Ongezien weg uit een tbs-kliniek

Rechtbank De Nijmeegse Pompekliniek vindt dat de begeleiding goed was van een man die nu terechtstaat voor het doden van zijn nicht.

Een boswachter staat voor een afgezet gebied in de Hatertse Vennen waar het lichaam van Mariska werd gevonden. Foto Bas Czerwinski / NRC

Een man die terechtstaat voor het verkrachten en het doden van zijn nichtje kon ’s nachts ongezien het tbs-terrein verlaten waar hij woonde. De 52-jarige Johan P. kwam en ging via een raam van een medebewoner. Ook had hij er de beschikking over drugs en wist hij urinecontroles te omzeilen. De verdachte leverde urine van een medebewoner in.

Dat bleek woensdag in de rechtbank Gelderland, waar justitie een celstraf van vijftien jaar en tbs met dwangverpleging eiste voor doodslag op en verkrachting van Mariska Peters (21) uit Nijmegen. P., in 2004 veroordeeld tot een celstraf en tbs vanwege incest met zijn dochter, woonde buiten de hekken van de Pompekliniek in Nijmegen, maar nog wel op het terrein. Hij verkeerde in de laatste fase van zijn behandeling. Als hij weg wilde, moest dat worden geregistreerd.

Mariska verdween in de nacht van 8 op 9 februari 2015 en werd twee weken later dood gevonden in een natuurgebied bij Nijmegen. Mariska had tegen haar moeder gezegd dat ze met een vriendin naar de dokterspost moest en tegen de vriendin dat ze naar een collega ging.

Pakketje drugs

Ze vertrok in haar auto, die 10 februari in de buurt van haar huis werd teruggevonden met haar tas en portemonnee er nog in. Later werd haar oom aangehouden. Zijn bloedsporen zijn aangetroffen in de auto, op delen van een mes in de auto en op de vindplaats, op haar kleding en onder een nagel. Volgens justitie wijst alles erop dat Mariska met haar oom had afgesproken. Ze verkeerde in de veronderstelling dat ze met hem een pakketje drugs zou gaan bezorgen. Ze zou er 250 euro mee kunnen verdienen. Mariska had schulden.

De gang van zaken in de Pompekliniek „is niet te begrijpen”, stelt Bas Pernot, advocaat van de familie. „De man was buiten zonder dat het was opgevallen, gebruikte drugs en verwisselde urine. Dat is zorgelijk.” Volgens hem is het voor de familie „onverteerbaar” dat de kliniek van mening is dat ze bij de begeleiding geen steken heeft laten vallen. De zus van de verdachte had de kliniek eerder al telefonisch op de hoogte gebracht van het drugsgebruik van haar broer. Ze vertrouwde haar broer niet met vrouwen.

De zus had de kliniek laten weten dat haar broer drugs gebruikte

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie, verantwoordelijk voor de tbs-klinieken, is er na het misdrijf een „intercollegiale toetsing” geweest, waaruit zou zijn gebleken dat er sprake was van „passend risicomanagement”. Zolang de zaak onder de rechter is, wil het ministerie verder niet reageren.

Nachtmerrie

De familie leeft sinds de dood van Mariska in een nachtmerrie, volgens de advocaat. De vader van Mariska, Marcel Peters, vroeg zich af waarom zijn broer gedurende de vermissing niets had gezegd. Hij had de familie helpen zoeken, hen getroost. Bij een stille tocht voor Mariska liep hij voorop. Hij droeg haar kist, legde bloemen.

De vader moest door de parketpolitie worden tegengehouden toen hij de zittingszaal binnenkwam om te spreken. Hij probeerde bij zijn broer te komen. Hij schreeuwde:

„Teringlijer. Ik vermoord je echt. Wacht jij maar, vuile moordenaar.”

De verdachte beriep zich op zijn zwijgrecht, ondanks de vele pogingen van de rechter om hem te laten praten.

De rechtbank schetste op basis van rapportages een familiegeschiedenis vol alcoholisme, seksueel misbruik, mishandeling en psychiatrische problemen. De verdachte heeft een persoonlijkheidsstoornis. Drugs kunnen hem „paranoïde” maken. In 1990 werd hij veroordeeld voor een verkrachting. Familieleden omschreven hem als een pathologische leugenaar die geen emotie vertoont en vrouwen wil domineren.

Justitie denkt dat P. zijn nicht heeft gewurgd omdat hij tegen haar wil seksueel contact met haar heeft gehad en hij vreesde dat hij alles zou kunnen verliezen; zijn familie, het vooruitzicht op zijn vrijheid. De advocaat van de verdachte, Frank Janzing, vond dat er sprake was van „eenzijdige opsporing”. Hij probeerde twijfel te zaaien over het bewijs. Hij vroeg vrijspraak.