Schrijvers, kom uit die hoofden! En geef ons een keisnijder

Stel, u bent een hoogopgeleide, mannelijke student van onder de 25 uit een Nederlandse stad. U heet Paul of Pieter. En, o ja, u bestaat niet. Dan is er een gerede kans dat u een Nederlands romanpersonage bent, zo blijkt uit de Personagebank, een project van de Universiteit Utrecht waar de kenmerken van inmiddels 684 Nederlandse karakters uit 133 romans zijn bijeengebracht. En binnenkort méér, want iedereen kan romans en romanfiguren toevoegen aan de lijst. Wel bestaande personages natuurlijk. U mag niets verzinnen.

Het project is bedoeld om onderzoek te doen naar diversiteit in Nederlandse romans, maar ik beleef vooral veel plezier aan de details. Geweldig is de lange lijst met losse personages waar je vrijelijk in kunt rondneuzen. Zo is er het personage ‘God’ opgenomen in de database als: ‘hoofdpersonage’. Zijn Geslacht: ‘man’. Beroep: ‘Schepper’. Bij leeftijd, woonplaats, afkomst en opleidingsniveau staat keurig ‘onbekend’. Maar er is ook een zekere Carlito Pepito: ‘nevenpersonage / Man / 0-25 / Laagopgeleid / Drugsdealer Autoverkoper Zakkenroller.’ Hij komt uit een roman waarvan ik nog nooit had gehoord: De keisnijders van Pieter De Buysser, waarin niet alleen vier keisnijders voorkomen, maar ook iemand – hij heet Hans – met als beroep ‘bedenker spel’. Welk spel? Ik kan niet wachten om De Buysser te lezen.

Intussen maak ik me zorgen om het personage in de hedendaagse literatuur. Niet om de hoofdpersoon, maar om de rest. Nederlandse schrijvers kruipen steeds liever ‘in de huid’ of ‘in het hoofd’ van één hoofdpersoon. Soms zijn ze dat bijna zelf (de twee laatste winnaars van de Librisprijs), soms zijn het anderen. Zo kruipen de dit jaar voor de Libris genomineerde auteurs in de hoofden van respectievelijk Ted Hughes (Palmen), een slappeling (Thomése), een pedofiel (Schilperoord), een zelfspeurder (Verbogt), een vechter (Boogers) en een migrante (Van Leeuwen). Dat kan mooie boeken opleveren en niet elke verteller is hetzelfde (zo kijkt die van Van Leeuwen meer naar de buitenwereld dan de anderen), maar ik kon een gevoel van monotonie niet onderdrukken. Ook al omdat vrijwel al die vertellers ‘onbetrouwbaar’ zijn; ze kennen of bekennen hooguit halve waarheden, wat de lezer wat te puzzelen geeft. Een effectieve literaire techniek, maar toch echt een techniek.

Zo overviel mij bij de Librisnominaties – de prijs zou ik aan Palmen of Van Leeuwen geven, maar dat terzijde – vooral een groot verlangen naar meerstemmigheid of, ouderwetser nog, een alwetende verteller. Romans die ons niet een mens willen tonen, maar een wereld. Diep doordringend in véél personages. Schrijvers, kom uit die hoofden! En nu ik toch met mijn verlanglijstje bezig ben: ik wil in die ideale roman ook graag nog een keisnijdster en een Schepper (v/m, opleiding onbekend).