‘Vier miljoen Nepalezen nog dakloos, jaar na beving’

Door de aardbeving en door naschokken vonden bijna negenduizend mensen de dood.

Een archieffoto van april 2015, kort na de beving in het land. AP /Niranjan Shrestha

Ongeveer vier miljoen Nepalezen hebben nog geen vast dak boven hun hoofd. De zware aardbeving waarbij duizenden mensen omkwamen is echter bijna een jaar geleden. Dat meldt het Rode Kruis donderdag. De organsatie schrijft dat mensen onder plastic slapen, of in andere provisorische onderkomens. De situatie zou een bedreiging vormen voor hun gezondheid.

Door de beving werden volgens het Rode Kruis meer dan 800.000 huizen beschadigd. De internationale hulporganisatie schrijft dat er “weinig voortgang” is bij het bouwen van nieuwe huizen voor de overlevenden. Veel Nepalezen zijn zelf aan het bouwen geslagen.

De hulporganisatie gaf naar eigen zeggen meer dan 130.000 mensen na de ramp onderdak, zoals door het aanbieden van tenten en dekzeilen. “Dit was nooit bedoeld als permanente oplossing”, aldus het Rode Kruis donderdag in een verklaring.

Lees meer over aardbevingen in Nepal: De volgende aardbeving is nu al zichtbaar

Door de aardbeving op 25 april 2015 en door naschokken vonden bijna negenduizend mensen de dood. 22.000 mensen raakten gewond. Veel bergachtige gebieden werden pas weken na de beving bereikt door de Nepalese overheid, ondanks dat er veel internationale hulp op gang kwam. In het land wonen ongeveer 27 miljoen mensen.

Wachten op geld

De regio is scherp politiek verdeeld, waardoor de oprichting van een centrale hersteldienst maanden op zich liet wachten. Pas half januari kondigde de overheid officieel aan te beginnen met het herstel. “De wederopbouw moet feitelijk nog beginnen”, zei Bhawani Rana, vicevoorzitter van de Nepalese koepel van Kamers van Koophandel eerder deze maand tegen verslaggever Joeri Boom.

Over de 4 miljard euro die op een donorconferentie kort na de beving werd beloofd, zegt ze: “Wij waren blij, maar er zijn nog geen plannen opgesteld voor een nationale wederopbouw. Tot die tijd krijgt ons land dat toegezegde geld niet.”