Toch naar Rio door opzettelijk verlies Fransen?

Waterpoloërs Nederland is voor Rio uitgeschakeld door Frankrijk, dat eerder met opzet een duel verloor. De FINA onderzoekt de zaak, Nederland heeft weer hoop.

Thomas Lucas namens Nederland in actie tegen Frankrijk op het OKT in Triëst. Foto ANP

De Nederlandse waterpolomannen hebben nieuwe hoop gekregen dat zij komende zomer alsnog naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro mogen.

De directeur van de internationale zwemfederatie (FINA), Cornel Marculescu, heeft op een congres in Lausanne gezegd dat de nummer vijf van het olympisch kwalificatietoernooi, Nederland, in aanmerking komt voor een olympisch ticket als de Franse nationale ploeg wordt gediskwalificeerd.

De FINA is bezig met een onderzoek naar de zware nederlaag die Frankrijk eerder deze maand kennelijk opzettelijk leed tegen Canada (13-5), om in de beslissende kwartfinale van het olympisch kwalificatietoernooi in Triëst de sterke Spaanse ploeg te ontlopen. Daardoor speelde Frankrijk tegen Nederland, en won na een serie strafballen. „Ik heb nog nooit zoiets gezien”, zei Marculescu. Voor eind mei zal er een beslissing worden genomen over de Franse ploeg.

De zaak werd aanhangig gemaakt door een oud-international van Canada, die zich kwaad had gemaakt over de instelling van de Fransen.

De voorzitter van de Nederlandse zwembond (KNZB), Erik van Heijningen, zegt desgevraagd dat hij het probleem van de Franse nederlaag breder wil trekken. „Ik vind dat deze discussie groter moet zijn dan alleen Frankrijk”, aldus Van Heijningen, die ook in het bestuur van de FINA zit. „Dit roept echt de vraag op of ons kwalificatiesysteem wel goed ingericht is. Het komt elke keer aan op één wedstrijd. Het systeem nodigt uit tot calculerend gedrag. Misschien moet je zeggen: de Fransen zijn heel erg open en eerlijk geweest. Je kunt ook op een slimme manier niet willen winnen.”

Het systeem nodigt uit tot calculerend gedrag

Erik van Heijningen, voorzitter zwembond

Verbaasd

Volgens Van Heijningen zou het in de toekomst beter zijn bij kwalificatietoernooien uit te gaan van een gewone poule, waarin de beste vier landen zich plaatsen voor de Spelen. „Nu werden alle tickets naar Rio bepaald in één kwartfinale. Iedereen die in de sport zit en die met dit systeem te maken heeft, wordt gedwongen te calculeren. Het kan ook gaan over de vraag met hoeveel doelpunten verschil je wilt verliezen om een ander land te ontlopen.”

Van Heijningen wil nog niet vooruitkijken naar een mogelijk uitkomst van het onderzoek van de FINA. „Maar met vele anderen hebben wij de wedstrijd gezien en ons verbaasd. Ik volg dit op de voet. Maar ik heb de nationale ploeg van Robin van Galen op het hart gedrukt zich niet publiekelijk met de discussie te bemoeien. Wij zijn belanghebbende. Maar ik juich het toe dat FINA dit onderzoekt. Ook om duidelijkheid te scheppen voor iedereen. Ook het Franse team heeft recht op duidelijkheid.”

Bondscoach Van Galen, die zelf aanwezig was bij het duel tussen Canada en Frankrijk, had zich tijdens het toernooi naar eigen zeggen kapot geërgerd aan de instelling van de Franse spelers. „Het leek helemaal nergens op, ik ben na twee periodes het zwembad uitgelopen. Maar ze misten het doel met meters, gaven expres verkeerde passes, ze zwommen heel rustig terug, pakten bewust tijdstraffen. Het verbaasde mij dat de FINA Frankrijk niet al tijdens het kwalificatietoernooi heeft gestraft.”

Badminton

De grote vraag is of de FINA Frankrijk zal willen aanpakken. Vergelijkbare zaken zijn er in het recente verleden wel geweest. Bij de Spelen van 2012 in Londen werden acht badmintonsters uit Indonesië, Zuid-Korea en China gediskwalificeerd nadat zij expres hun wedstrijden hadden verloren om een zwakkere tegenstander te treffen in de kwartfinales.

Pikant is dat de mogelijkheid bestaat dat Van Heijningen in zijn rol als FINA-bestuurder mogelijk moet meebeslissen over de eventuele diskwalificatie van Frankrijk – en daarmee over de promotie van Nederland naar de Spelen.

Van Heijningen: „Het ligt in handen van het FINA-bestuur, maar we hebben dit nog niet eerder meegemaakt. Als het in het grote bestuur wordt besproken komt het ook op mijn bord. En dan zal ik goed nadenken of ik daar over mee zal beslissen of niet.”