De gemeente Rotterdam betaalde 7,8 miljoen zonder op te letten. Waarom?

Fraude Er waren van meet af aan problemen met de betaling van de huur. Waarom reageerde de gemeente niet adequaat?

Het voormalige pand van Waterfront aan de Boompjeskade. De huurder die er in 2010 inkwam heeft volgens de gemeente voor miljoenen gefraudeerd. Foto ANP/Remko de Waal

De gemeente is in 2010 al gewaarschuwd dat de nieuwe huurder van Waterfront zijn afspraken niet nakwam. Toch ging Rotterdam met Göksal K. in zee, en betaalde in totaal 7,8 miljoen euro aan verbouwingskosten aan het aannemingsbedrijf van de vader van K., zo maakte wethouder Schneider woensdag bekend. De aannemer bracht werkzaamheden dubbel in rekening, of voerde ze helemaal niet uit, zei Schneider. Göksal K. was met de dienst Stadsontwikkeling overeengekomen dat er maar voor 340.000 euro zou worden verbouwd. Ook kampte hij met een grote huurachterstand. Vrijdagmiddag publiceert de gemeente een voorlopig onderzoek naar de fraude.

Het stonk er altijd, herinnert de vorige uitbater van Waterfront aan de Maas zich. „De lucht van het riool, daar hebben we vaak bij de gemeente over geklaagd”, zegt Christian Jongeneel, toen bestuurder van de stichting Popverzamelgebouw Rotterdam, dat de studio’s, oefenruimte en grote zaal aan de Boompjeskade exploiteerde.

De pijpleidingen moesten gerenoveerd worden, en om daar bij te komen moest de vloer open. „Dat zou zeker twee ton kosten. De studio’s en de zaal zitten onder het wegdek van de Maasboulevard bij de verlengde Willemsbrug. Elke keer als er een auto over het asfalt heen rijdt, krijgen de naden in de weg een dreun en als het regent, sijpelt er water tussendoor.”

Na de overname door Göksal K. van het huurcontract in 2010 is er wel wat aan de pandjes verbeterd, zegt de huidige uitbater, Boy Janssen. De vloeren zijn nieuw, studio’s verbouwd tot een zaal voor 600 man, de ingang is verbouwd op last van de brandweer. „Maar het stinkt er nog steeds.”

Kritisch rapport

De vraag is nu hoe de gemeente zoveel meer heeft kunnen betalen dan vooraf was afgesproken? Half maart publiceerde de Rekenkamer Rotterdam Kwetsbaar Vertrouwen, een rapport over de risico’s die de gemeente loopt bij de uitbesteding van werkzaamheden en het sluiten van contracten met leveranciers.

Daaruit blijkt onder andere dat ambtenaren niet altijd voldoende leveranciers uitnodigen om te reageren op een opdracht. „Ze kiezen vaak mensen die ze al kennen”, staat in het rapport.

Maar bij de verhuur van het voormalige Waterfront was dat niet het geval, daar waren meer optanten. Waarom de keuze uiteindelijk viel op Göksal K. is onduidelijk. Het businesspan dat hij inleverde besloeg nauwelijks een a4-tje. „Er waren minstens tien andere gegadigden”, zegt Jongeneel. Een van hen was muziekopleiding Codarts. „Die wilde de oefenruimtes graag voor haar studenten blijven gebruiken.” Maar de huur van 140.000 euro per jaar was niet op te brengen, zo bleek uit hun businessplan. „Dus dat wees de gemeente af.”

Waarom de gemeente wel ‘ja’ tegen K. zei? „Ik kan met niet herinneren dat ik een formele reactie op een businessvoorstel heb gegeven, wat ik bij de andere gegadigden wel heb gedaan”, zegt Petter van Raalte, die betrokken was bij de liquidatie en afwikkeling van Waterfront.

„Het is ook niet te begrijpen dat de gemeente nog in zee wilde met K. nadat de bestuurders van Waterfront al hadden gewaarschuwd dat hij afspraken over de overname van geluidsapparatuur en verlichting niet nakwam”, zegt raadslid Leo de Kleijn (SP). Daardoor liep de gemeente 30.000 euro mis. Dat geld zou namelijk in mindering gebracht worden op het verlies van Waterfront dat zeker zo’n vijf ton beliep. Dat moest de gemeente betalen.

Een brief van de burgemeester en wethouders van Rotterdam aan de gemeenteraad, over Waterfront

Druk van bestuurders

Uit het onderzoek van de rekenkamer blijkt ook dat ambtenaren druk ervaren van bestuurders – wethouders, bestuurders van deelgemeentes en gebiedscommissies – bij de selectie van leveranciers en andere contractanten. De Kleijn eist aanvullend onderzoek en de Rekenkamer heeft toegezegd dit uit te voeren, bevestigt directeur Paul Hofstra.

Het gemeentebestuur wist al van de misstanden rond het voormalig Waterfront voordat het kritische rapport van de Rekenkamer uitkwam. Toch besloot ze het rapport grotendeels af te serveren.

Het grootste deel van de conclusies en aanbevelingen – facturen niet betalen voordat duidelijk is dat de afgesproken dienst geleverd is, bijvoorbeeld – neemt het college van burgemeester en wethouders niet over. Hofstra laat het koud. „Ik hoef geen vriendjes met ze te worden.”