‘Ik word heen en weer geslingerd tussen twee werelden’

Sunjeev Sahota is bejubeld om zijn immigratieroman, waarin het niet om heimwee gaat maar om overleven in het land van aankomst. ‘Wellicht is hechting en onthechting als thema wel passé.’

‘Het is te makkelijk om alle immigranten als één grote zwarte of bruine massa te zien”, zegt de Brits-Indiase auteur Sunjeev Sahota (1981) wanneer we nog maar nauwelijks zijn gaan zitten. Veelvuldig wordt hij gevraagd naar zijn visie op migranten; want daarom draait het in zijn boek Het jaar van de gelukszoekers. De roman werd alom geprezen om de morele vragen die Sahota oproept rondom het leven van vier Indiase immigranten in Engeland. Ze worden honds behandeld en anders dan in veel Indiase romans over een geëmigreerd gezin gaat het hier niet om ontworteling of het gemis aan familie, de traditionele waarden en kruiden van thuis, maar om het overleven in het land van aankomst.

In Het jaar van de gelukszoekers komen drie mannen en een vrouw terecht in Sheffield. Het is knokken om wat geld te verdienen. Van waardigheid is weinig sprake, behalve bij de devote vrouw die alleen het goede wil doen.

‘Ik herken de ervaringen die de terrorist tot zijn daad dreven’

Dankzij de actualiteit werd Sahota vaak gevraagd om op radio en tv te vertellen hoe hij tegenover de vluchtelingenproblematiek staat. „Ik ben daarmee gestopt omdat ik elke keer ambivalent was. Uiteraard vind ik dat iedereen recht heeft om zich te vestigen waar hij wil. En een land als Engeland heeft een zekere verantwoordelijkheid tegenover Indiërs. Ze hebben zestig jaar geleden het land zo’n beetje leeg gehaald; Indiase militairen hebben gevochten in hun oorlogen. Ik ben toevallig in Engeland geboren, maar mijn neven en nichten verdienen een even goed leven als ik. Dat is dan wel iets wat ik zeker weet. Net als dat er ook een verplichting is jegens vluchtelingen uit Syrië of de sub-Sahara. Het Westen heeft daar genoeg vuile handen gemaakt en kan dus nu niet niks doen. Maar elke keer dat ik in zo’n praatprogramma zat, zei ik dingen als: ja, dat is natuurlijk ook waar, en was ik het deels eens met het ene panellid en deels met de ander. Ik was niet stellig genoeg.”

Het beeld past bij de indruk die hij wekt tijdens het gesprek. Hij praat aarzelend en soms bijna stotterend. Wanneer hij de foto’s op de computer van de fotograaf ziet, vraagt hij of hij andere schoenen mag aandoen, omdat gympjes te slordig zijn. Het duurt even voordat hij terug is. „Sorry, ik was verdwaald in de gangen van het hotel.” Snel gaat hij tussen twee deuren staan. De deuren zouden symbolisch zijn voor de twee werelden waartussen hij zich bevindt.

Maar die onzekerheid ten spijt: de lof die hem is toegezwaaid voor zijn romans is ondubbelzinnig. En niet alleen voor dit boek. Door zijn debuut Ours are the streets, waarin een zelfmoordterrorist de hoofdpersoon is, werd hij ‘Brits talent onder de 35’.

Hoe komt het dat ‘Het jaar…’ afwijkt van de gebruikelijke Brits-Indiase roman over migratie?

„Dat heeft te maken met het gebied waar mijn familie vandaan komt, de Punjab. Mensen die van daaruit vertrekken worden geen dokter, docent of computerdeskundige, maar moeten illegaal naar Europa in de hoop een baantje te vinden. De meeste Indiase schrijvers komen uit een omgeving van hogeropgeleiden, ik daarentegen kom uit een wereld waar het illegale vertrek de enige mogelijkheid is om aan een wanhopig bestaan te ontsnappen. Het is onwaarschijnlijk wat mensen bereid zijn te betalen voor zo’n overtocht, maar het is hun enige uitweg naar een ander leven. Dat zijn de verhalen die ik al vijftien jaar hoor.”

Zijn die verhalen in de loop der tijd veranderd?

„Niet de redenen van vertrek, wel de bestemming. Engeland kom je niet makkelijk meer in door de strengere visumeisen. Ze gaan nu naar Nieuw-Zeeland of Australië.”

Is de verandering van plek ook de reden dat de thema’s in Brits-Indiase romans lijken te veranderen. Dat er in de romans van Brits-Aziatische auteurs veel meer woede en focus op de actualiteit lijken te schuilen?

„Ja, dat denk ik wel. Wellicht is hechting en onthechting wel passé als thema en gaat het tegenwoordig meer om wat er nu is en wat we nu denken. We kunnen over alles schrijven, en het hoeft niet per se meer gekoppeld te zijn aan Engeland. Het is logisch dat de onderwerpen dichter bij huis gezocht worden.”

‘Het jaar…’ doet soms ook denken aan ‘A Suitable Boy’ van Vikram Seth, ook een breed uitgewaaierde roman die uit een vergelijkbaar vertelperspectief wordt gepresenteerd.

„Ik ben dol op dat boek, het is een van de eerste boeken die ik heb gelezen. Ik was al ouder, want ik groeide niet op met boeken. Het jaar… wilde ik ook opzetten als een klassiek groot verhaal. Dankzij Vikram Seth ben ik een lezer geworden.”

In ‘Het jaar…’ draait het om rauwe verhalen, maar ook om de devote sikh Narinder, die op zoek is naar het goede. Hoe belangrijk is het goede nog als het alleen om overleven gaat?

„Die vraag is eigenlijk de kern van de roman. Hoe doe je goed en waarom? Dat zijn rare vragen wanneer je moet overleven. Goedheid is luxe. Als er tien mensen zijn en er is één baan dan doen mensen verschrikkelijke dingen om die ene baan te krijgen. Zo gaat dat nu eenmaal. Dat is wat die drie jongens doen. Narinder is het morele centrum van het boek, juist omdat ze vasthoudt aan die vraag wat heb je aan goedheid wanneer iedereen wanhopig is.”

Zij is wel de enige die geen geluk vindt, dolend blijft en eenzaam verder moet.

„Zeg dat niet alsjeblieft.”

Want?

„Ik hou het meest van haar. Ze is de enige die haar waardigheid behoudt. Ze is alleen, maar niet eenzaam. Ze kan haar eigen keuzes maken en is vrij om te doen en laten wat ze wil.”

In uw vorige boek is Imtiaz, de zelfmoordterrorist, iemand die door eenzaamheid gedreven wordt. Maar het gaat dus te ver om te stellen dat eenzaamheid een voornaam thema is?

„Ja, Imtiaz is eenzaam. Hoewel, ik weet

eigenlijk niet of het eenzaamheid is of een verscheurd worden tussen twee werelden. Hij staat met één been in Engeland, met het ander in Pakistan en weet niet waar hij hoort. Bij Narinder gaat het om de verscheurdheid tussen geloof en het goede. In mijn achtergrond draait het ook om het conflict tussen Brits of Indiaas zijn. Misschien is verscheurd zijn tussen twee werelden wel een vorm van eenzaamheid, dat weet ik niet. Ik word zelf ook heen en weer geslingerd in waar ik thuishoor, terwijl ik in Engeland ben geboren.”

Is dit een Brits of een Indiaas boek?

„Ik denk Brits. Het gaat toch vooral om wat zich afspeelt in Engeland.”

Dat heen en weer geslingerd worden speelt ook een rol in uw debuut, ‘Ours are the streets’. Toch is dat totaal anders van opzet.

„In mijn debuut gaat het om iemand van binnenuit, een soort dagboek in losse informele toon. Nu wilde ik een grotere en complexere opzet, met meer personages in verschillende tijden. Een klassiekere opzet ook. Maar er speelt ook iets heel anders: in Ours are the streets gaat het hoofdpersonage uit Engeland weg naar Pakistan, in deze roman komen ze juist naar Engeland toe.”

Was het makkelijker u in te leven in de zelfmoordterrorist of in de immigrant?

„De roman over de zelfmoordterrorist heeft veel autobiografische kanten.”

Pardon?

„Niet in het resultaat natuurlijk, maar in hoe hij over zijn familie denkt, de pogingen in de liefde, zijn onzekerheid over zijn positie in Engeland. Ervaringen die hem tot zijn daad dreven die herkende ik wel, zijn somberte. Ik schreef mijn roman op een kilometer afstand van waar de zelfmoordterroristen hadden gewoond vóór de aanslagen van 2005. Een van hen had eenzelfde achtergrond als ik: kind van immigranten, zelf in Engeland geboren, opgegroeid in wat ik nu maar even een Brits-Aziatisch familieverband noem.

Het verhaal begon dus op grond van persoonlijke ervaringen, waarbij ik in het hoofd van de terrorist wilde kruipen. Maar voor deze roman ben ik ook wel van eigen ervaringen uitgegaan, veel meer dan van de actualiteit. Maar die twee hangen samen. Je ziet en hoort dingen en dat koppel je aan wat je kent en weet. Je wilt vertellen over mensen waar we niet naar omkijken. Je wilt een ander perspectief geven op de dingen en hoopt dat de lezer na afloop een ander idee heeft. Een mooi compliment was bijvoorbeeld dat een vrouw tegen me zei dat ze na het lezen van Het jaar… anders keek naar de Indiase jongen in haar supermarkt. Niet dat ze hem nu aansprak, maar ze had hem opgemerkt.”

Hoe reageerden ze in India op uw romans?

„Over de laatste waren ze enthousiast. Terwijl er veel mis had kunnen gaan. Mijn Indiase lezers zijn niet bepaald de mensen die in mijn roman het land ontvluchten. Ze waren verrast dat het leven in Engeland zo zwaar is en dachten dat wie vertrok er dokter of docent werd. Op mijn debuut kreeg ik veel commentaar, omdat ik fouten had gemaakt. De moslimgemeenschap in Engeland vond het boek weliswaar sensitief en begripvol, maar ik kreeg ook het verwijt dat ik een culturele brug had willen bouwen terwijl ik niet wist hoe het er in de moslimwereld aan toe ging en daardoor dingen verkeerd had weergegeven.”

Zoals?

„Imtiaz knielt bijvoorbeeld bij wijze van respect om de voeten van zijn moeder aan te raken. Dat doen een hindoe en een sikh, een moslim zou dat nooit doen. Ik zei nog, ach hij was vast beïnvloed door de hindoegemeenschap, maar er werd om die opmerking niet gelachen. Ik zit er niet mee: je kan beter fouten maken in de overbrugging dan je mond houden en geen enkele poging doen werelden te verbinden.”