Op maandagochtend naar de Coolsingel, dankzij de hooligans

Als Feyenoord zondag de bekerfinale wint dan is de huldiging pas de volgende dag, om half twaalf ’s ochtends op de Coolsingel. Dat is natuurlijk een idioot tijdstip voor een voetbalfeest, maar dat hebben de hooligans helemaal aan zichzelf te danken. De kampioensrellen van 1999 zijn een trauma voor Rotterdam, en ook voor mij.

In mijn feestjurk en op veel te hoge hakken was ik die namiddag van de 26ste april naar het stadhuis gegaan om in de burgerzaal van dichtbij getuige te zijn van de huldiging van het elftal op het balkon, toegejuicht door duizenden fans op de Coolsingel. Ik keek de Feyenoordspelers op de rug toen ze samen met Lee Towers en burgemeester Opstelten ‘You never walk alone’ zongen.

Er werd, ook door de voetballers, stevig gedronken en ikzelf had inmiddels meer interesse voor (Sparta-fan) Hugo Borst dan voor de huldiging zelf. Ik kan me het gespreksonderwerp niet meer herinneren, maar wel het moment later op de avond waarop hij en ik zagen hoe de bodes van het stadhuis de zware gordijnen van de burgerzaal dichttrokken, zodat we niet meer naar buiten konden kijken. We hoorden sirenes, ook een teken dat het buiten mogelijk uit de hand aan het lopen was. Overmoedig door de drank en de euforie vond ik het mijn journalistieke plicht om, op mijn vrije dag, verslag te gaan doen van de gebeurtenissen op straat. Ik rukte me los uit mijn flirt met Borst en belandde al op de stoep van het stadhuis in een heuse veldslag.

Stomme trut, wil je een stoeptegel tegen je achterhoofd?

Op dat moment rukte de ME op richting het Hofplein waar honderden hooligans de aanval openden met stenen en stoeptegels. Op mijn pumps probeerde ik (struikelend over de tramrails) weg te rennen voor een spuitend waterkanon, waardoor ik onbedoeld in de frontlinie terecht kwam. In paniek liep ik richting het peleton ME-ers toen ik door een van de relschoppers naar de grond werd getrokken. „Stomme trut, wil je een stoeptegel tegen je achterhoofd?” schreeuwde hij. „Liggen, NU!”. We zochten beschutting achter een elektriciteitshuisje terwijl de stenen langs onze hoofden scheerden. Bij het Hilton-hotel klonken schoten en sneuvelden ramen. Via het Weena kwam ik uiteindelijk op de Lijnbaan terecht, waar onder luid gejoel winkels werden geplunderd.

Toen Radio Rijnmond onlangs mijn radioreportage herhaalde, hoorde ik voor het eerst de angst in mijn stem, hoog en ongecontroleerd.

Als Feyenoord zondag wint, ga ik maandagochtend samen met mijn 13-jarige zoon toch weer naar de Coolsingel . Ik gok erop dat die idioten op dat onchristelijke tijdstip – net als ik – nog helemaal geen trek hebben in drank of drugs en het dus een vredig huldigingsfeest gaat worden. Laat ik dit keer wel mijn hoge hakken (en mijn flirts) thuis trouwens.