Bij koude muizen groeien tumoren sneller dan bij muizen in warm lab

Foto Istock

Labmuizen worden vaak gehouden bij een te lage temperatuur, waarbij de diertjes voortdurend moeten bij stoken om warm te blijven. De muizen eten gewoon een beetje meer, maar voor biomedische proeven kan het desastreus zijn.

Dat schrijven immunologen Bonny Hylander en Elizabeth Repasky van het Roswell Park Cancer Institute in de Verenigde Staten deze week in het blad Trends in Cancer. Het blijkt dat tumoren sneller groeien in koude muizen dan bij dieren in een omgevingstemperatuur waarbij ze geen energie verbruiken om warm te blijven, ofwel 30 °C.

Elke graad lager kost de muis flink wat extra energie. Dat gaat vermoedelijk ten koste van de activiteit van hun immuunsysteem, dat ook een energieslurper is. Zonder goede afweer groeien tumoren sneller, denken de onderzoekers, en hebben tumorremmende medicijnen mogelijk minder effect.

Mogelijk wordt er nog meer verstoord. In een relatief koude omgeving produceren muizen ook meer noradrenaline, waardoor de insulineafgifte vermindert. Dat betekent dat het bloedsuikergehalte van de dieren omhoog gaat.

Toch moet de thermostaat in de muizenkooi niet naar 30 graden, schreef fysioloog Jaap Keijer van de Wageningen Universiteit in 2012 in Molecular Metabolism. Dat zou voor mensen, volledig gekleed, neerkomen op 23 °C – we vinden dat veel te warm. Toegerekend naar de muis zou de ideale omgevingstemperatuur neerkomen op 23 tot 25 °C, en zelfs nog een paar graden lager als ze in groepjes worden gehuisvest en tegen elkaar aan kruipen, aldus Keijer.