Originaliteit en talent in comedyserie Toon

Joep Vermolen als kubistische smurf in de serie 'Toon' (KPN).

Moet dat nu echt? Dat elke provider voor Netflix gaat spelen en zijn eigengemaakte series exclusief aan de eigen abonnees gaat aanbieden? KPN kondigde al eerder Leon de Winters dramaserie Brussel aan en start op 22 april met de achtdelige comedyserie Toon, waarvan ik regisseur noch scenarist ooit eerder was tegengekomen, evenmin als alle acteurs (op een paar gastrollen na).

Met frisse tegenzin klikte ik op de ontvangen link om een aflevering uit te proberen. Een paar uur later had ik ze alle acht in een ruk uitgekeken en mocht ik me gelukkig prijzen met een opperbest humeur over zo veel originaliteit en talent uit onverwachte hoek.

Regisseur Beer ten Kate is een producent van commercials. Hij ontwikkelde met scenarioschrijver Dirk van Pelt een bitterzoete, absurde comedy rond hoofdrolspeler Toon (Joep Vermolen). Zowel personage als acteur is een nerdy componist van reclamejingles, die het liefst de hele dag thuis op de bank zit te gamen. Maar het lot beschikt anders.

Voor zijn verjaardag heeft zus Elise (Loulou Hameleers) een surpriseparty georganiseerd, met haar überhippe vrienden. Het feestvarken wordt er net zo gekoeioneerd als op het reclamebureau. Hij pakt een gitaar en zingt dat iedereen naar huis moet gaan. Een van de aanwezigen filmt het optreden, zet het op YouTube en een paar uur later is Toon een ster met een miljoen hits.

Heel slim legt de geheel door KPN geproduceerde serie voortdurend de nadruk op wat je zoal met internet kan doen. Overal zijn telefoontjes, selfies, online games en andere feestartikelen, die er het leven overigens niet alleen maar eenvoudiger op maken.

In feite is het verhaal van Toon een variant op het oude stramien van de buitenstaander die een held wordt tegen wil en dank, omdat hij zichzelf blijft tussen de hielenlikkers en opgeblazen kletskousen. Zus Elise wordt manager, het meisje Nina (Amy van der Weerden) dat spontaan was gaan meezingen, zijn vaste sidekick. Binnen de kortste keren ontmoeten we platenmanagers, personal assistants, coproducenten en een bonte stoet van zichzelf te serieus nemende bobo’s. Vast weerkerend element aan het begin van elke aflevering is de bazige reclameman Robbie (Robbert Bleij), die net zo onzeker is als bijna iedereen in dit bizarre universum, en daarom maar hoog van de toren blaast.

De makers houden van absurde grappen. Aan tafel in de talkshow Jinek zit een kikvorsman, die plotseling op een melodica gaat meespelen, als Toon zijn hit inzet. In een artistieke videoclip wordt de artiest gemodelleerd als kubistische smurf en Nina tot Barbarella.

Geen idee waar al deze jonge acteurs vandaan komen, maar ze zijn bijna allemaal goed en praten unisono in een raar soort neurotische understatements. Joep Vermolen is wat mij betreft de grootste ontdekking sinds het duo Jeroen van Koningsbrugge en Dennis van de Ven, duidelijk twee van de voorbeelden.

Het is vooral een prettig idee dat er alternatieven zijn voor de overmaat aan al te bekende gezichten op de traditionele zenders.