Column

Klankborden

Wat moeten we precies onder klankborden verstaan? Dat was begin deze week de vraag bij de rechtszaak tegen de Limburgse ondernemer en politicus Jos van Rey. Van Rey bleek een andere definitie van klankborden te hebben dan minister Plasterk, die naar aanleiding van een tweet van hem was opgeroepen om in deze rechtszaak te getuigen.

Vanwege die uiteenlopende definities waren Van Rey en Plasterk „in cirkeltjes” blijven praten, verklaarde Van Reys advocaat in het NOS Journaal. De nieuwslezer van het Journaal vatte Van Reys definitie van klankborden als volgt samen: „Vertrouwelijke informatie delen met sollicitanten voor burgemeestersfuncties.” Volgens Van Rey is dit in Nederland volstrekt gangbaar: „Zo functioneerden álle benoemingen.”

Is klankborden zo’n nieuw werkwoord dat niemand weet wat er precies mee wordt bedoeld? Welnee. Klankborden is een afleiding van het zelfstandig naamwoord klankbord, dat verschillende betekenissen heeft. Zo wordt de schuine plank in het galmgat van een klokkentoren een klankbord genoemd. Net als de houten luifel – de kanselhemel – boven het spreekgestoelte in oude kerken. En ook veel muziekinstrumenten hebben een klankbord of klankblad. In al deze toepassingen heeft het klankbord dezelfde functie: geluid versterken.

Vanaf omstreeks 1975 werd het in ambtelijke kringen gangbaar om ideeën voor te leggen aan een zogenoemde klankbordgroep. Dit is een typisch Haags woord, dat aanvankelijk vooral in het onderwijs en de welzijnssector werd gebruikt. De Dikke Van Dale definieert het als een „geïnstitutionaliseerde groep personen met wie men kwesties kan doorspreken”.

In zo’n klankbord of klankbordgroep toetst men ideeën, peilt men meningen, onderzoekt men draagvlakken en inventariseert men bezwaren en tegengeluiden. Bij mijn weten wordt hiervoor al zeker sinds de jaren negentig het werkwoord klankborden gebruikt. „We moeten blijven klankborden”, citeerde Frans Heddema in 1994 een CDA-politicus in Regententaal Beneden Amsterdams Peil.

Inmiddels lijkt klankborden er een betekenis te hebben bijgekregen: je op de achtergrond met een zaak of benoeming bemoeien door bijvoorbeeld te lobbyen of een sollicitant voor te bereiden. In die betekenis trof ik klankborden sinds 2012 aan in gerechtelijke uitspraken, die overigens bijna allemaal te maken hebben met Van Rey.

Toeval wil dat uitgeverij Van Dale een dag na Plasterks verhoor een persbericht uitbracht met de tekst: „Van Dale houdt de woordenstromen in de media in de gaten en vist dagelijks de nieuwste woorden op in het Nederlandse taalgebied. De verse vangst staat vanaf vandaag weer in de Dikke Van Dale Online. De woorden laten zien wat ons de afgelopen maanden heeft beziggehouden.’’

Er bleken woorden te zijn toegevoegd als heppiedepeppie, belastingnomade, kantoornomade en blaasmarathon. Maar het woord klankborden, hoewel al enige tijd tamelijk prominent in het nieuws, bleek te ontbreken, zonder twijfel tot spijt van de rechters in deze zaak.

In de nieuwe, tamelijk schimmige betekenis, lijkt het gebruik van klankborden vooralsnog zeldzaam. In de oude betekenis wordt het nog volop gebruikt. Zo zijn er sites van coaches, trainers en zogenoemde turnaroundmanagers die klankboarding of klankborden aanbieden. In alle openheid.