Audi stagneert door perfectie

Audi doet modern met de A4 maar grensverleggend is hij niet, vindt Bas van Putten.

Mooi wel. „Perfect decent uitbundig op het randje.”

De nieuwe Audi A4 Avant bij Audi Wittebrug in Den Haag. Op de foto verkoopadviseur Maurice van der Sar. Foto Peter de Krom

Het staat op de kentekenplaathouder, het is menens. ‘Audi – voorsprong door techniek.’ Daar ligt dus de ambitie, haan de voorste zijn. Ik had er ‘Audi – voorsprong door perfectie’ van gebrouwen. De afwerking is volmaakt. Zie hoe strak de auto in de lak staat; zie hoe prachtig recht die carrosserienaden tussen motorkap en voorschermen, respectievelijk voor- en achterdeuren lopen. Hij is de winnende inzending voor het grote premiumconcours, de best gebouwde sportman van de klas.

Maar met ambacht alleen houd je je voorsprong niet. Dat is tijdloos Duits vakmanschap, niet de baanbrekende technologie die het devies belooft. Zo strak schroeft Audi al sinds Helmut Kohl.

De A4 Avant roept een wezenlijke vraag op. Waar staat het merk dat, net als iedereen, voorop wil lopen in het innovatiecorso? Nou, hij doet modern. Hij heeft een virtual cockpit, het fantastisch vormgegeven digitale dashboard dat zijn première trouwens al beleefde in de Audi TT. Een oversized computerspel. Met de View-knop op het stuur kan ik de pseudo-analoge toerenteller en de snelheidsmeter groot of klein maken. Door ze te verkleinen ontstaat op het tft-scherm nog meer projectieruimte voor overige boorddata. Zoals de navigatiekaart die gek genoeg ook via het multimediascherm kan worden opgeroepen, een flatscreen die in iPad-stijl bovenop het dashboard troont; het kan blijkbaar niet dubbelop genoeg in innovatieland. Het multimediasysteem maakt zich verdienstelijk als lange arm van mijn Samsungtelefoon, die ik via de bluetoothverbinding mijn Spotify-speellijst naar het geluidssysteem kan laten opstralen. Ik zie led-koplampen en dito achterlichten, die iedereen heeft.

Verder kan ik er weinig grensverleggends aan ontdekken. Onder de motorkap geen nieuws. Daar ligt een tweeliter viercilinder TFSI-benzinemotor, bekende kost bij alle VW-merken, met 190 pk. De A4 haalt er bijna 240 kilometer per uur mee, genoeg. De versnellingsbak is een zeventraps DSG-automaat met dubbele koppeling, handmatig schakelbaar met flippers aan het stuur. Leuk speelgoed voor de sprint van de ene file naar de andere, en ooit een quantum leap in de transmissiebranche. Niet meer. Hij schakelt sneller dan de auto met ruim 1.400 kilo massa aankan.

Een gesmeerde kijk op werk en leven

Maar Audi wil nog iets. Symbool zijn van de voorsprong door ambitie. Het is een merk voor geslaagde mannen met pakken, sportclubs en netwerken, mannen die gesprekken aanvangen met een gebiedend vertrouwelijk „moet je luisteren”, als opmaat naar een hoorcollege over hun gesmeerde kijk op werk en leven. Mannen ook, die ik meteen zie zien dat ik niet in hun wereld thuishoor. Ik zag er een vanuit zijn Audi-cockpit ongerust naar mijn verschijning staren. Hij zag raar haar dat ik bij hem perfect zag zitten. De business kan keihard zijn.

Die types dus. Van hun auto verlangen ze dat hij hun opwaartse spiraal in de maatschappelijke orde ondersteunt met de sportieve dynamiek die gezien mag worden. De innovatie zit bij de A4 in de doortraptheid waarmee hij zijn milieu sondeert. Je moet zien dat hij duur is, maar in geen geval mag dat omslaan naar de ordinaire pronkzucht van de lager opgeleiden. De verdienste van de meeste Audi’s is gelegen in hun vertaling van dat delicate evenwicht in het beschavingsideaal van hun berijders.

De lichtmetalen velgen zijn met 18 inch relatief bescheiden. De grote ronde uitlaatpijpen links en rechts zijn geraffineerd stout in het nette. Er is een omstandig gedesignde, in geperforeerd leer verpakte automaathendel, met een aparte drukknop voor de parkeerstand die je bij volkse automaatpoken eenvoudiger bereikt door in een rechte lijn naar ‘P’ te schuiven, maar onpraktisch is in lifestylecontext gewaardeerde eigenzinnigheid. In de achterbumper zit een klein roostertje, alsof daarachter nog een carrièremotor staat te dampen. Het is perfect decent uitbundig op het randje.

Wat Audi niet kan is de inflatie van die beeldtaal corrigeren. Omdat er vrij veel accountmanagers zijn, waarvan er vrij veel voor een Audi kiezen, en omdat de A4 bovendien sterk op zijn voorganger lijkt, verdampt zijn attentiewaarde. Mocht die reden voor aanschaf zijn geweest, dan heeft de koper van mijn testauto zijn 56.000 euro in de bodemloze put van de vergetelheid gestort.

Gelukkig is het wel een goede auto. In de kofferbak past voor 500 liter aan ordners, met neergeklapte achterbank drie keer zoveel, hoewel ik weet dat die gedurende de hele leasetermijn recht overeind zal blijven. Het is een sportcombi, alleen het skiluik telt. De A4 zelf is even onaantastbaar als het meubilair, versteende tijdgeest. De enig juiste slogan voor de Audi is zijn straf voor onberispelijk gedrag: stagnatie door perfectie.