‘De 100.000ste bezoeker van Museum MORE wordt verwacht op vrijdag 22 april’

Dat schreef NRC Handelsblad vorige week donderdag, 14 april, in een klein bericht op deze pagina.

Wandelend Paar (1953) van Ferdinand Erfmann Foto Museum MORE

De aanleiding

Een vraaggesprek in De Telegraaf met de oprichter van Museum MORE, ondernemer en kunstverzamelaar Hans Melchers. „Hans Melchers heet nog deze maand de 100.000ste bezoeker van zijn Museum MORE in het Gelderse Gorssel een warm welkom”, stond daarin.

De woordvoerder van het museum bevestigde dat cijfer („De prognose was 50.000 bezoekers, we droomden van 70 à 80.000, nu wordt het 100.000”) en voegde er nog een precieze dag aan toe: vrijdag 22 april. Het ‘museum voor modern realisme’ (vandaar het acroniem MORE) omvat werk van Carel Willink, Pyke Koch, Dick Ket en Charley Toorop. Veel daarvan kocht Hans Melchers uit de collectie van Dirk Scheringa’s Museum voor Realisme.

Waar is het op gebaseerd?

Desgevraagd zegt de woordvoerder dat de datum van 22 april is gebaseerd op berekeningen van Henk Uijterwaal, ‘directeur operations’ van Museum MORE „en van huis uit natuurkundige”. Sinds de opening van het museum, 2 juni vorig jaar, houdt hij de cijfers bij, interpreteert die en past er de roosters van het personeel op aan. We vragen of we een afspraak met hem mogen maken.

En, klopt het?

Henk Uijterwaal ontvangt ons met koffie en verder op de tafel twee A4’tjes met grafieken. Eén met een staafdiagram van bezoekers per dag in een gemiddelde week. En één van bezoekers per week, sinds de opening tot en met afgelopen week.

Op het eerste A4’tje zie je: de minste bezoekers komen op dinsdag (160), woensdag en donderdag (zo’n 200) zijn bijna identiek („maar op woensdag komen ze vooral ’s middags”), vrijdag en zaterdag loopt het aantal op, zondags volgt de piek: bijna 400. Op maandag is het museum dicht. Met uitzondering van de Paasweek telde Museum MORE de afgelopen weken gemiddeld 1.450 bezoekers. Die cijfers komen simpelweg uit de kassa, „aan het einde van elke dag drukken we op de knop overzicht en weten we hoeveel kaartjes we verkocht hebben”.

Dan het tweede A4’tje. Daar worden de staafjes niet langzaam hoger maar zie je allemaal pieken en dalen. De hoogste hebben een rode kleur gekregen, dat zijn de vakanties. Vooral in de zomervakantie was het druk: het museum was net open en had veel publiciteit gekregen. Ook waren er in de zomer veel toeristen in de regio. Eén week piekt extra, toen regende het een paar dagen. Henk Uijterwaal: „In die week hadden we een dag met meer dan duizend bezoekers, dat hadden we nooit verwacht.” Wat je verder ziet: minder bezoekers in december (die komen pas weer in de Kerstvakantie), meer bezoekers bij de opening van een nieuwe tentoonstelling (Ferdinand Erfmann, Nederlands beste naïef, sinds februari), een opvallend laagterecord begin juli vorig jaar: „Dat was de week van de hittegolf.”

De cijfers beziend wist Henk Uijterwaal „al voor de jaarwisseling” dat de 100.000 binnen een jaar gehaald moest kunnen worden. „Eind december zaten we op 75.000. Dus dat moest lukken.” Na de februarivakantie en dankzij de nieuwe tentoonstelling werd duidelijk: het wordt april. Dankzij Pasen (zo’n 2.000 bezoekers) zat het museum aan het eind van week 14, 10 april, op 97.850. Een week van 1.450 bezoekers erbij: 99.300. En dan nog een paar dagen te gaan. Donderdagavond 21 april stond de teller op 99.880.

Conclusie

Museum MORE zei anderhalve week geleden dat het op vrijdag 22 april de 100.000ste bezoeker verwachtte. Berekeningen van het museum tonen aan dat dit vandaag inderdaad gaat gebeuren. Vanaf 2 juni 2015 tot en met 21 april 2016 ontving het museum 99.880 bezoekers. Vandaag worden zo’n 300 bezoekers verwacht. Voor hen staan alvast 300 taartjes klaar (moorkoppen). We beoordelen de stelling als waar.