Saoedi-Arabië neemt zeldzame lening bij buitenlandse banken

Voor het eerst in 25 jaar gaat Saoedi-Arabië een grote lening aan bij buitenlandse banken. De olienatie wil daarmee de gaten in de begroting dichten in plaats van verder in te teren op reserves.

Saoedi-Arabië is de grootste olie-exporteur ter wereld. Het IMF berekende dat de begroting sluitend is met een olieprijs van 98 dollar per vat. Die prijs wordt bij lange na niet gehaald. Ter vergelijking: de olieprijs krabbelde, na een dieptepunt van 30 dollar in januari, weer langzaam op tot bijna 45 dollar. In de zomer van 2014 was de olieprijs nog 115 dollar.

Volgen de Financial Times wil Saoedi-Arabië tien miljard dollar lenen (8,85 miljard euro). Een aanvankelijk leenbedrag van 8 miljard dollar werd meteen overschreven. Vooral banken in Zuid-Azië zouden zich gretig op de lening hebben ingeschreven.

Volgens analisten is deze lening een eerste test om de interesse te peilen in de markt. Waarschijnlijk zullen dus meer bedrijven uit Saoedi-Arabië op zoek gaan naar buitenlands kapitaal.

De vorige buitenlandse lening die de oliestaat afsloot dateert uit 1991, net na de eerste Golfoorlog.

Saoedi-Arabië was altijd een land dat zijn enorme financiële reserves investeerde in staatsleningen, aandelen en bedrijven. Door de lage olieprijs teert het koninkrijk nu snel in op zijn buitenlandse bezittingen. Dat moet door de lening vertraagd worden. Ook zou vers buitenlands kapitaal de druk op lokale banken en bedrijven (die al veel staatsaandelen kochten) verminderen.

Staatsbedrijf Saudi Aramco is het grootste energiebedrijf ter wereld met een omzet van 335 miljard euro (cijfers 2014). Er zijn plannen om een deel van Aramco – vooralsnog 5 procent – te verkopen.

Het lukt de olielanden niet de prijs hoog te houden door schaarste te creëren met productievermindering. Saoedi-Arabië blokkeerde afgelopen weekeinde, op een internationale olietop in Doha, Qatar, nog een voorstel tot productievermindering.