Moord, zwart, liefde en de dood in loom Louisiana

Melissa McCarthy was vorig jaar heel succesvol met Spy, in haar nieuwe comedy The Boss hebben alle grappen last van een ongelukkige timing. Veel beter getimed is de nieuwe roman van Ernest J. Gaines. Hij schreef het in 1993, maar brengt het nu pas uit.

Een blanke drankhandelaar wordt vermoord bij een roofoverval waarbij drie zwarte jongens betrokken zijn. Eén van hen, Jefferson, overleeft het voorval, en houdt tijdens de rechtzitting vol dat hij bij toeval aanwezig was. We schrijven de jaren veertig, in het nog streng gesegregeerde Louisiana. De jongeman heeft dus geen schijn van kans en wordt door een jury van blanke mannen ter dood veroordeeld.

De peetmoeder van Jefferson is bij de zitting aanwezig maar registreert, vooral omdat ze de afloop al weet, maar één ding: dat het woord ‘varken’ valt in de beschrijving van haar stiefzoon. Ze weet Grant Wiggins, de enige zwarte intellectueel van het stadje, over te halen Jefferson in de gevangenis te bezoeken en ervoor te zorgen dat hij sterft als een man, niet als een dier.

Wiggins verzet zich in eerste instantie tegen de opdracht en ziet aanvankelijk ook geen enkel perspectief in Jeffersons passieve houding. Pas als hij hem een kladblok met een potlood heeft gegeven raakt de praktisch ongeletterde jongen los uit zijn lethargie en begint te schrijven. Maar Wiggins bezorgt hem ook een radio, en dat levert een hooglopend conflict op met de zwarte predikant van het stadje. Immers: Jefferson ‘heeft God nodig in de cel, en niet die zondedoos.’ Dat Wiggins uiteindelijk bereikt wat de peetmoeder hem gevraagd heeft, voelt, ondanks de voorspelbaar slechte afloop, als een kleine overwinning.

Gaines schreef dit boek in 1993; het is bijna geheel fictief al maakte hij gebruik van diverse elementen en verwante gebeurtenissen uit de beschreven periode. Hij vertelt het verhaal in een aangenaam lome stijl die uitstekend de onbeweeglijkheid van de zuidelijke samenleving en de drukkende hitte suggereert waarin het drama zich voltrekt.

Dat de roman zo verbluffend sterk werkt komt met name doordat Gaines van zijn hoofdpersoon, de leraar, geen doortastende held heeft gemaakt, geen bevlogen strijder tegen het onrecht, maar een twijfelende intellectueel die zich aan zijn milieu ontstegen voelt. Hij wil eigenlijk niets liever dan vertrekken, niet alleen vanwege het vanzelfsprekende racisme, maar ook vanwege het voor hem al even verstikkende geloof van zijn zwarte stadgenoten. Eigenlijk lijkt zijn liefde voor de mooie Vivian hem meer bezig te houden dan de aanstaande executie. Wat ook helpt is dat Gaines zijn hoofdpersoon slechts in een enkele passage zijn stem tegen dat onrecht laat verheffen. Juist door die vaak neutraal-beschrijvende toon, waaruit soms een doffe gelatenheid klinkt, maakt dit bijna vergeten boek grote indruk.