Mocro, trek je niets aan van zo’n voetbalsigaar

Marokkanen moeten hun schouders ophalen over de meninkjes van Johan Derksen, schrijft Khalid Boudou.

Johan Derksen in de schmink. Foto ANP / Robin Utrecht

In een tijd van chronische mediahysterie kregen de woorden van Johan Derksen over Marokkaanse amateurvoetballers meer vleugels mee dan ze waard waren. En dat onder andere dankzij de overdreven reactie van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN), dat dreigde met aangifte tegen Derksen. Je moet er maar zin in hebben. Afijn, de Marokkaanse beer schoot los, holde het tv-circus in en zette de sluizen van de glibberige internetriolen open. Ook minister Schippers van Sport deed een lelijke duit in het zakje. Ze schaarde zich achter Derksen, wurmde zich in de schreeuwende menigte en sprak van een reëel probleem. Geen enkele onderbouwing werd daarbij door haar ontvouwen. Geen gegevens, geen statistieken, geen enkel denkwerk. Nee, ze praatte na wat ze had gehoord. Want als Johan Derksen zegt: ‘We hebben een probleem’, dan hebben we een probleem! Johan Derksen, de voetbaldeskundige die in zijn tv-programma negen van de tien keer de verkeerde winnaar aanwijst bij het invullen van het lijstje voor de toto. Ik houd mijn hart vast als binnenkort Linda de Mol roept: ‘We moeten Iran aanvallen!’

In het tv-programma Pauw poogde de woordvoerder van SMN, Farid Azarkan, gretig maar tevergeefs een discussie op inhoud met Derksen te voeren over zijn uitspraken. Derksen deed waar hij goed in is: simpel en hard op de man spelen. Hiermee oogstte hij veel waardering op de sociale media. Het optreden van Azarkan werd juist gezien als een bevestiging van een Marokkaans agressieprobleem. Ook dat nog, je doet het ook nooit goed. En of het niet erger kan: Peter R. de Vries wist op Twitter het optreden van Azarkan wel op waarde te schatten. Je kunt voor minder van de flat springen.

Ik houd mijn hart vast als Linda de Mol roept: ‘We moeten Iran aanvallen!’

En dan werpt zich de vraag op: waarom laten prominente Marokkaanse Nederlanders zich überhaupt hiertoe verleiden? Waarom die drang om constant te reageren en vooral te overreageren op elke uitspraak over Marokkanen? Waarom niet schouderophalend doorlopen? Is het de Messiaanse drang om elke kans aan te grijpen om tegenwicht te bieden aan het negatieve beeld over de Marokkaan? Als dat het is, kunnen zij het best verschijnen in tv-programma’s als Ik hou van Holland: daar kun je met een oranje puntmuts op gezellig meedeinen op een Hollandse carnavalskraker. Sympathie gegarandeerd. Je kunt ook in je onderbroek op de duikplank gaan staan in het programma Sterren Springen. Je nek daarbij breken zal het zeker goed doen bij de kijkers. Voor de rest kun je het wel schudden. Er valt geen eer te behalen met de Marokkaanse proteststem.

Vaak wordt terecht beweerd dat trots Marokkaanse jongeren in de weg zou zitten; diezelfde trots zou nu wel eens de ontsnapping kunnen zijn uit de maatschappelijke klem waarin de Marokkaan gevangen zit. Neem als voorbeeld een aantal zelfbewuste Marokkaanse jongeren waarmee ik werk. Deze jongeren hechten veel meer waarde aan eigen tijd en eigen kunnen dan aan de meninkjes van een of andere voetbalsigaar. Deze toekomstige toppers bewegen zich voort in stilte en wensen door niets of niemand vertegenwoordigd te worden. Ook niet door Marokkaanse organisaties; de tijd dat een voorzitter van een centrum voor buitenlanders sprak namens alle gastarbeiders hebben we immers allang achter ons gelaten. Ook wensen zij niet zielig gevonden te worden als zij geen stageplek of baantje kunnen krijgen vanwege hun etnische achtergrond; zij hebben de blikken breed op de grote wereld gericht. Deze jongeren zijn goed opgeleid, creatief, wereldwijs en bulken van het zelfvertrouwen. Lukt het niet in Nederland, dan lukt het wel in Dubai en anders wel op een andere planeet. Zij zijn trots en zeggen: Beste Mocro, laat toch eens wat vaker de negativiteit van je afglijden.