‘OM kan geen 111 miljoen terugeisen van Van den Nieuwenhuyzen’

De Rotterdamse rechtbank heeft het OM niet ontvankelijk verklaard, maar Justitie gaat in hoger beroep tegen de uitspraak.

Joep van den Nieuwenhuyzen een jaar geleden bij het Paleis van Justitie in Den Haag. Foto Martijn Beekman/ANP

De Rotterdamse rechtbank heeft donderdag bepaald dat het Openbaar Ministerie (OM) te laat was met het indienen van een terugvorderingsclaim van 111 miljoen euro tegen ‘bedrijvendokter’ Joep van den Nieuwenhuyzen. Het OM is niet ontvankelijk verklaard en kan daarom het bedrag niet terugvorderen. Het OM gaat in beroep.

Aanvankelijk werd 42 miljoen euro teruggevorderd van Van den Nieuwenhuyzen vanwege faillissementsfraude. Daarvan werd de zakenman echter in juni 2015 vrijgesproken door het Haagse Gerechtshof. Justitie verlegde daarop de koers en kwam het met de eis van 111 miljoen euro vanwege het financieel voordeel dat Van den Nieuwenhuyzen zou hebben verkregen door de corruptie. In het zogeheten Havenschandaal is de ondernemer namelijk wel schuldig bevonden aan fraude.

Volgens het OM profiteerde Van den Nieuwenhuyzen persoonlijk van de leningen die zijn defensieconcern RDM verkreeg via omkoping. Dat zou hem 111 miljoen euro hebben opgeleverd. De Rotterdamse rechtbank stelt nu echter dat het OM niet een oude vordering had aangevuld maar is gekomen met een compleet nieuwe claim. En die werd volgens de rechtbank te laat ingediend. Van Den Nieuwenhuyzen werd in 2013 veroordeeld voor corruptie, en het Openbaar Ministerie had de claim binnen twee jaar daarna moeten indienen.

Het OM stelt in een reactie het niet eens te zijn met de uitspraak van de rechtbank en gaat in hoger beroep.

Ontnemingszaak

De ontnemingszaak volgt op een langlopende rechtszaak tegen Van den Nieuwenhuyzen en Willem Scholten, oud-directeur van de Rotterdamse haven, schreef NRC-redacteur Mark Duursma eerder. Tussen 2002 en 2004 kreeg Van Den Nieuwenhuyzen voor ruim 180 miljoen euro aan garanties van Scholten:

“Als RDM niet zou kunnen voldoen aan de betalingsverplichtingen, stond het Havenbedrijf Rotterdam garant. In ruil voor de voorkeursbehandeling ontving Scholten gunsten en geld van Van den Nieuwenhuyzen, iets wat beide betrokkenen altijd zijn blijven ontkennen. Het grootste deel van de vordering, ruim 106 miljoen euro, betreft uitbetaalde leningen die, in de woorden van het OM, werden “bemachtigd met de corrupt verkregen garanties.”

Oude vordering blijft staan

Door de niet ontvankelijkverklaring met betrekking tot de claim van 111 miljoen euro moet het OM weer terugvallen op de aanvankelijke vordering van 42 miljoen euro voor faillissementsfraude. Justitie is in cassatie gegaan bij de Hoge Raad in de hoop dat de strafzaak wordt overgedaan en Van den Nieuwenhuyzen alsnog kan worden teruggefloten voor het financieel gewin dat hij er volgens het OM aan heeft overgehouden.