Mafkees die vechters leert incasseren

Thom Harinck traint niet alleen met groot succes Nederlandse kickboksers, hij bracht er ook veel terug op het rechte pad.

Thom Harinck in zijn sportschool in Landsmeer: „Al mijn leerlingen waren bang voor me.” Foto Olivier Middendorp

„We gaan vandaag rossen”, zegt Thom Harinck. „Geen spielerei.” De 72-jarige kickbokstrainer is functioneel gekleed, in een zwart-rood trainingspak met achterop in geel het logo van Chakuriki, de vechtstijl die hij in 1972 introduceerde.

We rijden van de pont in Amsterdam-Noord naar Landsmeer. In de plaatselijke Fightclub stoomt Harinck zijn pupil, de 32-jarige zwaargewicht (108 kilo) Hesdy Gerges, klaar voor een gevecht om de wereldtitel tegen de Fransman Tony Grégory op 24 april in het Duitse Meppen.

Harinck nam drie jaar geleden afscheid van de kickbokssport, om zich te wijden aan zijn gezin. „Ik ben wel een mafkees, maar ook gehecht aan mijn huis”, zei hij destijds. „Ik ga nu tekeer in de keuken. Aardappelen schillen. En ik rijd Marjan naar haar afspraken. Kan zij in de auto bellen en rapporten lezen.”

Harinck is getrouwd met hoogleraar Sport en Recht Marjan Olfers. Zij was ooit zijn leerling. Wat haar destijds als 16-jarige meteen opviel: „Thom had een natuurlijk overwicht. Hij was autoritair en had autoriteit. Dat zijn twee verschillende eigenschappen. Er moest naar hem geluisterd worden. In elke sport zit macht en afhankelijkheid. Thom had die macht van nature.” Twee jaar later kregen ze een relatie.

Harinck is 25 jaar en acht maanden ouder dan Olfers en heeft naar eigen zeggen „bijna” geen middelbare school van binnen gezien. Olfers heeft carrière gemaakt als juriste. Een opvallend stel, dat het goed doet in de media. Zij als expert op het gebied van matchfixing en doping. Hij als sussend geweten van het kickboksen, wanneer een vechter periodiek de doodlopende weg naar de criminaliteit is ingeslagen. Ze prikkelen ook door het contrast van hun uitstraling: oerkracht versus hersens, macho straatcultuur versus juridisch vernuft, speelse krijger op leeftijd versus bedachtzaam formulerende professor.

Voor schut zitten

Het taalgebruik van Harinck is vooral trefzeker. Een pitje is een vuistslag. Een ros krijg je voor je kop. Een kegel deel je uit. Een gouden of een ijzeren is alles of niets. Voor schut zit je in de gevangenis. In een vorig leven, vóór Marjan, heeft hij zelf twee keer voor schut gezeten. Voor een handgemeen in een discotheek in Haarlem, waar hij uitsmijter was. En later wegens een niet uit te leggen kloof tussen levenswijze en opgegeven inkomsten. „Ik was een bengeltje, een sensatiebak, een makkelijke gozer”, zegt Thom in de auto. Marjan voorkomt volgens hem ontsporingen.

Onrust in zijn donder, de dojo in het bloed. Toen Hesdy Gerges zich eind 2015 meldde met de vraag of Harinck hem weer wilde trainen stemde hij na enige bedenktijd toe. Gerges was naar eigen zeggen knock-out. Hem hing een gevangenisstraf van 4,5 jaar boven het hoofd, wegens vermeende betrokkenheid bij cocaïnesmokkel in Antwerpen, zes jaar geleden. Het arrest is dinsdag door het Hof van Cassatie in België vernietigd.

Harinck had Gerges destijds nog gewaarschuwd: „Blijf uit de buurt van mannen met dure schoenen en telefoontjes. Hij luisterde niet. Dan moet je het zelf maar weten. Punt is: al die kampioenen zwaargewicht zijn gewild. Daar lopen criminelen mee weg. Als ze een zaakje moeten opknappen hoeven ze alleen maar knokkertjes als Hesdy mee te nemen.”

Vervelend jochie

Gerges zocht naar ‘de sportman in zichzelf’ en landde als vanzelf bij Harinck. Ze kennen elkaar vijftien jaar, vertelt hij in de sportschool in Landsmeer. „Ik was een vervelend jochie. Hield niet van autoriteit. Een vriend zei: ‘Je moet gebruik maken van je lichaam.’ Toen ik bij Thom kwam had ik als kickbokser drie wedstrijden gewonnen. Ik dacht dat ik er al was, maar kreeg er tijdens de training van langs. Bij hem heb ik leren incasseren. Na afloop praatte hij met me. Hij luisterde, gaf me zelfvertrouwen.”

Vechtsporter aan lager wal op zoek naar een disciplinerende trainer is natuurlijk een cliché dat het goed doet in films en documentaires, maar in dit geval zit er een kern van waarheid in. De afgelopen jaren hebben veel kickboksers verteld over ‘de methode Harinck’: snoeihard trainen, grenzen verleggen, onvoorwaardelijk vertrouwen en oprechte interesse van de ‘sensei’ in zijn pupillen.

Sinds de jaren zeventig heeft Harinck naar eigen zeggen ‘duizenden leerlingen’ in zijn Chakuriki kickboksscholen gehad. „Jongens die afgleden in de criminaliteit heb ik nooit de rug toegekeerd. Ik wees ze op de risico’s en gevaren. Ik had ook boys die heel vroom werden. Dat zag je meteen: hun baard werd steeds langer. Later kwamen ze dan binnen in een lange jurk. Zei ik tegen ze: ‘Kan je ook niet meer naar de hoeren.’ Dan lachten ze: ‘Nee sen, nu kan het nog.’ Ik had meiden die niet mochten trainen zonder hoofddoekjes. Dan maar mét. Maar er was een grens. Als ze van hun net zo vrome moeders geen buiging mochten maken naar de trainer zei ik: ‘Zoek maar een andere school.’ De jongens durfden mij vaak meer te vertellen dan hun eigen vader. Als ze verkeerde dingen deden voelden ze zich rot. Dat zag je. Dan dacht ik: Jij bent nu niet zuiver op de graat. Maar ik waarschuwde de politie nooit. Die moet zelf opletten.”

Harinck heeft in zijn vechtscholen indien nodig altijd orde op zaken gesteld. In zijn eerste Chakuriki-pand in de Cliffordstraat vloerde hij begin jaren zeventig een karateka van een concurrerende discipline die hem sommeerde zijn ‘winkeltje’ te sluiten. In Pancration aan de Zilverberg kegelde hij als nieuwe eigenaar de eerste dag van de training een boomlange gewichtheffer neer die niet naar hem luisterde. Toen hij Pancration in 2002 overnam maakten Hells Angels er de dienst uit. Hij wees ze niet de deur maar maakte wél duidelijk dat er een andere wind ging waaien. Ze moesten contributie betalen en zich aan de regels houden.

„Als ik vroeger voor het begin van de training een haar op de vloer vond”, zegt hij in Landsmeer, „moest die worden schoongemaakt. Vloeken was niet toegestaan. Als mijn boys een minuut te laat waren, ook al waren ze wereldkampioen en heetten ze Peter Aerts, Branko Cikatic of Badr Hari, moesten ze vijftig keer opdrukken voor de groep. Mijn leerlingen waren bang voor me.” Hij kijkt me met zijn staalblauwe ogen strak aan. „Alle leerlingen. Ze hadden een haat-liefdeverhouding met me.”

Uitputtende sessie

„Al tijdens het touwtjespringen aan het begin van de training ziet Thom hoe ik eraan toe ben”, zegt Gerges. Wat volgt is een uitputtende sessie waarin hij spart tegen twee jongens van een andere kickboksschool. Harinck, na afloop: „Je zit nu op tachtig procent Hes. Ik zag dat je het moeilijk had. Je moet je niet vergalopperen. Neem ook je rust.”

Volgens Harinck heb je twee soorten vechters: degenen die je moet afremmen en degenen die je wakker moet schudden. „Gerges behoort tot de tweede categorie, maar eenmaal bij de les heeft hij de neiging met zijn krachten te smijten.”

Op de terugweg zegt Harinck: „Een goede coach is dertig procent van het gevecht. Het belangrijkste is: je moet je pupil de indruk geven dat hij beter is. Vroeger hadden sommige boys meer angst voor mij dan voor de tegenstander. Dan zei ik tegen ze: ‘En nou winnen, anders sla ik je kop eraf.’ Dat deed je natuurlijk niet, dat zei je om ze te motiveren.”

Talentjes herkende hij ‘na een uurtje trainen’, kampioenen vormde hij na jarenlange loodzware trainingen. Maar het zijn de pupillen die steun bij hem zochten, die hij op het rechte pad hielp of hield, waar hij nu vooral trots op is. „Jongens en meiden die jaren later laten weten hoeveel ze aan mijn lessen hebben gehad. Dat ze hebben leren incasseren, ook buiten de ring. Dat ze het leven beter aankunnen.”