Draghi slaat hard terug na Duitse kritiek op ECB

Volgens ECB-baas Draghi werkt ongenuanceerde kritiek op het beleid van de bank averechts.

„Kritiek van een zeker soort kan worden gezien als een gevaar voor de onafhankelijkheid van de ECB”, aldus Draghi. Foto AP

Ongenuanceerde kritiek op het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank en het in twijfel trekken van de onafhankelijkheid van de instelling kunnen averechts werken. Dit zei topman Mario Draghi donderdag tijdens een persconferentie na afloop van de ECB-bestuurvergadering. „Beleefde kritiek is goed, die zorgt voor discussie en verheldering van het beleid. Maar kritiek van een zeker soort kan worden gezien als een gevaar voor de onafhankelijkheid van de ECB.”

Dat kan volgens Draghi zorgen voor een vertraging bij investeringen en het nemen van risico’s in de economie van de eurozone. Volgens Draghi duurt het dan langer voordat het monetaire beleid van de ECB effect sorteert en kan zelfs een nog extremer geldbeleid van de centrale bank noodzakelijk maken.

Met name in Duitsland laait de kritiek op de ECB hoog op. Minister van Financiën Schäuble zei vorige week dat het geldbeleid van de ECB „voor de helft” verantwoordelijk is voor de opkomst van de rechts-populistische partij Alternative für Deutschland.

„Ligt het aan het feit dat de ECB een Italiaanse president heeft?” vroeg Draghi retorisch. „Jean-Claude Trichet heeft onlangs gezegd dat hij precies hetzelfde zou hebben gedaan”, zei hij over zijn Franse voorganger.

Draghi zei te kunnen begrijpen dat spaarders, met name pensioenfondsen, zich zorgen maken over de lage rente. Maar diezelfde pensioenfondsen hebben, zei hij, ook koerswinst geboekt op de staatsleningen die zij in bezit hebben omdat het opkopen daarvan door de ECB de prijzen hebben opgedreven. „We hebben een mandaat om prijsstabiliteit te verzekeren voor de hele eurozone, niet alleen voor Duitsland. Dit is vastgelegd in de wet. We gehoorzamen die wet, niet politici. Want we zijn onafhankelijk.”

De ECB nam donderdag geen extra maatregelen. Het laagste rentetarief, de depositorente, blijft -0,4 procent. De aankoop van staatsleningen en andere leningen is vanaf april verhoogd van 60 miljard naar 80 miljard euro per maand. En in juni begint een nieuw programma waarmee de banken in de eurozone, vaak tegen negatieve rentes, van extra geld worden voorzien. De ECB wees deze week op tekenen dat de kredietverlening door die banken in het eerste kwartaal van 2016 beter op gang kwam.