Het andere bestuur van roerig Utrecht

Ze zijn op leeftijd en vertoeven de hele dag op de club. Helaas niet meer zo dicht bij het eerste. „Ze zitten nu één keet verderop.”

Graffitistrijdbij café De Don in De Meern . Supporters van Feyenoord en FC Utrecht zijn, voorafgaand aan de bekerfinale van zondag, in beide steden verwikkeld in een felle concurrentiestrijd met graffiti. Foto Gino Kleisen

In een hok zo groot als een schuur van een rijtjeshuis zitten zes mannen aan de koffie. Het is maandagochtend 10 uur en op sportcomplex Zoudenbalch hebben deze oudere supporters van FC Utrecht zich afgezonderd in een oude kleedkamer. Letterlijk. Doordat de deur alleen van binnenuit open kan, is het aan hen wie er binnen mag komen. Zij, een genootschap van gepensioneerde Utrechters dat zo vaak bij de training was dat het ooit werd omgedoopt tot schaduwbestuur.

Wanneer op de deur wordt geklopt, kijken ze argwanend. Even praten over de bekerfinale van zondag? Voorzitter John, eens fietsenmaker en nu zelfbenoemd leider van het stel, komt naar buiten. „Doen wij niet”, zegt hij resoluut. „Wij praten nooit met iemand. Prettige dag.”

Even later stopt er een auto. Er stapt een grijze man uit die, zoals zijn voorkomen doet vermoeden, bij het schaduwbestuur blijkt te horen. Hij wil best praten, al kan dat niet op goedkeuring van zijn medebestuurders rekenen. „Je hoort er toch niet echt bij”, roept een van hen. Op de vraag wat schaduwbestuurders bij FC Utrecht doen, heeft hij een helder antwoord: „Praten. Over FC Utrecht.”

Niet voor niets omschrijft een voormalig trainer van FC Utrecht hen als „allemaal Wilma Nanninga’s”. Zoveel als ze elkaar te vertellen hebben, zo weinig hebben ze te zeggen binnen de club. „Als ik wil weten hoe de club ervoor staat, loop ik altijd even bij het schaduwbestuur naar binnen”, zegt algemeen directeur Wilco van Schaik. Hun invloed is niettemin beperkt: nul komma nul. Wel doen ze klusjes als vrijwilligers.

Vorig jaar rond deze tijd zetelden de mannen niet in deze oude kleedkamer, maar in het hoofdgebouw op het trainingscomplex van FC Utrecht. Ze hadden er een eigen bestuurskamer nabij de ruimtes van de hoofdmacht. Haalden spelers een broodje gezond bij het buffet, dan konden ze het schaduwbestuur horen mopperen over hun wedstrijd. Dit was Utrecht op zijn Utregs. Informele verhoudingen zonder dikdoenerij.

Maar wat toen nog een zoete inval was, is aan de hand van trainer Erik ten Hag veranderd in een domein voor professionals. In de cirkel die hij om zijn selectie heeft getrokken, is geen plek voor mensen die voor onnodige afleiding kunnen zorgen. Ook niet voor de gepensioneerde fans. „Er waren te veel randzaken die de spelers konden afleiden”, verklaart Van Schaik. „Dat hoort bij de volksclub FC Utrecht, hoorde je dan vaak. Maar het waren gewoon excuses om niet te presteren.”

De werkomstandigheden van de selectie leden onder de groei die FC Utrecht doormaakt. De laatste jaren zijn er meer jeugdelftallen bij gekomen, zodat de club talenten op nog jongere leeftijd kon binden. Maar door die groei werd het drukker op Zoudenbalch. Trainers zaten op elkaars lip in de kantoren, de velden leden onder het intensieve gebruik, terwijl jeugdspelers de selectie voor de voeten liepen in het drukbezette krachthonk. Van Schaik: „Het kwam voor dat iemand als Timo Letschert bij een apparaat moest wachten omdat een dertienjarige nog bezig was.”

Voorgaande trainers als Wouters en Rob Alflen hebben de clubleiding hier ook op gewezen. Maar zij waren clubmannen. Te loyaal om te zeuren over werkomstandigheden waarmee ze hadden leren leven.

Erwin Koeman kon dat niet. In oktober 2011 was hij nog maar net in dienst toen hij zijn contract opzegde uit onvrede met de werkomstandigheden. Vooral het gebrek aan privacy stoorde hem, met een spelershome van glas en een kantoor dat hij moest delen met jeugdtrainers. „Regelmatig kwam het voor dat de inhoud van telefoongesprekken vijf minuten later wijd en zijd bekend was”, verklaarde Koeman bij zijn vertrek.

Ook toen ging het over het schaduwbestuur. De groep mannen was luidruchtig en mocht destijds al delen van de dag niet meer in het hoofdgebouw komen, wat sinds dit seizoen opnieuw zo is. Doordat jeugdtrainers nu kantoor houden in hun voormalige domein, heeft de club haar schaduwbestuur ondergebracht in een oude kantine verderop.

Gewoon een moeilijke club

„Die mensen hoorden alles”, zegt Ton du Chatinier, die drie jaar hoofdtrainer was voordat Koeman kwam. „Vonden zij prachtig natuurlijk, maar ze hoeven niet overal met hun snufferds op te zitten. Gaf ik spelers vrij, riepen zij: alweer?” Maar hij vindt niet dat er moet worden overdreven. „Ze zitten nu één keet verderop, nou, nou. Als ik problemen met die gasten had, stapte ik gewoon op ze af en zei ik waar het op stond. En je kunt niet alles veranderen aan een club. Utrecht is gewoon een moeilijke club.”

Een club met een onberekenbare aanhang, wankele financiën, een suikeroom (Frans van Seumeren) en een onbenut potentieel. Roerig, zou je kunnen zeggen. Maar dat neemt niet weg dat de club stappen maakt. Sportief, maar ook maatschappelijk. Onlangs nog bezochten alle spelers en medewerkers van de club scholen en verzorgingstehuizen in het eigen achterland ter promotie van een gezonde levensstijl en een vitale oude dag.

Mooie publiciteit voor hoofdsponsor Zorg van de Zaak, maar ook voor clubeigenaar Van Seumeren. Bij hem staat de club er niet altijd even goed op. Eind 2015 benadrukte hij nog hoe zeer hij zich stoorde aan de antisemitische spreekkoren waaraan Utrechtse fans zich geregeld schuldig maakten. „Het moet afgelopen zijn, want anders stop ik er echt een keer mee”, zei hij bij RTV Utrecht.

Het gaat nu weer over voetbal. Over de trefzekere spits Sébastien Haller, de onverschrokken mandekker Timo Letschert, de bekerfinale en over trainer Ten Hag, die begin dit jaar nog opzien baarde doordat hij zijn spelers ’s ochtends hun mobiele telefoon liet inleveren. Anders zaten ze in het krachthonk nog te whatsappen, zei hij.

Onder leiding van Ten Hag werkt de club aan een topsportcultuur. Wennen voor betrokkenen, maar dat zij zo, stelt directeur Van Schaik. „Als wij zondag de beker winnen, loopt het schaduwbestuur voorop in de polonaise.”