Babyhanden in grot Egypte blijken hagedissenpoten

De ‘handafdrukken’ zijn gemaakt door een hand tegen de wand te plaatsen en daaroverheen kleurstof te blazen. Foto Emanuelle Honoré

De kleine prehistorische ‘handafdrukken’ op de wand van Wadi Sura II-grot in Egypte zijn geen handen van mensenbaby’s, zoals altijd gedacht. Het zijn voorpootjes van woestijnhagedissen. Dit schrijven Franse en Britse onderzoekers in het Journal of Archaeological Science: Reports (april). De tekeningen zijn ongeveer 8.000 oud.

De Wadi Sura II-wand ligt 700 kilometer westelijk van de Nijl en bevat een van de rijkste prehistorische afbeeldingenverzamelingen uit de Sahara. De rotswand van de ‘grot’– eigenlijk een overhangende rots – wordt Grot der Beesten genoemd, om de paar dozijn tekeningen van een mysterieus groot hoofdloos beest.

Ook zijn er veel mensen afgebeeld in dezelfde ‘vrij zwevende’ stijl als in de naburige grot Wadi Sura I, die aan die afbeeldingen de bijnaam Grot der Zwemmers overhield.

Op de grote wand van de Wadi Sura II grot zijn sinds de ontdekking in 2002 ongeveer 900 ‘negatieve’ handafdrukken geteld. De afdrukken zijn gemaakt door een hand tegen de wand te plaatsen en daaroverheen kleurstof te blazen, waarschijnlijk met de mond. Dertien van deze afdrukken zijn erg klein, en vaak binnen een grote hand geplaatst. Het viel de onderzoekers op dat de vingers wel erg lang waren en zij zetten een vergelijkend onderzoek op.

Van 35 pasgeboren baby’s in een Frans ziekenhuis werd een handje gemeten. De handjes uit Wadi Sur II leken niet op de Franse babyhandjes.

Afdrukken van dierenpootjes zijn niet uniek in de prehistorische rotskunst. In Australië zijn bijvoorbeeld vogelpootjes afgebeeld.