Column

Dirk

Acht jaar heeft Feyenoord het legioen moeten verblijden met grijze middelmaat, met PEC Zwolle. Fonteinvandalen brachten de club zwaar in diskrediet en de troost van een nationale titel bleef uit. Leo Beenhakker werd bedankt voor bewezen diensten en Bert van Marwijk had begrepen dat een derde dienstverband te veel zou lijken op de eeuwigheid van Foppe de Haan. Zo’n trainer die zich toelegt om tot zijn tachtigste rond te lopen in een trainingsvod van Adidas. Foppe denkt dat dat indruk maakt op vrouwvolk.

Een ding bleef onveranderd: de trouw van het legioen. Iedereen wil nog steeds Feyenoorder zijn. Hel en verdoemenis zijn mede clubcultuur, daar laat niemand zich door afschrikken. En de loser is ook veel geld waard. In populariteit maakt het tegenwoordig niet veel meer uit, winnen of verliezen. Het voetbal heeft lang na het wielrennen het Poulidoreffect leren kennen: de aanbidding van de verliezer.

Het enige waar Rotterdammers van over hun nek gaan, zijn pseudovedetten met maniertjes en spectaculair misbaar. Dat is de laatste tijd Dirk Kuijt overkomen. De aanvoerder werd tot twee keer toe gewisseld en dat zinde hem niet. Zijn gebleekte tandpastalach viel stil. Kuijt pikt het niet dat hij maar een van de elf basisspelers is. Hij kwam openlijk in verzet tegen Giovanni van Bronckhorst.

Het was een hachelijk moment voor de coach. Als nu ook al een clubspeler als Kuijt persoonlijk succes laat primeren op het groepsgevoel kan Feyenoord de beker vergeten. Dirk is vooral binnengehaald als rolmodel van strijd en offerbereidheid voor het hele team. Nu blijkt dat hij onverkort de hoofdrol wil blijven spelen, is hij een sta in de weg voor doorstromend talent. Dienende grimassen zat, maar in werkelijkheid nog even egoïstisch als alle topspelers.

Dirk Kuijt was altijd het bidprentje onder Nederlandse voetballers, maar kampioen lieve onschuld is toch een brug te ver.

Voor Gio is het een onverwachte tegenslag. Ook hij heeft zich miskeken op de onthechting van de Katwijker. Hij dacht een oude kompaan gevonden te hebben om Feyenoord een soort slimheid in de strijd mee te geven, maar de veteraan wou eerst nog een tijdje slim voor zichzelf zijn. De entente Gio-Dirk is opgebroken en dat zal zo blijven. De vraag is nu of het nog zinvol is Kuijt langer aan Feyenoord te binden. Ik dacht het niet.

De beker is geen tweederangsprijs. Natuurlijk is het niet het verhoopte kleinood voor de Rotterdammers. Zij hebben echt geloofd in het behalen van de landstitel, maar de selectie bleek nog te onrijp. Ook een kleine vergissing: met het inhalen van Kramer werd de lelijkste voetballer van de eredivisie beloond. Daar kom je als club niet ver mee.

Het verlies van de landstitel is in de Kuip al verteerd. Feyenoord heeft alleen nog bouwkoorts: eerst een nieuw voetbalstadion, dan de verdere uitbouw van de club. Het is de heidense logica die tegenwoordig in heel Europa regeert. Er is geen Europese topclub te vinden die niet wil bouwen of verbouwen. De macht van cement en beton is zelfs afgekleurd in raden van beheer en aan de bestuurstafel.

Alle bouwplannen ten spijt zal het Feyenoordlegioen het niet pikken als de beker naar Utrecht gaat. De handen zijn te lang leeg gebleven. Een doelpuntje van de voortreffelijke Haller en ze worden vuisten.

Gio van Bronckhorst heeft zich overeind kunnen houden in de kolkende Kuip. Hij is in en buiten de club een gerespecteerd coach. Maar die beker moet hij, hoe dan ook, winnen. Na het niets ontstaat de afbranding.