Hij bekeek ons, alsof we een vreemde diersoort waren

Prince nodigde Amanda Kuyper vorig jaar uit in zijn studio nabij Minneapolis. Hij had ‘een gek idee’ gehad.

NRC-redacteur Amanda Kuyper (tweede van links) in de studio van Prince.

Het was een wat banale gedachte op heilig terrein: wat is-ie klein. Goed, de teenslippers met een hakje hielpen iets omhoog. Het hoge afrohaar ook. Maar wat was Prince, intussen eind vijftig, in wit losjes zittende relaxkleding en veel sieraden, intussen een uiterst frêle en tengere verschijning. Dat werd gecompenseerd door zijn uitstraling. We voelden zijn aanwezigheid al tijdens het beluisteren van de muziek van een van zijn protegés, gitariste Andy Allo.

Achterin de zaal van zijn nachtclub bekeek hij ons alsof we een vreemde diersoort waren. Na wat gerommel op het podium klonk opeens zijn stem door de microfoon vanachter zijn keyboard. Een wat sardonisch lachje. „Hey, heeft er iemand nog een vraag?”

Daar zaten we aan zijn voeten: vijf Europese als muziekjournalisten (België, Engeland, Nederland, Spanje, Italië) vermomde bewonderaars die afgelopen november plots op audiëntie mochten bij de artiest in zijn studio. Een onweerstaanbare uitnodiging, wetende dat Prince in principe een notoire hekel heeft aan media en zelden interviews gaf. Zijn muziek, stelde hij, sprak immers voor zich.

Nu hield hij zijn handen op de toetsen en zijn mond bij de microfoon voor muzikale intermezzo’s bij vragen die hem niet bevielen.

In het roemruchte Paisley Park-complex in Chanhassen, een wat slaperig voorplaatsje tussen de talloze meren rond Minneapolis, was het idee een „diepgaande discussie” met Prince te hebben over de stand van zaken in de huidige muziekindustrie en de vraag hoe hij erin is geslaagd een vitaal en succesvol concertartiest te blijven in deze tumultueuze tijd. Dat werd het, en toch ook weer niet.

Zijn antwoorden bleven compact. Liever wilde Prince laten zien hoe het er hier in zijn studio aan toe ging, met alle musici. En hij had een solotournee aan te kondigen. Die concerten zouden een vrije vorm krijgen en waren een lang gekoesterde wens.

Prince wilde praten. De uitnodiging was onweerstaanbaar

Dat hij Europese media bij hem had uitgenodigd, was een „gek idee” dat hij ’s nachts kreeg, grinnikte hij. Als hij had willen melden dat hij een steentje in zijn schoen had, was ik ook gekomen.

Mijn eerste Prince-show zag ik in De Kuip, de tournee in 1988 naar aanleiding van het album Lovesexy. De controversiële LP-hoes met een naakte Prince in een bloem vond ik als dertienjarige ronduit smerig. De pikante oneliners, de spirituele, religieuze ondertoon kwamen nog maar half aan. Maar die van regenboogkleuren doordrenkte sexy funkmuziek, die voelde ik. Op een rond podium droeg Prince stippeltjespakken met veel knopen en sjaaltjes. Stoeipoes Cat was de blik vangende zangeres met expliciete dansjes.

Ik zag, en hoorde vooral, hoe Prince los ging met drumster Sheila E en leden van de jazzrockformatie Madhouse. In al zijn muzikaliteit overtrof hij zich steeds, en deed zijn publiek versteld staan van de enorme energie.

Prince was, net als zijn vader, een ware jazzmuzikant, begreep ik in de jaren erna. Hij was een ongrijpbaar genie die als Miles Davis vooruit dacht met een futuristische sound.

Met een hart voor improvisatie, de niet aflatende lust te creëren en zijn productieskills was de multi-instrumentalist een vrije geest die nooit dacht in termen van beperking. Albums opnemen, concerten; het was jammen met een vrije jazzattitude.

Legendarisch waren zijn aftershows. Of hoe zijn eigen voorprogramma in 2010 was in het Gelredome: een half uur durende gierende jazzjam – een uitgeklede versie van Stratus van jazzdrummer Billy Cobham, met Prince op drums, bas én gitaar. En ook ultiem: het idee van de 3(!) nachtconcerten die hij ’s nachts ná het North Sea Jazz Festival in Ahoy Rotterdam (2011) gaf. In totaal verschillende nachten liet Prince alles wat hij in huis had aan muzikaliteit horen: van devote funk tot overdonderende rock.

Vorig jaar in zijn studio vertelde hij over ‘the zone’ – het moment dat alles in elkaar grijpt, de band voluit gaat en hij de song op gevoel langer laat duren en een andere richting op stuurt. Vaak gaf hij duidelijke aanwijzingen aan de band, zei hij, en gebruikte dan termen als „verwarring” of „keer om”. Soms waren het stilzwijgende cues die iedereen voelde. Prince beschreef het als een transcendente ervaring. „Alsof ik uit mijn lichaam treed en me als fan in de zaal bevind.”