Schrijnende familiekiekjes

Fotodok toont werk van vijftien fotografen die vat trachten te krijgen op hun familie.

Pieter Hugo: 'Ann Sallies, who worked for my parents and helped raise me'. Douglas, 2013, uit de serie 'Kin'.

Phillip Toledano was zes toen zijn zusje van negen, Claudia, overleed. Thuis werd er niet meer over haar gesproken. De kleine Phillip ontwikkelde een passie voor planeten en verre zonnestelsels – zo ver mogelijk weg van dat onbegrijpelijke verdriet. Dat er een verband tussen was, begreep hij pas toen hij bij het overlijden van zijn moeder een doos vond met aandenkens aan Claudia: foto’s, briefjes van zijn zusje aan haar ouders, brieven van de moeder aan haar overleden dochter, een haarlok in een plastic zakje. Hij heeft er een fotoboek over gemaakt dat je de tranen over de wangen doet biggelen.

Dat geldt voor veel werk op de tentoonstelling There is something about my family bij Fotodok in Utrecht – bepaald geen aaneenschakeling van blije familiekiekjes. Femke Lutgerink en Jenny Smets kozen werk van vijftien fotografen uit acht landen. Ze maken goed zichtbaar hoe de makers het fotograferen en filmen aanwenden om vat te krijgen op hun eigen levens. In al hun intimiteit zijn het grote verhalen. Helaas botst zoals wel vaker bij Fotodok de veelheid aan projecten op de beperkingen van de ruimte.

De Zuid-Afrikaanse fotograaf Pieter Hugo is een grote, gespierde, getatoeëerde kerel. Een van de indrukwekkendste foto’s uit zijn serie Kin (‘verwanten’) is die van hem naakt op bed met zijn pasgeboren dochtertje voor zijn kruis.

Een andere belangrijke vrouw in zijn leven was zijn zwarte nanny, van wie hij een prachtig weemoedig portret maakte. Maar tot zijn verwanten rekent Hugo ook daklozen die in het park liggen te slapen. In zijn land is het privéleven niet van het politieke te scheiden.

Hetzelfde geldt voor het Oost-Duitsland uit de jeugd van Michael Anhalt. Zijn ouders wilden vluchten met een zelfgebouwd vliegtuig maar werden gesnapt. Jaren later werd het gezin herenigd in het Westen, maar het lukte ze niet meer om samen te leven.

Uljana Orlova vluchtte in de jaren negentig als kind met haar moeder uit Litouwen naar Nederland, maar waarom? Dochter wil haar eigen verleden leren kennen, moeder wil niets loslaten, ook niet nu de dochter haar daartoe met de videocamera wil dwingen. Het wordt een schrijnende confrontatie, die je als kijker ook nog ondergaat in de benauwde ruimte van een kast onder een trap – het zweet breekt je om allerlei redenen uit.

Hoe weinig je over je eigen (familie)leven te zeggen hebt, is het thema van het geëngageerde multimediaproject over Rwanda van fotograaf Anaïs López, journalist Paulien Bakker en filmer Anisleidy Martinez. De overheid besloot er alle weeshuizen te sluiten, ook al zijn veel kinderen daar van kleins af aan opgegroeid en hebben geen idee hoe ze zich in de buitenwereld moeten handhaven.

Het drietal volgde twee jongens van wie de moeder werd opgespoord en naar wie ze met tegenzin werden toegestuurd. Daar ontdekten ze dat ze in de bekende valkuil van de westerse hulpverlening waren getrapt: omdat de jongens in gezelschap van westerlingen waren gezien dacht iedereen nu dat ze wel rijk zouden zijn. Het drietal maakte een boekje, ‘In my dreams I want to become a tourist’ waarvan de opbrengst scholing voor gedupeerde kinderen financiert.

Ja, toerist zijn, dat is een mooier toekomstbeeld dan je afvragen waar je volgende maaltijd vandaan moet komen.