Je bent óf voor óf tegen Erdogan

Bevriend staatshoofd Het Turkse consulaat veroorzaakt stampij met een oproep om beledigingen te melden. Maar dat zou „een misverstand” zijn.

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan staat erom bekend dat hij beledigingen aan zijn adres niet over zijn kant laat gaan. Foto Adem Altan/AFP

President Erdogan beledigen doe je niet. „Dan beledig je ons allemaal”, zegt een ondernemer in de Amsterdamse Javastraat. Hij is een van de Turks-Nederlandse kiezers die vorig jaar in meerderheid stemden op de regerende AK-partij. Maar zou hij mensen die de president beledigen ook verklikken? „Nee, natuurlijk niet.” Bij hem in de straat weet iedere Turks-Nederlandse ondernemer van elkaar wie wat stemt. En je mag best tégen Erdogan zijn. Er is onderling discussie genoeg. Felle discussie.

Meld zulke beledigingen wél, was de oproep van het Turkse consulaat in Rotterdam eerder deze week in een e-mail aan diverse Turkse organisaties. Namen van mensen die beledigingen hadden geuit aan het adres van president Erdogan – „via Facebook, Twitter of e-mail” – konden aan het consulaat worden doorgegeven tot en met donderdag.

Haatberichten

De oproep was een reactie op de ophef in Duitsland nadat een komiek de Turkse president onder meer „geitenneuker” had genoemd. Hans Teeuwen noemde hem daarna een „jongenshoertje” en sindsdien kreeg de Turkse ambassade in Nederland tientallen haatberichten.

Onduidelijk is wat het consulaat met de namen wil. Ook onduidelijk is of de oproep vooral is gericht op melden van beledigingen door autochtone Nederlanders – waarschijnlijk het grootste deel – of Turkse Nederlanders. De e-mail leidde gisteren tot vele Kamervragen en Turkse organisaties die vrezen voor een netwerk van klikkers. Kun je als Erdogan-criticus straks nog met een gerust hart op vakantie in Turkije? Donderdagavond noemde het consulaat, geschrokken, de oproep een misverstand.

De e-mail past in het actieve buitenlandbeleid dat Erdogan sinds enkele jaren voert, zegt Floris Vermeulen, onderzoeker bij het Instituut voor Migratie en Etnische Studies. Turken in het buitenland horen nu tot zijn electoraat – ze waren bij de laatste verkiezingen voor de tweede keer stemgerechtigd – en Erdogan kan ze goed gebruiken bij de snelle ontwikkeling van zijn land. Hij ondersteunt hen met taallessen, cultuur, stemadvies.

Nationalisme

Veel Turken in het buitenland zijn met die bemoeienis alleen maar blij. In landen als Nederland, Duitsland en België is het nationalisme onder hen sterk, zegt Vermeulen. Deels omdat Erdogan deze arbeidsmigranten, afkomstig uit het conservatieve midden van Turkije, altijd heeft gesteund.

„Dit is zijn achterban.”

Maar óók omdat nationalisme onder Turkse Nederlanders sterker aanwezig is dan bij andere etnische groepen. Vraag het rond in de Javastraat: ze volgen de ontwikkelingen in Turkije via internet en tv allemaal op de voet. Juist ook jongeren. „Dat is de integratieparadox”, zegt Vermeulen. „De derde generatie kent Nederland beter en ziet de moeilijkheden van haar positie.” Jongeren voelen zich in de hoek gezet, zien dat het goed gaat met hun vaderland en scharen zich met trots achter hun leider.

Maar onder Turkse Nederlanders is óók de polarisatie toegenomen, sinds de Taksim-protesten in 2013. „Je bent óf voor óf tegen Erdogan”, zegt Vermeulen. „Iets daartussen is er niet meer.” Daarmee is de nuance uit elke politieke discussie verdwenen. „En dan helpt zo’n e-mail als die van het consulaat natuurlijk niet.”