Temper de emoties in het nieuws

Emotie in de journalistiek is prima, maar kan het ook wat minder primitief, vraagt Xandra Schutte.

In de veelgeprezen animatiefilm Inside Out verhuist het elfjarige meisje Riley met haar ouders van een lommerrijke buitenwijk naar de grote stad San Francisco. Het is een triviaal verhaal over verlies; het echte drama vindt dan ook in Rileys hoofd plaats. In de film wordt dat verbeeld door een controlekamer waarin de poppetjes vreugde, boosheid, afkeer, angst en verdriet ieder voor zich op de knoppen proberen te drukken. In het hoofd van Riley zie je een oorlog der instincten. Er is geen regisseur. Het verstand is afwezig.

Het nieuws lijkt maar al te vaak op Rileys controlekamer: de basisinstincten strijden om voorrang, de rede speelt een ondergeschikte rol. Wat ook opvalt: de emoties zijn enkelvoudig en staan lijnrecht tegenover elkaar. Onversneden woede strijdt tegen onbeperkt mededogen, argwaan tegen goedgelovigheid. Dat gevoelens meestal veel gemengder zijn, lijkt naar de achtergrond te verdwijnen.

Je zag dat aan de verslaggeving van de protesten in Steenbergen tegen de komst van een asielzoekerscentrum. Tijdens de inspraakavond in een sporthal zorgen woedende mensen met hun gejoel en geschreeuw dat er überhaupt niet gesproken kan worden. Eén inwoonster durft het toch op te nemen voor de vluchtelingen. Ze wordt uitgejouwd, met agressie overladen en door politiemannen naar huis geëscorteerd.

Het leek zo overzichtelijk: een eenzame heldin met een goed hart, tegenover een haatdragende menigte. Later volgde de nuancering. De standpunten blijken au fond niet zo verschillend. Zij pleit weliswaar voor de opvang van vluchtelingen in Steenbergen, maar is tegen een groot azc met zeshonderd plaatsen. Tegenstanders vinden ook dat vluchtelingen menswaardige opvang verdienen, alleen niet in een grootschalig azc in hun kleine gemeente. Jawel, de media brengen ook de nuance – maar wel vaak nadat eerst het schrille beeld is neergezet. Er wordt graag gezegd dat ‘de’ media niet bestaan, dat er een groot verschil is tussen de kwaliteitskrant en de onderbuik in sommige online media. Dat is helemaal waar, en toch ook niet. Zeker bij breaking news is de mediastorm zo heftig, dat er geen ontkomen aan is en de enkelvoudige gevoelens overheersen.

De aanslagen in Brussel waren nog nauwelijks gepleegd of er begon een niet aflatende nieuwsgolf. Te midden van de slachtoffers, de glasscherven en het instortende plafond van de vliegveldhal deden de journalisten verslag. Het zijn allang niet meer alleen radio- en tv-journalisten die op zo’n moment permanent ‘live’ zijn, ook de kranten brengen ‘live’ blogs en op de sociale media buitelen de berichten over elkaar heen. Voortdurend klonken de woorden horror, paniek, dreiging en terreur. ‘Europa in het hart getroffen’, heette het al snel, en overal.

De nadruk op conflict werkt cynisme in de hand

Ook bij gevoelige maatschappelijke thema’s die niet breaking zijn zie je de overdaad aan de enkelvoudige emoties. Tijdens de eindsprint in de verslaggeving over het Oekraïnereferendum ontstond een opgewonden sfeer, als aan de vooravond van een finale van het Nederlands elftal. Elke provocerende uitspraak van een populistisch politicus krijgt zo veel ruimte dat zij nauwelijks campagnebudget nodig hebben.

Waarom is dit een probleem? In de eerste plaats lijkt de gretigheid waarmee media op gepolariseerde onderwerpen springen – immigratie, integratie, islam – de polarisatie te versterken. In de tweede plaats werkt de nadruk op het conflict, zeker als het om politiek en bestuur gaat, cynisme in de hand. In de derde plaats is het de vraag of de vloedgolf aan emotioneel nieuws ons niet murw maakt.

Voor Inside Out werd gebruik gemaakt van de recente inzichten in de psychologie en neurobiologie. In de geschiedenis van het westerse denken worden emoties als vijanden van de rede gezien, vertelden de betrokken psychologen in The New York Times, maar het is omgekeerd: emoties organiseren het rationale denken eerder dan dat ze het ontwrichten. Ze gaven wel toe dat ze liever méér emoties een rol hadden laten spelen in Rileys hoofd, maar meer dan vijf overzichtelijke karakters, dat bleek te veel voor goed drama.

Inside Out is toch een subtiele film doordat, met dank aan de psychologen, duidelijk wordt dat emoties niet op zichzelf staan, geen rivalen zijn. Uiteindelijk leert Riley vrede te hebben met de verhuizing, als vreugde, verdriet en boosheid samenwerken. Enkelvoudige emoties zijn zo in een complexe emotie veranderd.

Het is iets waar de media van kunnen leren. De emotionalisering laat zich niet meer terugdringen, dat zou zelfs niet wenselijk zijn. In de hedendaagse filosofie, psychologie en neurowetenschappen is er het besef dat emoties aanzetten tot maatschappelijke betrokkenheid. Media kunnen laten zien wat er in de hoofden van mensen omgaat, en daarmee aanzetten tot empathie. Daar is misschien vertraging voor nodig, want waarom zouden álle media zich in de ratrace storten om de snelste te zijn? Maar vooral moeten journalisten de enkelvoudige emoties wantrouwen. Die bestaat alleen in fictie. En dan is het nog slechte fictie ook.