Dierentuin

marcelroosmalen0

De andere vaders uit de buurt waren allemaal wel een keer over Artis begonnen. Met het kind naar de dierentuin gaan werd verkocht als een van de hoogtepunten van hun vaderschap. Gisteren, het weer was prachtig, gingen De Dochter en ik er voor het eerst naar toe.

Ik kocht maar meteen een jaarkaart.

Bij het afrekenen zei ik tegen de kassière dat het de bedoeling was dat we de dieren samen zouden leren kennen.

„O, dat kan zeker”, zei ze. „Er lopen hier heel wat kleintjes rond die een speciale band met een van de beesten hebben. Volwassenen trouwens ook.”

Hoewel ik Artis een mooie dierentuin vond, besefte ik na binnenkomst al snel dat ik eigenlijk totaal geen interesse voor dieren heb. Ik vond het leuk en misschien wel lief, zo’n kameel, maar het was niet iets om heel lang naar te kijken. Ja, daar stond-ie dan, hij ging maar weer eens wat gras eten.

De dochter had zo mogelijk nog minder interesse. Eigenlijk vond ze alleen eten, dingen waar eten in zit en dingen waar eten in zou kunnen zitten interessant.

Wat ik ook niet wist, maar wel had kunnen weten, was dat je al die andere vaders die zo enthousiast waren over Artis ook in Artis kon tegenkomen.

Hoi redacteur van de uitgeverij die de hele dag – ook in Artis dus – praat over hoe ver hij al is in Karl Ove Knausgård en wat hij daar van vindt, en dag ex-collega. Dat we elkaar kenden, was voor de laatste reden om voor onze kinderwagen door de knieën te zakken.

„Jij bent net een beertje, jij bent net een beertje…”

Ze bleken de olifanten inderdaad te kennen

De Dochter gaf hem dezelfde behandeling als de apen, pinguïns en aasgieren: ze vertrok geen spier.

Zelf had hij ook een dochtertje dat al wel kon praten en zeuren, ze kronkelde als een aapje de hele tijd tussen zijn benen door.

„We lopen met jullie mee tot de olifanten”, kondigde hij aan. Ik keek naar De Dochter, voor ons hoefde dat niet: wij reageerden niet op beesten.

„Ik ben hier zo’n beetje iedere dag”, zei hij op het weggetje naar de olifanten.

Tegen zijn dochter: „Wij kennen de olifanten, hè Margje?”

Dit gedrag riep van alles bij me op, waarvan de vraag of hij dan niet hoefde te werken me het meest kwelde.

Ze bleken de olifanten inderdaad te kennen, want ze begonnen meteen te zwaaien toen ze de dieren zagen.

Wij lieten ze maar en wandelden naar de uitgang.

De jaarkaart verdween voorlopig in de keukenla tussen de kaaszegels, hier waren we nog niet aan toe.