Repareer de emissiehandel; de rest is gerommel in de marge

Binnen de klimaatafspraken is een goed werkende emissiehandel cruciaal. Verscherp de regels, schrijft Arthur van Benthem.

Vandaag, op de Dag van de Aarde, ondertekenen meer dan honderd landen het klimaatakkoord uit Parijs van afgelopen december. Het akkoord werd gepresenteerd als historisch en ambitieus. En inderdaad, een verdrag tussen 195 landen met als doel om de wereldwijde temperatuurstijging tot twee graden te beperken, is op zijn minst opmerkelijk.

Toch was de sluitingsceremonie, waar de wereldleiders elkaars handen in de lucht vastpakten, op het randje van gênant. Het leek een happy ending van een Hollywoodproductie waar de wereld uiteindelijk toch werd gered. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger: het bewierookte klimaatakkoord is een opsomming van 195 – al dan niet vage – beloftes die bij elkaar opgeteld hoogstens de helft van de noodzakelijke uitstootvermindering opleveren.

De deal valt of staat met sterk leiderschap in Europa en de VS. We moeten per direct op volle kracht vooruit. Als je het akkoord verkoopt als een historische doorbraak, moet je ook prestaties laten zien. En goed voorbeeld doet goed volgen. Wat Europa moet doen is een snelle en grondige hervorming van het vlaggenschip in de vloot van milieumaatregelen: het Europese handelssysteem in CO2-certificaten. Dit systeem legt een emissieplafond vast voor de CO2-uitstoot van industrie en elektriciteitscentrales, goed voor ongeveer de helft van de totale emissies. Emissiehandel zorgt ervoor dat bedrijven en landen die hun CO2-uitstoot het goedkoopst kunnen verminderen, het meeste werk doen. Als beloning verdienen ze aan de verkoop van emissiecertificaten aan bedrijven die minder actie ondernemen. Het totale uitstootniveau voor alle bedrijven bij elkaar ligt echter vast.

Emissiehandel is een prachtig idee, maar het venijn zit in de details. Het recht om een ton CO2 uit te stoten kost momenteel slechts vijf euro. De klimaatschade is echter veel hoger. De prijs zou volgens de Europese Commissie en de Amerikaanse overheid rond de 30 tot 40 euro moeten liggen en volgens veel economen zelfs nog hoger. De huidige lage prijs is een serieus probleem. Het duidt erop dat het emissieplafond niet ambitieus genoeg is. Sterker: vijf euro per ton geeft geen prikkel aan bedrijven om cruciale investeringen in cleantech en energiebesparing te doen.

Europa moet daarom het voorbeeld van Californië volgen en een minimumprijs in de emissiehandel invoeren. Dit betekent dat er geen nieuwe emissierechten meer worden geveild als de prijs beneden het minimum zakt. Bij voorkeur een minimumprijs die de markt wakker schudt. Want een hoge bodemprijs leidt tot minder uitstoot en meer technologische innovatie.

Daarnaast moet Europa de dekking van de emissiehandel uitbreiden naar benzine en diesel, door het toevoegen van raffinaderijen en brandstofimporteurs. Dit geeft meer zekerheid over de CO2-uitstoot van het Europese wagenpark. Geen overbodige luxe in een tijd waarin we de officiële cijfers over het brandstofverbruik van auto’s met een korrel zout moeten nemen. Emissiehandel voor fabrieken, elektriciteit en auto’s geeft controle over het leeuwendeel van de Europese CO2-uitstoot.

De rest van de klimaatmaatregelen is gerommel in de marge. Als de emissiehandel niet werkt, zijn nationale milieuwetten bijna zinloos.

Waarom moet Europa altijd het braafste jongetje van de klas zijn? Omdat de EU er alles bij te winnen heeft. In een periode waarin het gezag van Europa afbrokkelt, biedt het klimaatprobleem een unieke kans om leiderschap te tonen op een dossier van wereldbelang. Laten we deze kans niet verspillen. Actie tegen klimaatverandering biedt het bedrijfsleven (ook het Nederlandse) bovendien unieke mogelijkheden. De markt voor groene technologie is enorm; streng milieubeleid maakt creatief, zo heeft het verleden uitgewezen.

Repareer het systeem van emissiehandel. Stimuleer groene innovatie voordat andere landen ons voor zijn. Ambitieus milieubeleid betaalt zich altijd uit – in reputatie, in welzijn en in euro’s.