Mangiare, pretentieloos met jeugdige dynamiek

foto rien zilvold

We hadden onze zinnen gezet op Italiaans. Mangiare (Italiaans voor eten) bestaat al langere tijd in de gegentrificeerde Van Oldenbarneveltstraat als restaurant annex delicatessenzaak annex wijnbar, maar opende laatst een filiaal in de Pannekoekstraat die zo hevig aan het gentrificeren is dat de gemeente hem voor een deel heeft opengegooid. Onder de grond moet ook alles kloppen.

Dáár wilden we heen. Juist op dat nieuwe adres bleek het niet mogelijk om te reserveren, hoorde ik toen ik belde. We moesten de avond waarop we ons bezoek hadden gepland maar op ons geluk vertrouwen.

Het toeval had me eerder die week in een ander Italiaans restaurant gebracht, gelegen in uit de polderklei gestampt suburbia. We zijn de tijd van de mandflessen aan het plafond gelukkig allang voorbij, maar op de een of andere manier verwacht je in een zaak die zich Italiaans noemt op zijn minst één Italiaan, liefst een Italiaanse mamma die staat te koken alsof haar leven ervan afhangt. Zij had die slappe pizza en sufgekookte pasta vast niet laten passeren. Maar over die zaak hoef ik gelukkig niet te schrijven.

Nu gebiedt de eerlijkheid mij om te zeggen dat ik in de nieuwe Mangiare (waar het geluk ons in de vorm van een vrij tafeltje toelachte) ook niemand heb gezien die mogelijk van Italiaanse komaf is. Onze keuze werd opgenomen door een jongeman die alle beschikbare gerechten uit zijn hoofd opsomde; een jonge vrouw zette de borden op tafel met de waarschuwing dat ze heet waren. Ook achter de vitrine met verse ingrediënten stond een jonge vrouw. Ik wil maar zeggen dat de nieuwe Mangiare een jeugdige dynamiek uitstraalt. Er heerst een vrolijke en pretentieloze sfeer. Op gezette tijden beslaan de ramen doordat buiten april doet wat-ie wil. Even de deur open, ook weer opgelost.

Ik keek uit op de Nieuwemarkt, het wederopbouwwinkelcentrumpje uit 1955 tussen Botersloot en Pannekoekstraat, en zag daardoor pas later hoe krap bemeten de ruimte is waarin wordt gekookt.

Eerst krijgen we brood; de olie wordt uit een knijpfles in een schaaltje gespoten. Lekker gewoon. Lekker brood ook, trouwens. Bij wijze van antipasti hadden we de burrata met parmaham en vijgen en de vitello tonnato besteld. Burrata (‘boterachtig’) is een mozzarella-achtige uit Puglia waaraan room is toegevoegd. De combinatie met het fijngesneden vlees en de vijgen kon de goedkeuring van mijn dochter wegdragen, al liet ze van de vijgen de zachte, en volgens mij eetbare, schillen liggen.

Het kalfsvlees op mijn bord was mooi roze, de tonijnsaus romig en dankzij de kappertjes friszuur van smaak. Op de bodem van het bord lagen de tegenwoordig onvermijdelijke rucolablaadjes die aan het geheel een notig toontje toevoegden.

Charlie kreeg daarna haar hoofdgerecht dat met enige spektakel aan de bar werd bereid. Daar lag een uitgeholde parmezaanse kaas waar de gekookte spaghetti met een vork doorheen werd gehaald. Dit leverde een carbonara op die helemaal aan de verwachtingen voldeed.

Ikzelf was gevallen voor de risotto met garnalen, opgediend met halve kerstomaatjes, peterselie en geraspte parmezaan. Hoewel het diepe (en inderdaad hete bord) ruim voorzien was van olijfolie, had de risotto wel natter gemogen, romiger in elk geval en hoe dan ook een tikkie gaarder. Risotto luistert nauw. De garnalen waren verrassend knapperig, precies gaar.

De rode huiswijn werd geschonken in zo’n kampeerglas van Duralex. Ook weer lekker gewoon dus.

Gewoon lekker waren daarna de tiramisu en de limoentaart die we deelden. Ik realiseerde me dat niemand iets had gezegd over prijzen. Zodoende viel de rekening van 69,75 euro alleszins mee.