Kritiek op de ECB mag, maar is voor een groot deel hypocriet

We horen het wel, maar we luisteren niet. Zo reageerde Wim Duisenberg, de eerste president van de Europese Centrale Bank, kort na de invoering van de euro op de politieke druk die op de centrale bank werd uitgeoefend. Mario Draghi, alweer de derde bankpresident, deed het donderdag anders. Hij reageerde fel op de kritiek op het zeer ruime monetaire beleid van de ECB, die in Duitsland hoog oplaait. Minister van Financiën Schäuble weet de opkomst van de rechtse partij Alternative für Deutschland ‘voor de helft’ aan het ECB-beleid dat spaarders en pensioenfondsen zou duperen. Draghi zei donderdag dat de ECB er niet alleen voor Duitsland is, en volgens de wet opereert. Die wet, vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, stelt dat de ECB onafhankelijk is. Sterker nog, volgens Draghi zaait kritiek wantrouwen, en dat zorgt er voor dat het beleid minder effectief is.

De Italiaanse centrale bankier heeft gelijk. De bestrijding van inflatie kan beter aan centrale banken worden overgelaten dan aan politici. De onafhankelijkheid van de ECB is een groot goed. Maar aan beide kanten zit de situatie genuanceerder dan op het eerste gezicht lijkt. De extreem lage rentes van dit moment zijn zeker niet alleen te wijten aan de ECB zelf. Er is sprake van een mondiaal spaaroverschot dat de rentes vanzelf drukt. Duitsland – en Nederland – zijn, met hun enorme overschotten op de betalingsbalans, daar zelf een exponent van.

Anderzijds verkent de ECB op dit moment de uiterste grenzen van zijn mandaat, het bewaken van de prijsstabiliteit in de eurozone. Het actief bewaken van de financiële stabiliteit, met name tijdens de eurocrisis, is er bijgekomen. En het opkoopbeleid van staatsleningen, om die tot nader order op de balans te houden en te verversen, komt gevaarlijk dicht bij de directe financiering van overheden met centralebankgeld. Dat kan veel, met name zuidelijke eurolanden, weerhouden van het saneren van hun begroting.

Het Internationaal Monetair Fonds wees twee jaar geleden op een mogelijk ‘democratisch tekort’ als de taken van de centrale bank zodanig worden uitgebreid. Vooralsnog moet echter worden geconstateerd dat de ECB vooral door een gebrek aan gezamenlijke daadkracht van de regeringen van de eurozone in deze, uitgedijde, rol gedwongen is.

De beste manier om invloed uit te oefenen op dit beleid is om zelf het initiatief weer te nemen. Een passend begrotingsbeleid en economische politiek zouden het monetaire beleid moeten flankeren. Dat is beter dan de ECB eerst te veel in de schoenen te schuiven, en dan haar onafhankelijkheid ter discussie te stellen.