Obama bezoekt een tobbend Europa

Analyse Trans-Atlantische relatie Europa heeft er niet eens zozeer moeite mee met de VS samen te werken, als wel om de eigen gelederen gesloten te houden.

Donderdagavond wordt de Air Force One, het vliegtuig van de Amerikaanse president Obama verwacht in Londen voor een vierdaags bezoek aan Europa. Foto REUTERS/Kevin Lamarque

Zijn presidentschap is niet helemaal geworden wat veel Europeanen ervan hadden gehoopt. Nog voor de Amerikaanse kiezers hem in het zadel hielpen als president maakte Barack Obama in de zomer van 2008 een ware zegetocht door Europa. Europa en de VS zouden meer met elkaar moeten samenwerken, hield hij een jubelende menigte van 200.000 mensen in de Berlijnse Tiergarten voor. Een betere partner dan Europa had Amerika niet, zei de toenmalige presidentskandidaat.

Bijna acht jaar later zitten Obama’s twee termijnen als president er bijna op en reist hij opnieuw naar Europa – naar Groot-Brittannië en Duitsland - en aan beide kanten is men een stuk sadder and wiser geworden. Grote conflicten die de trans-Atlantische relatie zwaar onder druk zetten, zoals de Irak-oorlog onder Obama’s voorganger George W. Bush, zijn weliswaar uitgebleven maar geestdriftige mensenmassa’s zal de president ditmaal niet meer op de been brengen.

Onder Europese regeringsleiders is niet onopgemerkt gebleven dat Obama zich de laatste tijd nogal kritisch heeft uitgelaten over Europa. In een openhartig interview met The Atlantic trok hij onlangs stevig van leer tegen het ‘free ridergedrag’ van veel Europese staten. Daarmee doelde hij op de gewoonte van zijn Europese bondgenoten om op defensiegebied met het minimum te volstaan, in de veronderstelling dat de Amerikanen het zware werk bij een crisis toch wel voor hen zouden opknappen.

Toen de spanningen in 2011 tijdens de opstand tegen kolonel Gaddafi in Libië hoog opliepen en de roep om buitenlandse interventie aanzwol, besloot Obama bewust de Fransen en Britten het voortouw te laten nemen. Het werd geen succes, stelde hij vast, „omdat ik meer vertrouwen had in de Europeanen, gegeven de nabijheid van Libië” dan gerechtvaardigd bleek. Gaddafi verdween van het toneel maar Libië werd een gevaarlijke broedplaats voor extremisten.

Voor Obama was het een les. Hij wilde zijn vingers niet opnieuw branden aan een grote crisis in het Midden-Oosten, te meer omdat de Verenigde Staten minder afhankelijk dan vroeger zijn van olie uit de regio. Zelfs toen de Syrische president Assad chemische wapens inzette – iets wat Obama eerder had aangegeven als een ‘rode lijn’ die niet mocht worden overschreden – schrok hij terug voor vergeldingsbombardementen.

En terwijl de Russen vorige herfst effectief intervenieerden in Syrië ten gunste van Assad, beperkte Obama zich tot acties tegen de Islamitische Staat. Intussen was er een exodus richting Europa gaande van vluchtelingen uit Syrië, waar Assad weer sterker in het zadel zat. Het kwam Obama, ook in Europa, op kritiek te staan. De Europeanen zelf keken intussen machteloos toe.

Ook aan het conflict tussen Israël en de Palestijnen heeft Obama zich niet willen vertillen. Hier staat tegenover dat er veel waardering in Europa bestaat voor de manier waarop hij het nucleaire akkoord van vorig jaar met Iran heeft gesteund, met de nodige politieke risico's in eigen land.

Azië belangrijker dan Europa

Ondanks de warme gevoelens die Europa aanvankelijk voor Obama koesterde, heerste er vanaf het begin twijfel of dit geheel wederzijds was. Die twijfel groeide toen Obama in zijn tweede termijn zijn ‘pivot to Asia’, zijn draai naar Azië, maakte. Nog onlangs vertelde de Amerikaanse minister van Defensie, Ashton Carter aan journalist Jeffrey Goldberg – dezelfde van het artikel in The Atlantic– dat volgens Obama „Azië het werelddeel is dat van de grootste betekenis is voor de Amerikaanse toekomst en dat geen enkele president daarvan zijn ogen af kan laten”.

Niet dat Obama niet bereid was Europa soms de helpende hand te bieden. Zo maakte hij onlangs bekend dat hij voor 3,4 miljard dollar extra militair materieel uittrekt voor NAVO-landen in Midden- en Oost-Europa. Dit in reactie op de Russische agressie op de Krim en in het oosten van Oekraïne. Maar ook in deze crisis liet Obama het initiatief aan de EU.

De president treft deze week een tobbend Europa aan, dat er niet eens zozeer moeite mee heeft met de VS samen te werken alswel om de eigen gelederen gesloten te houden. In Londen zal Obama vrijdag proberen zo diplomatiek mogelijk premier David Cameron een steuntje in de rug te bieden bij diens pogingen zijn land in de EU te houden. Want de Amerikanen zien liever geen versnipperd Europa, zeker niet nu Rusland zich expansiever opstelt dan op enig moment sinds de val van de Muur.

Berlijn bezoekt Obama dit keer niet. Wel Hannover. Zijn gastvrouw is Angela Merkel, ook niet meer de onaantastbare figuur die ze geweest is, murw geslagen door de vluchtelingencrisis die Europa lange tijd tot op het bot verdeelde. Om nog maar te zwijgen van de curieuze affaire rond de Turkse president Erdogan, die zich stoorde aan satirische grappen over hem van een Duitse televisiekomiek.

Een definitief afscheid van Europa is het overigens nog niet. In juli is Obama in Warschau voor een NAVO-top. Daar zullen Europeanen én Amerikanen er alles aan doen zich - in de vroegere achtertuin van Moskou - zo eensgezind mogelijk te presenteren.