Hij speelde, hij speelde en verdween

Prince (57) overleden Muziekvirtuoos uit Minneapolis kreeg nooit genoeg van optreden en componeren.

Hoe goed, nee, hoe briljant, Prince ook als gitarist was, is mooi te zien en te horen op een filmpje uit 2004. In dat jaar werden Prince en de in 2001 overleden ex-Beatle George Harrison beide opgenomen in de Rock ‘n’ Roll Hall of Fame in Cleveland. Samen met onder anderen Tom Petty en Dhani Harrison speelde hij toen ‘While My Guitar Gently Weeps’. Pas halverwege het nummer kwam Prince op om aan een lyrische gitaarsolo te beginnen.

Hoe langer de solo duurt, des te ongeloviger de blik van George Harrisons zoon Dhani wordt, zo is te zien op YouTube, het medium waarvan Prince in zijn strijd tegen zijn verschijningen op internet bijna helemaal is verdwenen. Maar zoals Prince zingt in ‘Sometimes It Snows In April’, zijn ballad over de dood, ‘duren alle goede dingen niet lang’. Na een minuut of drie gooit hij zijn gitaar in de lucht. Op raadselachtige wijze keert die niet terug op aarde.

De bandleden gaan triomferend bij elkaar staan – ze weten dat ze een magische versie hebben gegeven van Harrisons bekendste nummer. Maar Prince doet niet mee aan het feest. Hij verdwijnt, net als zijn gitaar.

Prince was al eerder verdwenen. In zijn strijd tegen zijn platenmaatschappij over auteursrechten had hij zich op zijn naamloze album uit 1993 dood laten verklaren om tot 2000 door het leven te gaan als The Artist (Formerly Known As Prince).

Persoonlijk leven

Over zijn persoonlijk leven sijpelde slechts af en toe iets naar buiten. Zijn huwelijk met danseres Mayte haalde de roddelpers in 1996, evenals de dood van hun zoon enkele dagen na de geboorte. Zijn bekering tot het geloof van de Jehova’s Getuigen deed in 2002 de wenkbrauwen fronsen van degenen die dachten dat hij, net als zijn voorganger Marvin Gaye, verlossing zocht in seks. Een tweede huwelijk, van 2000 tot 2006, met de veel jongere Manuela Testolini trok weinig aandacht.

Prince leefde voor de muziek, hij dacht in muziek, hij wás muziek. Sinds zijn debuut For You uit 1978, waarop hij alle instrumenten zelf bespeelde, bracht hij het grootste deel van zijn leven in de studio door.

Bijna elk jaar bracht hij een of meer albums uit. Een onbekend aantal nummers – volgens geruchten duizenden – ligt in de geheime vault in zijn studiocomplex.

Nachtconcerten

Als hij niet in de studio zat te knutselen, trad hij op. Tot zijn dood ging hij bijna elk jaar op tournee. Thuis in Minneapolis gaf hij vaak nachtconcerten in zijn studiocomplex. Afgelopen zaterdag nog. Niet uitgesloten is dat de 57-jarige Prince zich, met of zonder drugs, heeft doodgewerkt.

Zoals voor veel grote popmusici geldt ook voor Prince dat vooral de muziek uit het begin van zijn carrière vernieuwend was. De synthesizerfunk van Dirty Mind, Controversy en 1999 uit 1980-82 heeft het geluid bepaald van de zwarte muziek van de jaren tachtig. Maar zoals bijna alle vernieuwende muziek, klinkt Prince’s werk uit begin jaren tachtig nu gedateerd.

Verzot op spelen

Tijdloze muziek maakte hij pas toen hij met Purple Rain uit 1984 de briljante eclecticus werd, die soul, rock, pop en allerlei andere stijlen aaneensmeedde tot een nooit eerder gehoord geheel. Een ongelooflijke reeks albums die nog altijd niet zijn aangevreten door de tand des tijds volgde, met Sign O’ The Times en Lovesexy als hoogtepunten.

Zo verzot op spelen was Prince dat hij tijdens tournees veel aftershows gaf in kleine clubs. Een van de beste vond plaats op 23 december 1998 in Tivoli in Utrecht, om twee uur ‘s nachts na een optreden in de Jaarbeurs. Prince was ontspannen, voor hij begon nam hij een paar happen van een broodje dat op zijn piano was gelegd.

Hier stond de aanraakbare Prince, die vooral covers speelde van zijn helden, zoals James Brown. Saxofoniste Candy Dulfer deed mee, evenals haar vader Hans en Lenny Kravitz.

Ze speelden en speelden – en het publiek wilde maar één ding: dat dit nooit zou stoppen. Maar zelfs de beste dingen duren niet eeuwig. Tegen de klok van zes zei Prince dat we moesten gaan slapen.