Hou alsjeblieft van me

Rosemary Sullivan schreef een overweldigend portret van de dochter van de Sovjet-dictator, die in 1967 haar land ontvluchtte, maar niet aan haar verleden kon ontsnappen.

Stalin met zijn dochterSvetlana Alliloejeva in 1936 Foto AP

‘Hallo mijn lieve Papotsjka. Hoe gaat het met u en uw gezondheid? Ik ben goed aangekomen, maar mijn kinderjuf is onderweg erg ziek geworden. Maar nu is alles goed. Papotsjka, u hoeft me niet te missen maar u moet wel beter worden en uitrusten en ik zal proberen mijn best te doen op school, speciaal voor u... Ik kus u vurig. Uw Svetanka.’

Met dit briefje richtte de 7-jarige Svetlana Stalina zich in 1933 tot haar vader, de almachtige leider van de Sovjet-Unie. Het meisje hield zielsveel van hem, al zag ze hem weinig. Nog geen jaar eerder was haar moeder overleden, zogenaamd aan een buikvliesontsteking. In werkelijkheid had ze zichzelf doodgeschoten, nadat ze voor de zoveelste keer door haar man in gezelschap was geschoffeerd.

Voor Stalin kwam die zelfmoord als een schok. In het vervolg vertrouwde hij niemand meer. Dat bleek pas goed toen in 1934 de Grote Terreur begon, waarin hij miljoenen Sovjetburgers liet vermoorden.

De liefde van een eenzaam meisje voor haar tirannieke vader vormt de rode draad in Rosemary Sullivans De dochter van Stalin. Het veelbewogen leven van Svetlana Alliloejeva. Voor deze weergaloze biografie baseerde de Canadese schrijfster zich op een stortvloed aan egodocumenten, archiefstukken en eigen interviews met Svetlana’s familie, vrienden en kennissen.

Over Svetlana Alliloejeva (1926-2011) is al veel bekend, maar dankzij deze empathische biografie krijgt haar omstreden nagedachtenis eindelijk diepgang. Sullivan heeft vooral uitgebreid onderzoek verricht naar haar Amerikaanse en Engelse jaren en ontrafelt zo tal van mythes. In deze periode, die begint met haar ontsnapping uit de Sovjet-Unie in 1967, lukt het Svetlana maar niet om zich van haar afkomst te bevrijden. Tot haar verdriet blijft iedereen haar als de dochter van Stalin zien. Ook mist ze haar twee kinderen die in de Sovjet-Unie zijn achtergebleven, en snakt ze naar haar intellectuele Moskouse vriendenkring. Al gauw krijgt ze de reputatie van een grillige en driftige vrouw, met wie je makkelijk ruzie krijgt. Terwijl ze volgens Sullivan vooral op zoek is naar liefde en erkenning.

Kremlinprinses

Tot aan haar vlucht uit de Sovjet-Unie leidt Svetlana het leven van een Kremlinprinses. Als kind wordt ze dagelijks per limousine naar een eliteschool gebracht, waar ze andere telgen uit de nieuwe Sovjetelite leert kennen. Het is een jeugd in een rood paradijs, waar de harde werkelijkheid is weggepoetst. Maar op de scholen buiten Moskou is in diezelfde jaren geen papier, zijn pennen op rantsoen, bestaat een tekort aan schoolbanken en brandstof. Ook is er hongersnood door de collectivisatie van de landbouw. Zo’n 40 procent van de leerlingen zit dan ook thuis. Velen komen van de honger om.

Svetlana’s vijf jaar oudere broer Vasili ontspoort na de dood van zijn moeder. Op zijn dertiende begint hij te drinken. Op school wil hij niet deugen en maakt hij misbruik van zijn bevoorrechte positie door leraren en klasgenoten te terroriseren. Hij zal zich op zijn 41ste dood drinken.

Zijn zus zit anders in elkaar. Regelmatig doet ze bij haar vader een goed woordje voor gearresteerde ouders van vriendinnen. Niet dat het helpt, want zelfs als Stalins eigen familieleden worden opgepakt beweert hij er niets aan te kunnen doen, terwijl hij er vaak zelf opdracht toe heeft gegeven. Zo laat hij, als hij ontdekt dat Svetlana verliefd is op een klasgenoot, diens ouders arresteren.

Tot haar zestiende is Svetlana een idealistische communiste. Maar dan ontwaakt ze uit haar droom. Als ze verliefd wordt op de tweeëntwintig jaar oudere joodse scenarioschrijver Alexander Kapler, laat Stalin, een antisemiet, hem vijf jaar in een kamp opsluiten. Na zijn vrijlating zoekt Kapler Svetlana weer op en krijgt prompt vijf jaar dwangarbeid in Siberië.

In diezelfde tijd leest ze in een Engels tijdschrift dat haar moeder zelfmoord heeft gepleegd. Nu beseft ze ineens wie haar vader echt is: een wrede tiran.

Een volgende klap krijgt ze in 1944, als ze verliefd wordt op haar studiegenoot Grigori Morozov. Ze mag met hem trouwen, maar Stalin weigert hem te ontmoeten, omdat hij een jood is. Svetlana krijgt een zoon van Morozov, maar is in 1947 al van hem gescheiden, omdat hij zijn huwelijk vooral gebruikt om gunsten te verwerven voor zijn familie en vrienden.

Twee jaar later trouwt ze opnieuw, dit keer met de zoon van partijideoloog Zjdanov, Stalins beste vriend. Het is een gearrangeerd huwelijk. Svetlana krijgt een dochter van hem, Katja, waarna weer een scheiding volgt. Er komt nu ook een nieuwe, vooral tegen joden gerichte overheidsterreur op gang, die duurt tot aan Stalins dood in maart 1953.

Als de nieuwe Sovjetleider Chroesjtsjov drie jaar later Stalins misdaden openbaart, verandert de geschokte Svetlana haar achternaam in Alliloejeva. Maar nog altijd weigert ze te geloven dat haar vader als enige verantwoordelijk is voor de terreur en legt ze de schuld ook bij diens opperbeul Beria en duizenden volgelingen.

Een keerpunt in haar leven is haar ontmoeting in 1963 met de Indiër Bradesj Singh. Ze leert hem kennen in een Moskous ziekenhuis, waar zij voor haar amandelen behandeld wordt en hij voor een ernstige longziekte. Voor het eerst vindt ze rust bij een man, die dan ook haar grote liefde wordt. Maar geluk is haar ook nu niet gegund, omdat de Sovjetleiding haar verbiedt met een buitenlander te trouwen.

Staatseigendom

Als Singh in 1966 sterft speelt ook het strafproces tegen Andrej Sinjavski en Joeli Daniel. Deze dissidente schrijvers hebben kritische romans over de Sovjetmaatschappij in het buitenland gepubliceerd en worden wegens anti-Sovjetpropaganda vervolgd. Nu de dictatuur opnieuw schrijvers aanpakt is voor Svetlana, een vriendin van Sinjavski, de maat vol. Met moeite verkrijgt ze eind dat jaar toestemming om de as van Singh naar India te brengen. Daar vraagt ze op de Amerikaanse ambassade politiek asiel aan. Vanaf dat moment is ze geen staatseigendom meer. Maar haar tweede leven zal niet minder tragisch blijken te zijn, omdat ze haar kinderen zeventien jaar lang niet zal zien en ze in het Westen nooit echt kan aarden.

In een periode van ontspanning in de Oost-Westverhoudingen staan de Verenigde Staten niet te trappelen om Stalins dochter op te nemen. Maar de Amerikaanse ambassadeur in Delhi heeft haar al op het vliegtuig naar Rome gezet, voordat het ‘nee’ van Washington hem bereikt. Als tussenoplossing wordt Svetlana in Zwitserland geparkeerd.

Sullivan toont aan hoe Amerikaanse Ruslandkenners Svetlana een positieve rol willen laten spelen in de ontspanningspolitiek. Om de Verenigde Staten binnen te komen, moet ze dan wel haar autobiografie Tien brieven aan een vriend zo herschrijven dat die een nieuwe generatie, liberalere Sovjetburgers kan inspireren tot samenwerking met de Verenigde Staten. Ze gehoorzaamt, maar voelt zich vanaf dat moment een speelbal van de CIA. Het wekt haar agressie, waarmee ze zich niet geliefd maakt bij haar nieuwe vrienden, die haar dramatische Russische temperament niet aanvoelen.

Eenmaal in de Verenigde Staten is ze meteen rijk: voor haar autobiografie alleen al krijgt ze een voorschot van anderhalf miljoen dollar. De Sovjetpropaganda suggereert bovendien dat ze in Zwitserland een goudschat van Stalin heeft opgehaald. Het trekt fortuinzoekers aan, zoals haar derde echtgenoot, architect Wesley Peters, de vader van haar dochter Olga.

Ongelukkig in de liefde en ontgoocheld over haar ontvangst in de Verenigde Staten, keert ze in 1984, na een kort verblijf in Engeland, terug naar Moskou. Maar ook daar is het geen feest. Het regime gebruikt haar voor propagandadoeleinden. Haar twee oudste kinderen zijn van haar vervreemd, en haar meeste vrienden en familieleden leven niet meer.

Binnen een half jaar jaar verruilt ze de Sovjet-Unie voor de tweede keer voor de Verenigde Staten. Opnieuw volgt een Engels intermezzo, maar vanaf 1997 vestigt ze zich in een afgelegen jachthuis in Wisconsin. De Russische politiek volgt ze op de voet, tot ze in 2011 aan kanker sterft. Als Poetin in 1999 plaatsvervangend president wordt, voorspelt ze dat Rusland onder die ‘afschuwelijke voormalige KGB-spion’ snel terug zal glijden naar het verleden. Nu Stalin in Rusland weer op een voetstuk wordt gehesen, zal niemand die woorden nog durven te betwisten.