terreur en vluchtelingen, maar de temperatuur stijgt pas echt als het gaat om… reaguurders.

The Toronto Star plaatst geen reacties, om ‘de conversatie uit de goot te houden’

Niet dat dit geen serieuze kwestie is. Hoe kunnen media het ‘clubgevoel’ vergroten en hun lezers meer betrekken – niet alleen uit burgerzin, maar ook om te voorkomen dat er nog meer weglopen – zonder de sluizen open te zetten voor toetsenbordhelden die achter de computer de hooligan in zichzelf ontdekken? Steeds meer ‘mainstream media’ sluiten hun sites af voor reacties, of overwegen dat te doen.

Neem The Toronto Star. Die krant sloot de site voor reacties, om „de conversatie uit de goot te houden”. Een tikje meewarig werd vastgesteld dat online reageren „een goed bedoeld digitaal experiment was dat de verwachtingen niet heeft waargemaakt”. Hoeft ook niet meer, want iedereen kan nu op social media zijn eieren en ergernissen kwijt. Gevolg: de sites van veel media worden disproportioneel bezocht door actievoeders met als voornaamste oogmerk propaganda voor een ideologisch doel.

Wat te doen, zoals Lenin zei? De Belgische ombudsman Tom Naegels vertelde dat de software die zijn krant (De Standaard) gebruikt om ongepaste reacties eruit te vissen, niet alleen scant op scheldwoorden, maar ook op gevoelige termen als ‘islam’ of ‘moslim’. Fanatieke reageerders, weet Naegels, maken inmiddels bewust spelfouten in die woorden om door het net te glippen.

Ook hier een hard feit, en alsnog een trait d’union naar de Zuid-Amerikaanse zorgen om agressie en geweld: onderzoek van The Guardian wees uit dat artikelen van vrouwen of allochtonen online de meest agressieve reacties trekken. Dat bevestigde de ombudsman van het Canadese CBC: van de reacties daar (een miljoen per maand) wordt 10 tot 15 procent verwijderd, maar onder stukken over inheemse minderheden schiet dat omhoog naar een bloedstollende 70 procent.

Zijn conclusie: „Online reageren was bedoeld om de machtelozen een stem te geven, maar het heeft de schreeuwers ontketend.” Een krant kan reacties altijd nog beperken tot abonnees, maar wat moet een publieke omroep doen?

Naegels ziet twee opties: ofwel ermee ophouden, ofwel serieus werk maken van online discussie zoals dat ook gebeurt op opiniepagina’s – met stevige moderatie en inbreng van experts.

Dat geeft ook de hink-stap-sprong bij NRC Media weer: lang kon op nrc.nl van alles en werd pas achteraf, vaak te laat, gemodereerd. Uiteindelijk wachtten duizenden reacties tevergeefs op beoordeling. Bij de jongste vernieuwing van de site zijn alle reacties stopgezet. Inmiddels kunnen abonnees hier en daar weer iets terugzeggen, maar alleen onder opiniestukken. Zo blijft het interieur, hopelijk, een beetje heel.

Ziedaar de bandbreedte van moderne ombudslieden: van de emancipatie van minderheden die geen stem hebben naar het omlaag draaien van de online volumeknop.