De oorlog in Syrië is onze oorlog

Terugtrekken achter de dijken zal ons niet buiten schot houden – niet in de Eerste Wereldoorlog, en niet nu. Leer liever van de zelfbeheersing van toen, zegt Conny Kristel.

Propaganda tijdens de Eerste Wereldoorlog: Nederland, afgebeeld als boerin, is neutraal en trekt zich weinig aan van keizer Wilhelm. Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Th. Molkenboer

De Eerste Wereldoorlog is onze geschiedenis ingegaan als de oorlog van anderen. Maar de invloed op het leven in Nederland was groter dan we doorgaans denken. De huidige gewapende conflicten in Syrië ziet menigeen ook het liefst als de oorlog van anderen. Maar de oorlog in Syrië en Irak is niet alleen een lokaal conflict. Nederland is oorlogvoerende partij en draagt medeverantwoordelijkheid voor het ontstaan van het conflict. De bommen waarvoor de bevolking op de vlucht slaat, vallen mede namens ons - en ze vallen bovendien uit Nederlandse F-16’s.

Europa wordt omringd door regio’s en landen die in staat van oorlog verkeren, met dramatische gevolgen, en het einde daarvan is niet in zicht. De reacties hierop lopen sterk uiteen. Generaliseren is altijd lastig, maar een tamelijk grote groep Nederlanders meent dat een terugtrekking achter de dijken Nederland zal beschermen tegen de boze buitenwereld en dus zal vrijwaren van vluchtelingen, aanslagen enzovoorts. Met gesloten grenzen zouden Nederlanders zich in alle rust kunnen wijden aan binnenlandse problemen.

Uit deze groep komen ook de demonstranten tegen de komst van vluchtelingen voort. De manier waarop zij hun stem verheffen en hun opvattingen kracht bijzetten, is ijzingwekkend.

Honderd jaar geleden was het neutrale Nederland omringd door oorlog. Omdat Nederland militair niet deelnam aan de Eerste Wereldoorlog, is deze in het collectieve bewustzijn ‘de oorlog van anderen’ geworden. Inmiddels weten we dat de oorlog bepaald niet aan Nederlanders voorbij ging. Er waren Belgische vluchtelingen, nieuwe wapens en nieuwe, steeds vernietigender vormen van geweld die niet alleen onder militairen maar ook onder burgers slachtoffers eisten. De onverzoenlijkheid en de manier waarop de oorlog werd gevoerd, riepen destijds politieke, militaire en existentiële vragen op. De stemming werd sterk gekleurd door onzekerheid.

Tot zover zijn de parallellen tussen toen en nu heel duidelijk. Maar Nederlanders reageerden, lijkt het, honderd jaar geleden in het algemeen milder en kalmer op de ingrijpende gevolgen van de oorlog.

De reacties op de komst van honderdduizenden Belgische vluchtelingen in oktober 1914 spreekt in dit verband boekdelen. Daarbij deden zich ook moeilijkheden en wrijvingen voor, maar allesoverheersend is de golf van humanitair enthousiasme en mededogen die over Nederland sloeg. Lokale autoriteiten en inwoners van grensgebieden in Nederland waren verontwaardigd dat zij vanwege de staat van beleg waren uitgesloten van de hulpverlening. De inwoners van Amsterdam die de ‘intocht’ van de Belgische vluchtelingen gadesloegen, keken zwijgend toe: ‘Met meedoogen zag men den armelijken stoet doortrekken’, schreef de verslaggever van Algemeen Handelsblad.

Dat mededogen is ook momenteel aanwezig, getuige de toewijding en inzet van veel vrijwilligers, maar is bepaald niet algemeen, en dat stemt tot nadenken.

Dit geldt ook voor de hedendaagse opwinding en agressie. De jaren van de Eerste Wereldoorlog waren voor Nederlanders ook onrustige en onzekere tijden. Regelmatig liepen de nervositeit en opwinding tamelijk hoog op, bijvoorbeeld in de periode rondom het uitbreken van de oorlog en in 1918 toen revolutionair geweld in Europa om zich heen greep. Maar destijds was er sprake van een zelfcorrigerend vermogen – niet alleen van de zijde van autoriteiten, maar ook van individuele burgers. Men realiseerde zich kennelijk dat zelfbeheersing belangrijk was en hield de teugels van de emoties stevig in handen. Alsof er collectief en individueel een handrem bestond om ontsporingen te voorkomen.

Alleen al vanwege dat mededogen en zelfcorrigerend vermogen, beide onontbeerlijk voor een functionerende en humane samenleving, is het nuttig stil te staan bij de manier waarop Nederlanders tijdens de jaren van de Eerste Wereldoorlog omgingen met de onzekerheid en dreiging van militair dan wel politiek geweld. Zij ondervonden al dat de neutrale status niet betekende dat Nederlanders onbekommerd hun leven konden voortzetten, terwijl de oorlogvoerende buurlanden hun conflict uitvochten.

Inmiddels is de politieke en militaire positie van Nederland in de wereld ingrijpend veranderd. De realiteit gebiedt te onderkennen dat het steeds minder realistisch is te denken dat een terugtrekking achter de dijken Nederland buiten schot zal houden in oorlogen en de gevolgen daarvan. Al met al genoeg reden om mededogen te stimuleren en te organiseren en nog eens naar die haperende handrem te kijken.