Een flexibele baas, dát helpt

Eén op de zes mensen zorgt naast zijn werk voor iemand. Maar bijna de helft vertelt dat niet aan zijn baas. „Een leidinggevende die niet weet wat er speelt, kan ook niet meedenken.”

Stomphorst Tijl kon op haar werk niet goed praten over de zorg voor haar zoon. Inmiddels heeft ze een nieuwe baan als beleidsadviseur zorg bij de gemeente Amsterdam. „Ik heb als mantelzorger veel ervaring met de bureaucratie van de gemeente.” Foto’s Olivier Middendorp

Wanneer Eline Stomphorst Tijl (48) een uur eerder naar huis ging dan haar collega’s, kon ze erop wachten: „Lekker middagje vrij?” Ze had het idee dat haar collega’s vonden dat ze de kantjes ervan afliep. Personeelsborrels liet ze aan zich voorbijgaan – ze moest iedere dag zo snel als ze kon weer thuis zijn. „Niet collegiaal”, oordeelde haar leidinggevende over haar.

Ze hield van haar werk als projectleider, maar voelde zich alsof ze voortdurend een deel van haar leven voor zich moest houden. „Het liefst had ik gezegd: luister, mijn kind heeft iets, daarom moet ik veel regelen. Soms moet ik eerder weg, ja. Maar ik zorg wél gewoon dat jij dat rapport op tijd binnen hebt.” Maar ze had het gevoel dat de problemen die ze thuis had op het werk taboe waren. „Ik schaamde me.”

De school vond hem onhandelbaar

Het begon allemaal toen Stomphorst Tijl tijdens een tienminutengesprek op de basisschool van haar toen zesjarige zoon te horen kreeg dat hij de meubels door het klaslokaal gooide. De school vond hem onhandelbaar. „Ik was geschokt, nooit eerder had ik daar iets over gehoord. Thuis vertoonde hij dat heftige gedrag niet”, vertelt ze. Haar zoon was autistisch, bleek na onderzoek. Voor de school aanleiding om met een verwijderingsprocedure te dreigen. Op speciaal onderwijs kon hij ook niet aarden. Sterker nog, het ging slechter. „Hij was alleen nog maar boos. Iedere dag kwam hij ontredderd thuis.”

Stomphorst Tijl ging vaak op bezoek bij de school, maakte plannen met hulpverleners, maar het hielp allemaal niet. Uiteindelijk haalde ze hem met medewerking van de leerplichtambtenaar van school, zodat hij kon bijkomen. „Ik wilde graag dat hij naar school ging, maar hij ging er aan onderdoor. Het kon echt niet anders.”

10 procent voelt zich overbelast

Steeds meer werknemers moeten hun werk zien te combineren met mantelzorg. In 2004 moest één op de acht werknemers naast zijn baan zorgen voor echtgenoot, broer, zus of kind, in 2014 was dat opgelopen tot één op de zes. Zo’n 10 procent van de mantelzorgers voelt zich overbelast, concludeerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Toch, blijkt ook uit SCP-cijfers, laat bijna de helft de leidinggevende niet weten voor iemand te zorgen. „Wij raden aan dat vooral wél te doen”, zegt directeur Liesbeth Hoogendijk van belangenorganisatie van mantelzorgers Mezzo. „De werkgever is immers ook gebaat bij een goede balans tussen werk en privé. En een leidinggevende die niet weet wat er speelt, kan ook niet meedenken.”

Vaak willen mantelzorgers hun werkgever er niet mee lastigvallen, zegt Hoogendijk. „Ze menen dat het een privézaak is waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn. En sommige mantelzorgers vertellen het niet omdat ze bang zijn dat hun contract niet verlengd wordt.”

Om mantelzorgers hangt „een sfeertje” zegt ze. De aanname: ze zullen zich vast vaker ziekmelden, of veel van verlofregelingen gebruikmaken.

De schroom kan overigens van beide kanten komen, weet Hoogendijk. „Ook voor leidinggevenden is er een drempel om het onderwerp aan te snijden. Zij vragen zich af of ze zich wel moeten ‘bemoeien’ met iets wat privé is.”

Maar volgens Hoogendijk kunnen ze dat op een vrij simpele manier ondervangen: een informeel gesprekje tussen leidinggevende en werknemer. „Hoe laagdrempeliger, hoe beter. Een leidinggevende kan gewoon eens zeggen: ‘Goh, ik hoorde dat het niet zo goed gaat met je moeder.’ Dat komt niet bedreigend over, en het is een opening voor de werknemer om erover te beginnen.”

Zelf je tijd indelen

Bij Gemma Wouters (57) begon haar leidinggevende zelf over haar zorgtaken. Wouters werkt als stafmedewerker in een organisatie voor ouderenzorg, en zorgt daarnaast ongeveer tien uur in de week voor haar 90-jarige moeder, die sinds kort volledig visueel gehandicapt is. „Iedereen op de afdeling wist er wel van; soms liep ik weg uit een bespreking omdat ik een telefoontje kreeg dat het mis was.”

Toen haar leidinggevende vroeg hoe hij Wouters kon helpen, stond ze „met haar mond vol tanden”. „Ik wist eigenlijk niet wat ik moest vragen: het ging al best goed. Ik mag zelf mijn tijden indelen. Als ik onder werktijd met mijn moeder naar het ziekenhuis moet, haal ik die uren op een ander moment in. Een kwestie van vertrouwen van mijn leidinggevende.”

Erover praten loont meestal. Zorgende werkenden die op kantoor wél over hun situatie vertellen, krijgen vaak begrip. Ongeveer driekwart van hen ervaart dat zo, blijkt uit onderzoek van het SCP. Zij hebben ook minder vaak chronische vermoeidheidsklachten dan mantelzorgers die niet bij collega’s en leidinggevenden terecht kunnen.

Ongeveer een op de zeven mensen maakt op het werk afspraken meestal over flexibele werktijden. Ook Stomphorst Tijl, die pas over haar thuissituatie vertelde toen haar zoon van school ging, mocht van haar leidinggevende af en toe eerder weg of thuiswerken, maar het ging niet van harte, zegt ze. Vaak gebruikte ze daarom – op eigen initiatief – vakantiedagen voor bijvoorbeeld afspraken met hulpverleners. „Op vakantie gaan kon niet meer, ik maakte al mijn dagen op.”

Een bekend probleem: bijna de helft van de werkende mantelzorgers zegt te weinig vrije tijd te hebben. Wouters herkent dat. „Ik zorg dat mijn werk niet onder de mantelzorg lijdt, en dat de mantelzorg niet onder mijn werk lijdt. Maar mijn vrije tijd lijdt er wél onder. Ik heb minder tijd en rust voor mezelf.”

Er zijn verschillende regelingen voor zorgverlof, maar daar wordt maar weinig gebruik gemaakt. De regelingen variëren van enkele uren vergoed verlof bij een noodgeval, tot een aantal weken onbetaald verlof voor langduriger verzorging. Slechts 7 procent maakt gebruik van betaald verlof, 5 procent van onbetaald verlof. Volgens het SCP weten veel mantelzorgers niet dat de regelingen er zijn.

Ze zijn vooral bedoeld als vangnet, de meeste mantelzorgers zijn met een paar simpele afspraken al voldoende geholpen, zegt Hoogendijk van Mezzo. „Flexibiliteit is daarbij het sleutelwoord: dat iemand iets later mag beginnen of dat collega’s even invallen wanneer hij tussendoor weg moet.”

Maar ook werknemers zelf moeten flexibel kunnen denken, bendrukt ze. „Het kan ook betekenen dat de mantelzorger besluit de komende twee jaar een dag in de week minder te werken.” Met zijn of haar werkgever kan iemand afspreken na die periode weer het oude aantal dagen te werken.

Veel ervaring met bureaucratie

Stomphorst Tijl heeft inmiddels een andere baan. Ze zag haar kans schoon toen de gemeente Amsterdam door decentralisatie zorgtaken overnam van het Rijk. „Ik heb als mantelzorger veel ervaring met de bureaucratie van de gemeente. Daar kan de gemeente van profiteren.” Ze werkt nu als beleidsadviseur zorg. Met haar zoon gaat het inmiddels veel beter, hij heeft het naar zijn zin op een nieuwe school.

Bij de gemeente richtte Stomphorst Tijl met collega’s de Gideonsbende op, een netwerk van ambtenaren die ook mantelzorger zijn en die de gemeente adviseren. Zo willen ze ervoor zorgen dat het gemeentelijk beleid beter overeenkomt met de behoeften van mensen die zorg nodig hebben. Ook adviseren ze over de combinatie van werk en mantelzorg.

Het netwerk kan dit werk doen door de steun van de directie. „Veel collega’s hebben goede ervaringen met hun leidinggevende, maar niet iedereen. Er is nu nog sprake van willekeur, je moet net geluk hebben.”

Eén van de initiatieven van de ambtenaren: de mogelijkheid voor ambtenaren elkaar een vakantiedag cadeau te doen. „Veel werknemers hebben verlofdagen over, terwijl mantelzorgers erom zitten te springen”, legt Stomphorst Tijl uit. „Collega’s kunnen zo laten merken dat ze begaan zijn met hun collega’s. Het is een fijn, warm gebaar.” Precies waar ze zelf behoefte aan zou hebben gehad.