Kan Henk ook in de shishalounge werken?

Wanneer nemen allochtone ondernemers nu eens Hollandse werkzoekenden aan? Dat komt migrantenwijken ten goede, meent Robbert van Lanschot.

Foto iStock

In alle grotere steden in ons land heb je ze, buurten die qua isolement kunnen verworden tot een Brussels Molenbeek. Als je in Den Haag van de Laak via de Schilderswijk naar de westelijke rand van de Transvaal loopt – zo’n anderhalf uur flink doorstappen – zie je overal allochtoon bedrijfsleven. Maar nergens is er ook maar een autochtone werknemer te bekennen. In dat opzicht zijn Molenbeeks Chaussée de Gand en de drukke Haagse Hoefkade één pot nat.

Ons land telt tienduizenden allochtone bazen. Zij vormen een bruisend deel van onze economie. Maar mag je met een naam als Anton baklava gaan serveren in een Marokkaanse patisserie? Vergeet het maar. Allochtoon Nederland eist meer diversiteit, stageplekken en inclusiviteit, maar van reciprociteit is niet of nauwelijks sprake.

Die situatie accentueert het gespleten karakter van onze steden. Een migrant kan tegenwoordig probleemloos helemaal binnen zijn eigen, van Nederland afgesloten cocon blijven – zelfs op de werkvloer. Is het niet de hoogste tijd dat al die belwinkels, buurtsupers, shishalounges en nagelstudio’s in een (van overheidswege gestimuleerde) opwelling van Wilkommenskultur de deuren ook voor Hollandse werkzoekenden opengooien?

Heel weldenkend Nederland wil diversiteit. Het ministerie van Sociale Zaken publiceert via het ‘Kennisplatform Integratie en Samenleving’ rapporten en auditing tools met titels als ‘Effectief diversiteitsbeleid: tel uit je winst!’ De VU in Amsterdam heeft zelfs een ‘chief diversity officer’.

Maar het allochtone midden- en kleinbedrijf gaat ongestoord zijn eigen weg. Den Haag bejubelt de allochtone bedrijvigheid, maar verzwijgt dat die bedrijvigheid in zijn huidige vorm een formidabel struikelblok is voor integratie. Een succesvolle Turkse zakenman vertelde me dat sommige, met name oudere, Turkse winkeliers er niet over zouden piekeren om Hollandse jongeren in dienst te nemen.

Aan de Haagse Dierenselaan, het hart van een Poolse enclave binnen een Turkse enclave (maar er wonen nog steeds ook Hollanders, heb je een uitzendbureau. In de etalage hangen vacaturemeldingen. ‘Operator maszyny pakujacaj’. ‘Operator wozka widlowego bosznego’. Het is er druk. Drie Poolse mevrouwen zitten met scherpe nagels te rikketikken achter computerterminals. Als ik claim ook ‘operator’ te willen worden, zegt een van de mevrouwen dat ik aan het verkeerde adres ben. „We doen hier geen Nederlanders. Voor jullie hebben we een filiaal buiten Den Haag.”

Het is zeker niet zo dat er in geen enkel allochtoon bedrijf autochtonen te vinden zijn. Twee factoren springen er in dat geval uit. Naarmate een gemeenschap kleiner en onderling meer verweven is, wordt de kans op autochtone werknemers groter. Denk aan een Turkse pizzeria of een Chinees eethuis in een klein dorp. De andere, bepalende factor lijkt het segment binnen de arbeidsmarkt te zijn. Allochtone bedrijven die ‘hoog’ in de piramide zitten (advocatenkantoren, ingenieursbureaus) tellen juist vaak wel Hollandse medewerkers.

Is verandering ook in de migrantenwijken mogelijk? Voor Hollandse jongeren zijn ze witte vlekken op de kaart. Boven de schaarse autochtonen die er nog wonen, hangt vaak een triestig ‘laatste der Mohikanen’-wolkje. Durf je daar dan toch werk te zoeken? Neem de Schilderswijk. De etiquette daar schrijft voor dat een klant die een winkel binnenstapt ‘as salaamoe alaikoem!’ zegt, waarop het bedienend personeel antwoordt met een zwierig ‘wa alaikoem as salaam!’. Ik denk niet dat een Hollandse jongen of meisje gauw zonder blikken en blozen aan zoiets zal meedoen.

Allerlei drempels zouden moeten worden geslecht. Gemeenten zouden in grote allochtone enclaves een ‘chief diversity officer’ kunnen aanstellen om ‘n beetje avontuurlijk ingestelde autochtone werkzoekenden te lokken. De Haagse politie heeft voor enkele buurten quota ingesteld voor allochtone wijkagenten. Waarom wordt – omgekeerd - het allochtone bedrijfsleven niet gepord om met quota voor autochtone werknemers in te stemmen? Niets dwingends; meer als een soort richtsnoer. Flankerend zouden er stimuleringsregels kunnen komen, geënt op dingen die we al kennen uit de Participatiewet (loonkostensubsidies, premiekortingen, etcetera).

Op allerlei manieren tracht de overheid het isolement rond migrantenwijken te doorbreken. Maar de positieve rol die allochtone werkgevers daarbij zouden kunnen spelen, is buiten beeld gebleven. Toch zijn zij het bij uitstek die via hun personeelsbeleid een stukje ‘Nederland’ de wijk in kunnen brengen.