Lezen? We hebben een digitaal kinderboek

Digitale kinderboeken zijn bijna een soort games: je beweegt door het verhaal en er klinkt muziek.

Een goed digitaal kinderboek is op een andere manier goed dan een boek. Want wie dacht dat een digitaal kinderboek nog zo’n beetje hetzelfde is als een boek met een batterij, een e-book waar je doorheen swipet in plaats van bladert, heeft er vermoedelijk nog nooit één gezien.

„Het begrip ‘boek’ dekt de lading niet”, zegt Klazien Brummel. Haar uitgeverij Follow a Muse is ontwikkelaar van het beste digitale kinderboek van dit moment – naar het oordeel van de jury van de Kameleon, een piepjonge prijs die deze maand voor de tweede keer is uitgereikt. De bekroonde app Romeo en Julia is een verhaal waarin de personages in de eerste plaats animaties zijn, een verhaal dat een stemacteur je voorleest en waarin muziek een bepalende rol speelt. Je kunt het, o ja, ook nog lezen. En als het verhaal uit is zijn er nog opdrachten die de lezer iets leren over de geschiedenis van Shakespeares origineel.

Waarom die app zo goed is? „Het verhaal is grafisch gezien origineel aangekleed en kan op verschillende manieren bekeken of beluisterd worden”, prijst de jury – iets wat je over een boek niet gauw zult horen. Voor kinderboekenapps gelden dan ook totaal andere kwaliteitsregels. De vakjury van de Kids Media Awards, waar de Kameleon en de Gekko (de beste kinderboekspin-off) onder vallen, koos op kwaliteit, originaliteit en uitzonderlijkheid. Maar de „compleetheid van de app, verhaallijn en bediening” gaven volgens het juryrapport de doorslag.

Productie is duur

Daar hoor je ook in dat kinderboekenapps nog in de kinderschoenen staan – lof voor de compleetheid en bediening klinkt als een compliment voor een boek dat niet uit elkaar valt.

Zo erg is het niet: er worden in Nederland jaarlijks enkele tientallen apps gemaakt die prima functioneren, al zijn bij veel digitale kinderboeken de mogelijkheden beperkt. Maar er zijn nog steeds veel minder apps dan boeken, de ontwikkeling is pas een paar jaar op gang. De productie van een app is duur, niet zo eenvoudig als die van een boek, en eraan verdienen is nog nauwelijks mogelijk.

De verschillen tussen de apps zijn groot, vertelt juryvoorzitter Koen Rotteveel. „We vonden het een zwaktebod als een digitaal kinderboek niet veel meer was dan een digitale versie van de papieren bladzijden. Apps bieden veel meer mogelijkheden, dus zijn ze het interessantst als ze de structuur van het boek loslaten.”

Niet helemaal, trouwens. Een eis aan een goed digitaal kinderboek is wel dat het verhaal voorop staat, vindt Bram de Goeij van StoryBasedMedia, de ontwikkelaar van de app Per ongelukt! die de Gekko won. Dat bedrijfje maakte de winnende spin-off, dat afgeleid was van het Kinderboekenweekgeschenk van vorig jaar. Schrijver Simon van der Geest schreef speciaal een nieuw verhaal over zijn personages. Daarmee ging De Goeij aan de slag: „Alles moet in samenhang werken: het beeld, het geluid, het verhaal, de interactie. Het maken van een app is daardoor een beetje alsof je een scenario schrijft: je denkt na over wat je vertelt in beeld en geluid, en wat in tekst.”

Dat verschilt weer niet zo gek veel van het maken van een prentenboek, dat het beste wordt wanneer de tekst niet precies vertelt wat er ook al in de illustraties te zien is. Maar De Goeij somt op wat er bij zo’n app-ontwerp allemaal komt kijken: bewegende beelden, animaties, de dosering van de tekst, de muziek, geluidseffecten. „En het tempo van het verhaal. Hoe je het opbouwt bepaalt hoe een lezer door het verhaal heen gaat. Je wilt niet dat het een filmpje wordt, daar wordt je lezer lui van.”

Controle over het tempo

In de app Per ongelukt! betreed je bijvoorbeeld bij nacht de gang van een museum, waar hoofdpersoon Ro (door wiens ogen je kijkt) ongezien moet blijven. Er klinkt een krakend gepiep, maar waar dat vandaan komt is nog onduidelijk. Dat blijkt pas als je verder leest, verder scrolt door het verhaal en zo voortbeweegt door de ruimte.

De Goeij: „We wilden de verbeelding zo prikkelen dat je nog meer in het verhaal getrokken wordt dan je alleen met woorden kunt doen. En het is interactief. Niet zo interactief als een game, want het is een lineair verhaal, maar je hebt zelf de controle over de snelheid van de vertelling.”

Bijna een game – een interactief kinderboek neigt naar een filmpje of een game, meer dan naar een boek. Zo denkt ook Klazien Brummel van Follow a Muse erover, die het digitale kinderboek Romeo en Julia ontwikkelde. „We werkten daarbij niet vanuit het klassieke idee van auteurschap, dus van een bestaand verhaal van een schrijver. Het was vanaf het begin een multimediaproduct, en de productie daarvan lijkt bijna op een website of een documentaire. Daarvoor moet je met heel verschillende disciplines om de tafel gaan zitten: schrijvers, illustratoren, maar ook animatoren, digitale developers.” De app is ontstaan uit een opdracht van het Concertgebouworkest, die de muziek van Prokofjev uitvoerde, waardoor er ook veel aandacht voor de muziek was. Brummel: „Je wilt niet weten hoezeer wij het orkest hebben moeten overtuigen. Wij dachten veel meer in scènes, zij in muziek.”

Wat is beter? En moet een digitaal kinderboek heel interactief zijn om een kind te kunnen boeien? Het digitale kinderboek Roodkapje, een sprookje in 3D won vorig jaar de eerste Kameleon – daarin bepaalt de lezer zelf de route door het bos en moet hij kleine opdrachten uitvoeren om verder te komen. Distels uit een elandenvacht vissen, bijvoorbeeld.

Dat is toch nauwelijks meer een boek? Bram de Goeij, maker van Per ongelukt!: „Wij hebben bewust gekozen om het verhaal niet af te wisselen met spelletjes, maar het kan goed werken. De spin-off Zzz van het prentenboek van Loes Riphagen is bijvoorbeeld een leuk zoekspelletje, dat goed bij het boek past.”

Wanneer is een app een game?

„Daar twijfelden we als jury wel over: wanneer is een app een verhaal en wanneer een game? Digitale verhalen worden meer als games en games worden steeds verhalender. Dat kan allemaal, als het verhaal de hoofdzaak blijft”, vindt Koen Rotteveel. „Het verhaal is de leidraad”, zegt Klazien Brummel, en daartoe moet alles bijdragen. En dan komt het er toch op neer dat er „prachtig uitzien” en „logisch en begrijpelijk zijn” nog de belangrijkste basiseisen zijn.

Wat nou echt state of the art is, wist de jury ook daarom niet precies, vertelt Rotteveel: daarvoor is het referentiekader te beperkt en de ontwikkeling nog te veel in beweging. „Dat nemen we de uitgevers niet kwalijk. Maar het is leuk als ze iets vernieuwends laten zien. Het schudt het begrip kinderboek een beetje overhoop.”