brieven

Moet je alles kunnen zeggen? Nee, liever niet

Merkel moet voor het vrije woord staan, meldde de opiniepagina van 20/4. De vraag is ingewikkeld: mag iedereen alles zeggen, ook al is het beledigend, ook al is het niet waar?

Dit alles naar aanleiding van de Duitse tv-presentator. Men noemt hem ook wel komiek of cabaretier, maar grappig is hij niet, alleen maar grof.

Ik krijg de indruk dat veel mensen die presentator verdedigen: alles mag blijkbaar gezegd worden. Ik vraag me dan af, wat die verdedigers van de vrije meningsuiting zouden doen, als iemand voor hun huisdeur zou gaan roepen: je vrouw is een hoer, of: je man is een kinderverkrachter.

Doet de waarheid er niet meer toe? Moet je de beledigingen niet kunnen staven met feiten?

In De Wereld Draait Door wist Freek de Jonge het dilemma aldus te verwoorden: „Mag iemand beledigen? Ja. Mag iemand beledigd zijn en daar op reageren? Ja.”

Intellectuele armoede

Met naar het lijkt welbehagen wordt het abjecte woordgebruik van een zogenaamde Duitse komiek steeds weer herhaald in de media. Het gaat die man niet om meningsuiting maar om zo grof en vulgair mogelijk taalgebruik. Ik kan die woorden hier niet herhalen, ik krijg ze niet over mijn lippen. Politiek en media roepen echter in koor: niets aan de hand, vrijheid van meningsuiting is een groot goed. In werkelijkheid is het een verregaande vergroving en verruwing van de maatschappij. Het doet er niet toe tegen wie of wat het wordt gebruikt, het is gewoon decadent. Als een zogenaamde komiek het zegt, mag blijkbaar alles. En iedereen maar lachen. Omgangsvormen, beschaafd woordgebruik? Weg ermee. Schuttingtaal is normaal. In werkelijkheid is het intellectuele armoede als men zich alleen maar in grof taalgebruik kan uitdrukken. Het is hoogst bevreemdend dat deze verruwing zonder meer wordt geaccepteerd en blijkbaar geestig gevonden. Wanneer, vraag ik mij af, is een uitdrukking of een zin geen vrijheid van meningsuiting meer?

Wat is dan wel het criterium? Wie moet dat bepalen?

Joost S.H. Gieskes, Den Haag

Amsterdam

Fietsers misdragen zich

Wonderlijk, die opwinding van Amsterdammers over de fietsstijl van toeristen.

Deze week was het weer raak in de brief van T. Imhoff (18/4). Soms vallen toeristen op door hun onhandigheid – prima, dan kun je ze ook makkelijk ontwijken.

De misdragingen van autochtonen zijn intussen legio: men rijdt het liefst op het trottoir, met het fietspad als tweede keus, maar dan wel bij voorkeur in de verkeerde rijrichting. Rood en zebra’s gelden niet voor fietsers. En ‘s nachts worden batterijkosten uitgespaard.

Louis Levelt, Amsterdam

Hoofddoek op school

Juf Fatima als non

Ebru Umar heeft groot gelijk met haar kritiek op de gang zaken zaken bij de openbare Gooische School in Laren (12/4). Daar heeft leerkracht Fatima beslist dat zij voortaan een hoofddoek zal dragen. Zij deelde dit per brief aan de ouders mee met de toelichting dat zij zo „dichter bij haar geloof en bij God komt te staan”.

Veel respect voor haar keuze om dat te doen. Maar het betekent echt dat zij ontslag moet nemen, of krijgen, bij de die school.

Ik ben van jaargang 1935 en als kind ben ik naar een katholieke school gegaan. Daar zaten alleen jongens, dus als leerkrachten waren er geen nonnen. Maar bij de meisjes wel, inclusief grote hoofdkap en lang gewaad.

Stel dat in die dagen een juf op een openbare school non zou zijn geworden, en aldus uitgedost voor de klas was gaan staan.

Dan was haar ontslag aangezegd. Op de openbare school behoren docenten niet hun overtuiging uit te dragen, die is op die plek privé.

Erik Jurgens, Amsterdam

Noord-Brabant

Denk aan de drooglegging

In het commentaar dat crimineel Brabant floreert (20/4), mis ik een les uit de geschiedenis. In de VS werd in de jaren twintig door de overheid een belangrijke bijdrage geleverd aan het ontstaan van de maffia met de drooglegging en het alcoholverbod; de maffia had daar grote baat bij. De drugsmaffia in Brabant floreert door een ondoordacht verbod op de teelt van en de handel in marihuana.

Versoepel die aanpak, daar tref je ze het hardste mee.

Marinus Boenders, Tilburg

Juffrouw

Typisch Nederlands dit?

In reactie op de columns van Frits Abrahams en daarop volgende brieven (15/3, 22/3, 14/4, 16/4): Waarom hebben wij als Nederlanders zo’n moeite met ons ‘juffrouw’ en hebben andere West-Europese volkeren dat niet met hun miss, mademoiselle, Fräulein, señorita en signorina ?

J.W.Juttmann, Ankeveen