Alles moet schoon

Het gaat niet om wie je bent, het gaat om wie je kent. Het is de lijfspreuk van Leo van Raam (46) en hij geldt zeker ook in het Europagebouw. Van beveiliging tot catering: Van Raam, verantwoordelijk voor het schoonmaakteam, kletst inmiddels met iedereen.

De eerste ploeg, zeven man sterk, begint om vijf uur ’s ochtends. Alles moet schoon. De vloeren, de deurknoppen, de tafels, de stoelpoten, de balie, de entree. De richeltjes en de randjes. Tot zeven uur ’s avonds wordt er gepoetst. Dertien man in totaal. Elfduizend vierkante meter.

Wordt er ’s avonds een zaal omgebouwd, moet er ’s ochtends weer geschrobd. Gaat er ergens een kop koffie om, snelt er een schoonmaker aan met een tapijtreiniger. Tijdens pauzes van ambtenaren worden zalen haastig strakgetrokken. Bij topdrukte worden wc’s om het kwartier geboend.

Dit is geen doorsnee project, zegt Van Raam, je ziet van alles. Er zijn hier ministers, hoge ambtenaren, zelfs een keer de koningin. Niet dat dat het werk zelf wezenlijk anders maakt, want schoon is schoon en mensen zijn mensen. Maar dit doe je toch ook voor het land. En voor Europa.

Als schoonmaker moet je onzichtbaar zijn. Alles moet fris voordat de ambtenaren komen. Van Raam heeft schema’s van wie wat waar wanneer. (Niet op zijn telefoon, want stel dat hij die kwijtraakt. De veiligheidsmaatregelen zijn strikt, foto’s zijn verboden.)

Nagels moeten geknipt zijn. De baard geschoren. Een net pak aan en de haren gekapt. Je staat er toch met een naam op je borst, zegt Van Raam, wijzend naar het bedrijfslogo. Schoonmaken in de blauwe bedrijfspolo, dat kan in zo’n omgeving niet.

Hij is ‘daar’ begonnen – zijn hand gaat richting de grond. Eerst schoonmaken, later specialistische reiniging: vloeren, tegels, dat werk. Dat hij dit nu mag doen, als objectmanager, is een grote eer. Bij werkgever Gom werken 8.000 mensen – dus dat is nogal wat. Zijn leidinggevende bereidde hem voor op het werk. Verwachtingen had hij niet echt. Want zoiets als dit, dat verwacht je toch niet?

Onder de mensen zijn, dat vindt hij er het leukst aan. Het is heel sociaal werk. Je begint als vreemden en inmiddels ken je iedereen. Team is een woord dat hij graag in de mond neemt. Is het druk, dan poets je mee – je gaat er niet bij staan als je mensen moeten werken. Het heet toch niet voor niets ‘teamwork’.

Wat er achter de vergaderdeuren gebeurt, dat hoeft hij niet te weten. Het gaat hem om hoe het gebouw eruit ziet. Honderd procent schoon krijg je het nooit, er zit altijd wel ergens een vlekje. Perfectionisme past niet bij dit vak. Maar daarnaar streven, ja, dat wel.

    • Mirjam Remie