Iedere Brit is vandaag in de ban van Shakespeare

Herdenking Duizenden mensen bezoeken vandaag in Stratford-upon-Avon de parade ter gelegenheid van de 400ste sterfdag van William Shakespeare. De stad draait op ’s werelds bekendste Brit. Ruim 11.000 banen zijn er afhankelijk van het toerisme.

Acteurs poseren in kostuum ten behoeve van fotograferende toeristen voor het huis in Stratford-upon-Avon waar William Shakespeare geboren zou zijn. foto’s Jack Taylor / AFP

Vrijdagochtend vóór lunchtijd, en niet in het hoogseizoen – in Stratford-upon-Avon „schouder-aan-schouder-seizoen” genoemd. Dat is de rustigste tijd om het geboortehuis van William Shakespeare te bezoeken.

De gids in de kamer waar ’s werelds bekendste Engelsman in 1564 werd geboren, zegt het op enigszins samenzweerderige toon. Hij heeft dan net verteld dat sinds het huis drie eeuwen later voor het publiek werd geopend, er naar schatting 38 miljoen bezoekers de krakende planken hebben betreden. Onder wie Charles Dickens, dankzij wie het geboortehuis nog op zijn plek staat. Anders zou een Amerikaan het in de negentiende eeuw steen voor steen hebben verscheept.

Shakespeare was toen al niet alleen meer van de Engelsen, nu helemaal niet. Zijn 38 toneelstukken en 154 sonnetten zijn in meer dan tachtig talen vertaald. Gezegd wordt wel dat er ieder uur ergens op de wereld Shakespeare wordt gespeeld, de helft van alle schoolkinderen heeft iets van de Engelsman gelezen. Als de acteurs in de tuin van het geboortehuis vrijdag de aanwezige Chinese zakenlieden, Canadese echtparen, Duitse scheikundigen, Indiase familie en Spaanse schoolklas vragen wat ze zullen opdragen, heeft iedereen wel een voorkeur. Romeo & Juliet blijkt het meest gevraagd.

De Britse regering beschouwt Shakespeare daarom ook als ’s lands belangrijkste bron voor soft power. Toen zij twee jaar geleden bijvoorbeeld handelsakkoorden met China wilde sluiten, werd tegelijkertijd à 1,5 miljoen pond een nieuwe Shakespeare-vertaling in het Mandarijn gemaakt, in de hoop op „sterkere banden”.

Uit onderzoek van de British Council, die de Britse cultuur promoot, bleek eerder deze week zelfs dat de bard buiten het Verenigd Koninkrijk populairder is dan onder zijn eigen landgenoten. Alleen in Frankrijk scoort Shakespeare slechter. Maar dat dateert al uit 1733 toen Voltaire in zijn Lettres anglaises schreef over de minachting die de Engelsman had voor de klassieke regels van drama. Hamlet was ontsprongen uit „de verbeelding van een dronken barbaar”. Tolstoj was ook geen fan. „De karakters missen duidelijke motivatie”, meende de negentiende eeuwse Rus.

Schrijver was niet altijd populair

De British Library in Londen, die de grootste Shakespeare-collectie ter wereld bezit, heeft duidelijk plezier er ter gelegenheid van de 400ste sterfdag op te wijzen dat de schrijver niet altijd en overal even populair was. In 1592 vond men hem een „omhooggevallen kraai”, in de zeventiende eeuw raakten zijn toneelstukken uit de mode. De bibliotheek laat in een prachtige tentoonstelling een drastisch herschreven King Lear uit 1681 zien, met een ‘ze leefden nog lang en gelukkig’-einde.

Een eeuw later ontstond er een heuse Shakespeare-gekte, die zich uitte in de bustes, mokken en theedoeken. Eén blik in de souvenirwinkels van Stratford-upon-Avon laat zien dat er sindsdien weinig is veranderd. Alleen de negentiende-eeuwse mogelijkheid in de kamer waar hij werd geboren te slapen, bestaat niet meer. Maar er is een Shakespeare-hotel, een Garrick Inn, een Hathaway tearoom.

De stad draait op Shakespeare. In 2014 leverde hij de lokale economie 635 miljoen pond op, zo’n 11.150 banen zijn afhankelijk van het toerisme. Vandaag worden er duizenden belangstellenden verwacht voor een grote parade.

Wie Shakespeare zegt, denkt ook Stratford-upon-Avon. Hij werd er geboren, ging er naar school, hij kocht er op het hoogtepunt van zijn beroemdheid het op één na grootste huis van de stad, hij ligt er begraven én zijn culturele erfenis wordt er door de Royal Shakespeare Company gevierd met dagelijkse uitvoeringen.

„De wereld is deze plek schatplichtig”, vindt emeritus hoogleraar Engelse literatuur Ronnie Mulryne. Hij leidt rond door de nieuwste attractie in het stadje: de King Edward VI-school op de bovenste verdieping van het gildehuis. In Shakespeare’s tijd werd er niet alleen les gegeven, maar was het ook ’t enige theater. „Op enig moment, terwijl hij hier in deze ruimte zat, moet hij gedacht hebben ‘dit is wat ik de rest van mijn leven wil doen’.”

Nog altijd krijgen de jongens les in dezelfde vijftiende-eeuwse ruimte, de namen van hun voorgangers gekrast in de houten schoolbanken, de ramen net iets te hoog om naar buiten te staren. Niet dat ze afleiding nodig hebben. „Je ziet hun ogen oplichten als ze voor het eerst binnenkomen, ze zijn in het begin duidelijk onder de indruk dat Shakespeare hier ook les kreeg”, zegt Mulryne.

De school was de ontbrekende link tussen geboorte en huwelijk. Nu zijn alle aan Shakespeare gelieerde en nog bestaande gebouwen te bezoeken. „Veel lezers hebben behoefte een schrijver in zijn context te plaatsen. Als je hier bent, krijg je echt een idee”, verklaart hij de populariteit van Stratford-upon-Avon. „We zijn er op gespitst dat niet te verliezen.”