Dwalen in landschap van de tijd

Hoe beleven we tijd? Zo krijgt de jarige met ‘de beste wensen en nog vele jaren’ een kostbaar goed toegewenst: veel tijd. De vraag is of die felicitaties nog bij de tijd zijn. Want vele jaren, die hebben we allemaal al lang. Iedereen gaat de 90 halen, of zelfs de 130 als het mee zit. Dus daar valt niet zo veel meer te wensen. Goede gezondheid, een strak velletje, zo laat mogelijk alzheimer, dat zou in de hedendaagse cadeaus verstopt moeten zitten.

‘Timescapes’ heet het besef waarmee het individu zich in zijn ‘tijdlandschap’ plaatst. De filosofe Barbara Adams schreef er een mooi boek over. En het is op dit moment een onderwerp waar veel historici zich in vastbijten, ‘chronopolitics’ hoorde ik in Cambridge, ‘Zeitraumverdichtung’ in Marburg.

Dat laatste is de manier waarop het tijdlandschap gecomprimeerd wordt door uitvindingen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie. Dat betekent dat we ons nu vereenzelvigen met slachtoffers van aardbevingen en aanslagen aan de andere kant van de wereld, en ‘24/7’ meeleven met hun leed en lotgevallen. Dat betekent ook dat wij zélf elke seconde gebombardeerd worden met voorstellingen van rampen en dreigingen in verafgelegen oorden die ons in het hier en nu angstig stemmen. De belevingshorizon – zo drukte de grondlegger van conceptuele geschiedenis (Begriffsgeschichte), Reinhart Koselleck het al een halve eeuw geleden uit – is al sinds de Verlichting en de Industriële Revolutie (of de Franse Revolutie menen anderen) dwars door de begrenzing van de dorpsbrink heengebroken. Geruchten van oorlog en geweld zijn levensecht, van trends, mode en gewilde iconen van het consumentenparadijs eveneens. Een andere krant lezen, de gevleugelde uitdrukking van een Nederlandse politicus uit de jaren zeventig als antwoord op de zorgen van een willekeurige burger over geweld en criminaliteit, dat gaat niet meer. Newsalerts, trending topics en andere sociale media weten overal in te breken.

Tijd wordt ook door beleidsmakers en politici gebruikt, het fenomeen ‘chronopolitics’. Heel kort samengevat is het ‘tijdsmacht’. Wie bepaalt de tijden? Want in Gods hand zijn ze voor de meeste mensen al lang niet meer. Sla de krant maar open, en u ziet het. De makers van de wereldgeschiedenissen, de wereldleiders en dictators, zij zetten de tijd naar hun hand. Het zijn de Tijdspaarders van Momo uit het onnavolgbare kinderboek van Michael Ende.

In zijn inaugurele rede als Regius Professor Geschiedenis gebruikte Chris Clark onlangs de metafoor van het schaakbord voor Bismarck, de grondlegger van de Duitse eenwording in 1870. Bismarck beschouwde wereldpolitiek als een oneindige serie parallelle combinaties van zetten, met dito vertakkingen. Voor die combinaties trachtte hij als IJzeren Kanselier zo veel mogelijk speelruimte te houden. Hij verschoof zijn stukken (‘forces’, ‘Kräfte’ heette dat toen), en zette de klok stil om na te denken als hem dat uitkwam. Op het speelbord van de machtigen heerst een ‘ever extended present’ (Adams), een oneindig uitgestrekt heden, waarin niet lineaire oorzaken en gevolgen, maar virtuele en parallelle combinaties eindeloos kunnen worden doorgespeeld.

„Ik bekommer me niet om tijd, om wat na mij komt, wat zijn één miljoen doden?” Dat zou Napoleon tegen Metternich gezegd hebben, die hem na de Volkerenslag bij Leipzig vroeg of hij nu alsjeblieft niet wilde stoppen met al dat oorlogsgeweld. Napoleon leefde in het heden van de verovering. De ondergang, dat was het einde van zijn tijd, en dat van alle anderen die hij daarin meesleepte; dat was dan dus niet meer van belang. Hitler en Stalin zullen het net zo gezien hebben. Over Poetins, Erdogans, en Assads tijdsbesef zou ik ook wel eens iets willen lezen, net zo goed als over dat van Obama, of Hillary Clinton. Zien zij de tijd als een instrument van de macht, als geroofde tijd, of juist als een geschenk?

Onze eigen minister-president houdt er het circulaire tijdsbesef op na van de historicus Edward Gibbon, die schreef over de opkomst en ondergang van wereldrijken. Onlangs in een toespraak over de EU refereerde Rutte nog aan zijn favoriete historische casestudy, de val van het Romeinse Rijk. Waar zitten we dan op die tijdslijn, zou ik willen weten, en is er nog wat aan te doen? Misschien verklaart dat gevoel, meegesleept te worden door de stroom van tijd, wel het gebrek aan richting en visie.

Een alternatief is dan om de burgers te betoveren met de illusie van de terugkeer van de Swiebertje-tijd, zonder euro en met dichte grenzen. Maar dat is geen tijdsbesef, dat is nostalgische struisvogelpolitiek. Het tikkende monster van de tijd, het schaakmat, wordt er echt niet minder reëel door.

Tegenover die chronopolitieke macht staat de burger, of de leider van een klein landje, machteloos. Hij ‘valt uit de tijd’, de ‘tijd is niet meer van hem’, wordt vermalen door de meedogenloze tijden waarin hij is terecht gekomen. Of, in iets minder agressieve vorm, hij zit op een bankje op het perron en ziet de trein van de tijd voorbijrijden. Geen mogelijkheid om in te stappen. Misschien dat hits in de databanken van kranten en tijdschriften daarom zoveel zinsnedes bevatten met ‘tijd om te genieten’, ‘houd de tijd van leven vast’, bevatten. Het is de tegenmacht tegen de tijdrovende giganten.