Europa steekt 2 miljard in ‘wetenschapswolk’

Onderzoekscrisis Europa pakt de inefficiëntie in de wetenschap aan met 2 miljard voor dataopslag. Een Nederlandse bioloog krijgt een belangrijke rol.

De Universiteitsbibliotheek in Amsterdam.

De komende vijf jaar investeert Europa twee miljard euro in een nieuw project om alle onderzoeksgegevens openbaar toegankelijk te maken. Dat kondigde de Europese Commissie eerder deze week aan. Lidstaten en private sector moeten nog 4,7 miljard toevoegen voor deze European Open Science Cloud.

Donderdag werd bekend dat de Nederlandse bioloog Barend Mons het project binnen de lidstaten gaat opstarten. Volgens Mons, moleculair bioloog bij het Leids Universitair Medisch Centrum, zet de EC met dit initiatief een fundamentele verandering van de wetenschap in gang. Hij voorspelt dat het publiceren van onderzoeksresultaten, en het beoordelen van wetenschappers, ingrijpend gaat veranderen.

Voor onderzoekers wordt het verplicht om alle gegevens van door Europa betaald onderzoek op te slaan volgens de ‘FAIR-principes’. De data moeten vindbaar, toegankelijk, onderling te koppelen, en herbruikbaar zijn (Findable, Accessible, Interoperable en Reusable). Het doel is een uitbreiding van het huidige internet op te zetten: het ‘internet van data’.

De commissie wil met het programma rond ‘open science’ onder meer de toenemende inefficiëntie van de wetenschap aanpakken. Veel gepubliceerde experimenten zijn nu slecht herhaalbaar omdat de resultaten en de gegevens over de proefopzet niet, of slordig, zijn opgeslagen. Dit komt mede doordat wetenschappelijke uitgevers er in hun tijdschriften maar beperkt ruimte voor bieden, of niet de goede faciliteiten. Als data wel worden opgeslagen, dan gebeurt dat vaak in formats die niet uitwisselbaar zijn.

Vaak zijn resultaten en data over de proefopzet niet, of slordig, zijn opgeslagen

De komende 5 tot 10 jaar moeten voor de uitvoering van het plan 500.000 data-experts worden opgeleid, zo schat Mons. Zij gaan bij onderzoeksafdelingen het datamanagement verzorgen.

Nationale wetenschapsfinanciers in de EU hebben toegezegd dat ze ook de kant van ‘open science’ op willen, zegt Mons. Hij verwacht dat binnen een paar jaar alle financiers die eis zullen stellen dat data vindbaar, toegankelijk en onderling te koppelen moeten zijn.

Open science heeft nog meer doelen, zegt Mons. Het moet ook een antwoord bieden op de alsmaar groeiende technologie in de wetenschap, en de gigantische stroom aan gegevens die ze voortbrengt. Mons: „Er wordt inmiddels zoveel gepubliceerd. Je kunt zelfs je eigen vakgebied niet meer bijhouden.”

De opzet moet radicaal anders, zegt Mons. Vroeger, zo legt hij uit, begon je als wetenschapper met een hypothese, en daarna ging je je experimenten doen. In de nieuwe opzet begint het met computeranalyses van grote hoeveelheden complexe data, die patronen herkennen in de grote stroom aan digitale data. De onderzoeker filtert daar vervolgens zin en onzin uit, en stelt dan pas zijn nieuwe hypotheses op. Mons ziet dit al gebeuren in onder andere de biomedische wetenschappen, de aardwetenschappen en de klimaatwetenschappen.

In open science kunnen onderzoekers hun bevindingen meteen publiceren. Nu sturen onderzoekers een artikel naar een tijdschrift, waar een redacteur deskundigen zoekt om het artikel te beoordelen. Het duurt maanden tot jaren voordat het verschijnt, en is meestal niet gratis beschikbaar. Mons: „Dat is veel te lang, bijna onethisch, want het kan levens kosten als het om medisch belangrijke dingen gaat.”