Jeugdlonen omhoog en seizoenswerk soepeler

Minister Asscher heeft met werkgevers en werknemers een akkoord bereikt over verhoging van jeugdlonen.

Vakbond FNV Jong viert ‘eerste stap afschaffing jeugdloon’. Foto Bart Maat / ANP

De leeftijd voor het minimumjeugdloon wordt verlaagd van 23 naar 21 jaar. Daarover heeft minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) overeenstemming bereikt met werkgevers en werknemers.

De verlaging gaat in twee stappen, in 2017 en 2019, zodat tijdig kan worden ingegrepen als dat leidt tot banenverlies. Voor werkgevers komt er een compensatieregeling voor de hogere loonkosten.

Asscher maakte dat donderdagochtend bekend bij de presentatie van wat hij, in navolging van het sociaal akkoord uit 2013, zijn ‘voorjaarspakket’ noemt: het repareren van een aantal maatregelen in de Wet werk en zekerheid die het gevolg waren van dat sociaal akkoord.

Behalve verlaging van de minimumjeugdloonleeftijd en verhoging van de lonen voor jongeren van 18 tot en met 20, wordt het voor seizoenswerkers makkelijker om na een tijdelijk contract een nieuw contract te krijgen. Nu mogen seizoenswerkers (op bijvoorbeeld campings en strandhoreca of in de tuinbouwsector) na afloop van een contract een half jaar lang geen nieuw contract aannemen. Die periode wordt verkort naar drie maanden. Dat wordt niet in de wet geregeld, werkgevers en werknemers mogen daarover in cao-onderhandelingen afspraken maken.

Asscher komt ook tegemoet aan kritiek vanuit het bedrijfsleven op de verplichte transitievergoedingen bij ontslag en het twee jaar lang doorbetalen van loon bij langdurige ziekte. Die transitievergoeding blijft bestaan, maar het wordt mogelijk dat in sommige gevallen niet de werkgever, maar de UWV die betaalt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij faillissement of bedrijfsbeëindiging als de werkgever met pensioen gaat.

Werkgevers kunnen langdurig zieke werknemers, van wie snel duidelijk is dat zij niet meer aan het werk gaan, eerder bij het UWV aanmelden. „Als reïntegratie op voorhand zinloos is, moet er sneller een uitkering geregeld worden”, aldus de minister.

Asscher zet vaart achter zijn voorjaarspakket. Voorstellen om de Wet werk en zekerheid daarvoor aan te passen, stuurt hij vandaag naar de Tweede Kamer. Hij weet zich daarbij verzekerd van een Kamermeerderheid van, in elk geval, PvdA en VVD.

PvdA-woordvoerder Roos Vermeij sprak vanochtend van een ‘doorbraak’ als het om afschaffing van het minimumjeugdloon gaat. „Daar is sinds 1984 niets meer aan gedaan.” VVD-woordvoerder Bas van ’t Wout erkende dat afschaffing ervan „geen onderdeel uitmaakte van ons verkiezingsprogramma. Maar de problemen rond het seizoenswerk worden nu opgelost. Dat moet, bij wijze van spreken, nog voor deze zomer gebeuren.” Ook de handreikingen aan vooral het midden- en kleinbedrijf bij de transitievergoedingen, is volgens Van ’t Wout winst.

FNV-voorzitter Ton Heerts noemt afschaffing van het jeugdloon een „historische stap, afgedwongen door de vele acties van jongeren die aangesloten zijn bij FNV”. Versoepeling van de regels rond seizoensarbeid is volgens Heerts alleen bedoeld voor écht seizoenswerk. „De redacteuren van Pauw bijvoorbeeld, moeten gewoon het hele jaar in dienst zijn.”