De woede van Braddock is de woede van Amerika

Het stadje Braddock is typerend voor Amerika anno 2016: de bevolking haat de overheid, en denkt tegelijk dat alleen de overheid haar problemen kan oplossen. John Fetterman kwam er wonen, werd burgemeester en hoopt zijn stadgenoten zelfredzaamheid te leren.

Jodi Morrison verhuisde in 2008 van Brooklyn naar Braddock, nadat ze gehoord had over de grensverleggende aanpak van burgemeester John Fetterman. Ze kocht er een voormalig bankgebouw voor 125.000 dollar, dat het ene na het andere gebrek toont, waaronder een enorme lekkage. „Ik leef van crisis naar crisis”, zegt Morrison (33). „Ik weet niet waar ik moet beginnen.” Foto’s Gillian Laub

Op de rechterarm van John Fetterman staan negen data getatoeëerd. Onder elkaar, in grote, zwarte cijfers. De laatste is van nog geen jaar geleden: 16 mei 2015. Die dag werd de 34-jarige Deontay vermoord, door een huisvriendin. Ze was stoned en dronken. Kort daarna reed Fetterman voor de negende keer naar de tatoeagewinkel. Iedere moord in zijn stad Braddock legt hij zo vast op zijn lichaam. Het herinnert hem eraan, zegt hij, dat hij aan het werk moet. „Braddock is zo klein, dat ik de slachtoffers en daders meestal persoonlijk ken. Dit zijn jonge mannen die de criminaliteit in zijn gezogen omdat we alle drugs hebben verboden.”

John Fetterman (46) is 2 meter 10 lang, ruim 150 kilo zwaar, en volledig in het zwart gekleed. Het hoofd kaal, een forse baard. In niets lijkt hij op een politicus, maar Fetterman is al tien jaar burgemeester van het industriestadje Braddock, in de Amerikaanse staat Pennsylvania. De postcode van Braddock, 15104, siert zijn linkerarm. Fettermans bijnaam: Burgemeester van de Hel.

Dinsdag houdt Pennsylvania Democratische en Republikeinse voorverkiezingen. Donald Trump zal volgens alle peilingen een grote zege behalen, en verder oprukken naar de Republikeinse nominatie. Diezelfde dag hoopt nóg een anti-politicus in Pennsylvania door te breken. John Fetterman doet mee aan de Democratische voorverkiezingen voor de Senaat in Washington, die dan ook worden gehouden. Hij wil, zegt hij, „het corrupte systeem breken, en het vertrouwen van mensen in politiek herstellen”. Hij maakt volgens peilingen weinig kans, maar hij is de meest besproken politicus van Pennsylvania.

Fetterman wil als senator de macht van lobbyisten en belangengroepen inperken, vrijhandelsakkoorden intrekken, de ‘uitwassen van het kapitalisme’ en de ‘moderne slavernij’ bestrijden door het minimumloon naar vijftien dollar te verhogen. Hij wil softdrugs legaliseren, en de heroïne-epidemie in Braddock tegengaan door verslaafden medische zorg te bieden, en niet vast te zetten. Fetterman is een populist, en is daar trots op. Hij staat niet boven het volk, zegt hij vaak, hij maakt er deel van uit.

Foto Gillian Laub

Burgemeester John Fetterman, zijn vrouw Gisele en hun drie kinderen wonen in een verlaten garage. Foto Gillian Laub

De laatste staalfabriek

John Fetterman, zijn vrouw Gisele en hun drie kinderen wonen in een verlaten garage, pal tegenover een enorme staalfabriek – de laatste fabriek van Braddock die nog open is. „Ik geniet van het uitzicht”, zegt Gisele monter. „De bedrijvigheid, de schoorstenen. Alsof ik elke dag vakantie heb.”

John en Gisele Fetterman laten zich niet snel uit het veld slaan. Onvermoeibaar strijden ze tegen de natuurwetten van Amerika’s industriële verval. Ze delen eten en kleding uit, knappen leegstaande huizen op, sleuren werkloze jongeren naar een moestuin om groente te verbouwen. Die houding heeft ze een heldenstatus bezorgd in Braddock, de stad die alle vertrouwen in bestuurders was kwijtgeraakt. „Als ik het even niet meer weet, bel ik Mayor John”, zegt een oudere inwoner. „Ik heb hem in mijn snelkeuzemenu staan.” Een vrouw in de slagerij zegt: „Kijk naar mijn spijkerbroek. Prachtig. En mijn schoenen! Nikes, voor het eerst in mijn leven. Allebei van de Fettermans gekregen.”

Ooit was Braddock het centrum van de Amerikaanse kolen- en staalindustrie. Duizenden arbeiders vonden een baan in de staalfabrieken van Andrew Carnegie. De magnaat maakte van Braddock een schitterende stad: hij liet grote huizen bouwen, en schonk de stad een bibliotheek. Tot 1980 woonden er zo’n 20.000 mensen, tien keer zoveel als nu.

Al Burghart, een gepensioneerde arbeider, laat de centrale winkelstraat zien, Braddock Avenue. „Hier, waar wij nu lopen, zat het vol nachtclubs, restaurants en winkels. Zaterdagavond gingen we achter de meisjes aan. Ik heb hier wat aangerommeld op straat.”

De straat is nu bijna helemaal leeg, de winkels zijn dicht. Sommige gebouwen zijn gesloopt, andere dichtgetimmerd. Burghart kent alle bedrijven nog uit de gouden jaren. Kapper Pirozzi, stomerij Bagley, schoonheidssalon Thomas. Namen op kapotte gevels, vage herinneringen.

Foto Gillian Laub

Braddock, PA. Foto Gillian Laub

Spookstad

Het verhaal van Braddock is hetzelfde als dat van alle steden in de Rust Belt, de industriële ‘Roestgordel’ in het noordoosten van de Verenigde Staten. De fabrieken in Braddock sloten één voor één, de kolenmijn ook. In een paar decennia verliet 90 procent van de inwoners de stad. Braddock werd een spookstad. Voor de achtergebleven 2.400 inwoners stapelde de rampspoed zich op. De helft leeft onder de armoedegrens. Braddock werd een food desert, waar geen groente of fruit meer te vinden was. De toenmalige burgemeester deed een greep uit de gemeentekas, en nam bijna twee ton mee. Braddock zat vol crack- en heroïneverslaafden.

Inwoner Marc Benzo, die in een half ingestort negentiende-eeuws pand woont, gebruikt een voorbeeld uit zijn voortuin: „Ik had drie bomen. In de eerste woonde een uil, in de tweede een havik, in de derde wat mussen. Toen kwam de gemeente, en kapte twee bomen. De vogels gingen allemaal in die ene boom zitten, en begonnen elkaar aan te vallen. Nu heb ik geen enkele vogel meer.” Zoals zijn bomen verdwenen, zo verdwenen de fabrieken uit Braddock. En de achterblijvers kregen het met elkaar aan de stok.

„De bevolking werd verraden”, zegt Gisele Fetterman. „Mensen voelden zich in de steek gelaten door hun leiders.” Ze is in Brazilië geboren, en kwam als kind naar de Verenigde Staten. „Ik kom uit de derde wereld. Toch kan ik maar niet begrijpen hoe in Amerika mensen door hun bestuurders in de steek worden gelaten, en diezelfde bestuurders daarmee wegkomen.”

Vijftien jaar geleden kwamen de Fettermans in Braddock wonen. John had op Harvard gestudeerd, en overwoog een financiële carrière. Al snel besloten ze dat ze Braddock wilden veranderen. John Fetterman stelde zich kandidaat voor de burgemeestersverkiezingen, en won met één stem verschil. Daarna werd hij twee keer met gemak herkozen. Ze kochten een van de tien leegstaande kerken, en maakten er een buurthuis van. Gisele Fetterman begon een weggeefwinkel, waarmee ze Braddock van kleren voorziet. Ze heeft een voedselbank-app gemaakt, waarmee winkels en restaurants vrijwilligers tippen als ze eten over hebben. Overtollig voedsel komt elke week bij vierhonderd mensen in Braddock terecht. Ze knapten met eigen geld winkels op, begonnen een bierproeverij, en hingen bordjes in de stad: ‘Attentie: meer knuffelen a.u.b.’ De neergang van Braddock is gestuit, zegt John Fetterman. „De laatste paar jaar komen er weer wat mensen bij.”

Braddock bevindt zich in de noordelijke hoek van Appalachia, de berggordel die cruciaal is om de presidentsverkiezingen van 2016 te begrijpen. Het gebied strekt zich uit van het platteland in New York en Pennsylvania naar het conservatieve Diepe Zuiden. Veel Amerikanen doen wat neerbuigend over Appalachia. Er wonen mijnwerkers, boeren en fabrieksarbeiders. Eigenwijs, gelovig volk. „Mensen met een vechtersmentaliteit en een enorme hang naar persoonlijke vrijheid”, schrijft Colin Woodard in het boek American Nations. Minder vriendelijk gezegd: „Hillbillies en rednecks.”

Trump scoort in Appalachia. Hij tapt de woede af over het falen van de overheid én pleit voor ingrijpen van bovenaf

Sarah Jones, publicist

De machtsbasis van Donald Trump ligt in Appalachia. Consequent scoort hij hoog in districten die bij dit gebied horen, zoals in Virginia, Tennessee en Kentucky. In het district Buchanan, in het berggebied van Virginia, haalde hij zelfs bijna 70 procent. Appalachia is een uitvergrote versie van het landelijke beeld. Je kan zeggen: de sfeer van Appalachia is dit jaar overgeslagen naar de presidentsverkiezingen. Kiezers wantrouwen hun leiders, en belonen buitenstaanders.

De verschillen met Trump zijn groot, maar ook de linkse Democraat Bernie Sanders heeft succes in Appalachia. Hij wint staten aan de oostkust maar moeizaam, maar heeft relatief veel meer succes in de districten die bij dit gebied horen, zoals in het zuiden van Virginia, delen van Tennessee. Hij ligt op kop in West Virginia, dat in mei stemt.

De politieke ziel van Appalachia is gespleten, schreef publicist Sarah Jones onlangs. Ze is zelf afkomstig uit dit gebied, maar woont nu in Washington. „De mensen in Appalachia zoeken naar wonderen. Zoals de schrijver van [Bijbelboek] Psalmen, kijken ze omhoog naar de bergen: waar vandaan kunnen ze hulp verwachten? Goed, van God en zijn apostelen, maar misschien ook wel van de overheid.”

De overheid, schrijft Sarah Jones, „wordt niet alleen gezien als oorzaak van de crisis in Appalachia, maar ook als mogelijke oplossing voor de problemen. Keer op keer in de geschiedenis hebben de landelijke en regionale democratie niet ingegrepen als het nodig was, of juist wel ingegrepen met beleid dat de ellende van de regio alleen maar vergrootte.”

Neem de kolenmijnen, aldus Jones. Als er ingegrepen moest worden, bijvoorbeeld om strenge veiligheidsregels na te leven, gaf de overheid niet thuis. Maar diezelfde overheid werkte wel hard om vrijhandelsakkoorden als NAFTA (1994) te sluiten, wat rampzalige gevolgen had voor de mijnen, fabrieken en ‘maakindustrie’ in Appalachia.


Sociale voorzieningen

Dat is vruchtbaar Trump-terrein. Hij predikt niet het conservatieve evangelie van een zo klein mogelijke federale overheid, en lage belastingen, zoals Ted Cruz doet. Zijn boodschap is beter afgestemd op de kiezers in Appalachia, en daarmee op het Amerika van nu. Hij combineert hun woede over het falen van de overheid met een pleidooi voor actie van bovenaf. Hij wil het niet anders doen, hij wil het béter doen. De talrijke sociale voorzieningen, niet populair onder conservatieve preciezen, wil hij in stand houden. Veel inwoners in Appalachia maken gebruik van gesubsidieerde ouderenzorg, uitkeringen, of veteranenpotjes.

Trump richt zich sterk tegen vrijhandel, de laatste decennia vrijwel onomstreden bij beide partijen. Het ‘verschepen’ van banen naar lagelonenlanden komt volgens hem door ‘de slechte deals’ die Amerikaanse regeringen met buitenlandse handelspartners maakten. In Appalachia letten ze op als Trump zoiets zegt. Ze verwachten geen ideologische scherpslijperij, maar ze willen een actieve leider die hun zaakjes regelt.

Een John Fetterman in het Witte Huis.

Al Burghart is Republikein, maar ook hartstochtelijk aanhanger van de linkse burgemeester Fetterman. „Hij is de held van de working class”, zegt hij. Burghart studeerde een paar jaar filosofie, en leerde een les die ook op politiek toepasbaar is. „In beide werelden heb je veel verschillende wegen, die allemaal nergens toe leiden. Ideologie is zinloos. Je hebt leiders nodig die je begrijpen. Trump is een vreemde vogel, maar wel iemand met praktische ideeën.”

John Fetterman voelt zich thuis bij de ideeën van Bernie Sanders, ze voeren zelfs samen campagne in Pennsylvania. „Ik sta op tegen de grote belangengroepen”, zegt hij. Hij is kritisch over de vuurwapenlobby van de NRA, maar bezit wel een vuurwapen. Net als Trump en Sanders is hij kritisch over de vrijhandel, die volgens hem „deze gemeenschap uit elkaar heeft gereten”. „Het vertrouwen van de kiezer hangt samen met hoe goed de economie het hier doet. We hebben beleid nodig waar in de eerste plaats Amerika van profiteert.”

Gisele Fetterman zegt dat verandering in Braddock langzaam gaat. „Veel problemen zijn structureel, die kunnen we niet zomaar oplossen.” Er zijn wat mensen in Braddock komen wonen, zoals een paar nieuwsgierige hipsters. „Maar de meeste huizen zijn zo verwaarloosd, dat opknappen geen zin meer heeft. Het drinkwater is vervuild, de lucht is vies. Bewoners die weg willen, kunnen niet weg, omdat ze hun huis niet meer kunnen verkopen.”

Winkelier Al Strozier is een van de laatste winkeliers van Braddock. Hij verkoopt drankjes en snacks in een propvol winkeltje. Hij kijkt met gemengde gevoelens naar de daadkracht van de burgemeester en zijn vrouw. De Fettermans maken de bevolking ook passief, zegt hij. „Ze doen alles voor ons. Ze regelen een biologische groentemarkt, geven van alles weg. Maar ze maken ons ook lui. Wat moeten we als ze op een dag weer weggaan? Dan gaan we wachten op een volgende leider.”