Ik wil niet verpieteren in Rotterdam

zihni_ozdil0

‘U staat op nummer één! Volgende week kunt u de studio bezichtigen”, aldus de Amsterdamse woningbouwvereniging die me onlangs belde. Dolblij was ik. Rotterdam stelde al niet zoveel voor, maar sinds de marketingmachine om de stad te ‘verhippen’ op gang is gekomen, ben ik er helemaal klaar mee. Want Rotterdam zal ‘het’ nooit worden. De reden is ironisch genoeg terug te zien in die marketing. Slogans zoals ‘Manhattan aan de Maas’ en ‘wij willen ook bakfietswijken’ (dixit Joost Eerdmans, Leefbaar Rotterdam) laten zien dat de havenstad weinig zelfbewustzijn kent. De eigen kracht is uitgeput en andere steden copycatten lijkt de enige overgebleven visie. Een kosmopolitische culturele elite trek je echter alleen naar de stad als er cultureel ook echt iets te doen is.

Terwijl je in Amsterdam bijna dagelijks wel een evenement over nationale en internationale thema’s kunt bezoeken, krijg je in Rotterdam blijkbaar een zaal alleen vol als je een poep-op-straat-in-de-stad-debat organiseert. De meeste debatcentra, zoals het Rotterdamse icoon De Unie, zijn in de afgelopen jaren wegbezuinigd. Zo wordt het wel heel lastig om ‘bakfietswijken’ te vullen.

De ‘geest’ van Rotterdam is niettemin erg chauvinistisch. Rotterdammers noemen zichzelf graag ‘recht voor z’n raap’, maar zodra iemand recht voor z’n raap is over Rotterdam, worden ze meestal heel boos.

Afijn, ik wil de rest van mijn leven niet meer verpieteren in Rotterdam. Een week lang droomde ik dus hoe ik weer tot leven zou komen in mijn studio in Amsterdam, die ik efficiënt zou inrichten. In de hoogte werken en lichte kleuren gebruiken, legde google uit.

Een week lang droomde ik van een studio in Amsterdam

Des te groter was de teleurstelling toen ik de studio bezichtigde. Kennelijk was de 27 vierkante meter in de advertentie inclusief balkon en douche gerekend. Het was zó klein dat het meer leek op een veredelde kartonnen doos dan een studio/appartement. Even wilde ik toch ja zeggen, puur uit wanhoop. Gelukkig wees een vriend me erop dat ik in dat hok nóg depressiever – columnisten horen chronisch depressief te zijn – zou worden.

De vooruitzichten zijn niet mals. Mirjam Remie berichtte op 19 april in NRC dat recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam bevestigt dat gentrificatie – een mooi woord voor beleid dat armen wegpest uit de stad – ervoor zorgt dat er straks alleen nog plek is voor rijken. Vergis je niet: onder ‘armen’ vallen ook ‘werkende armen’ zoals ZZP’ers, gezinnen met middeninkomens en anderen die ondanks een baan de opgeblazen huren en biologische koffies niet meer kunnen betalen.

Het kabinet verergert het allemaal, onder andere door de maximale huurverhoging steeds meer op te schroeven, zogenaamd tegen ‘scheefwonen’. Het echte scheefwonen in Nederland bestaat uit mensen die een steeds grotere hap van hun inkomsten kwijt zijn aan woonlasten. Met dertig procent van het besteedbaar inkomen zijn de woonlasten in Europa bijna nergens zo hoog als in Nederland. Ik kan wel schrijven dat het zorgwekkend is dat de totale vermarkting van ons land, inclusief huisvesting, leidt tot een gure samenleving waarin iedereen die niet behoort tot de happy few een marginaal bestaan zal hebben. Maar het lijkt erop dat we ons als maatschappij liever drukker maken om meer urgente zaken zoals hoofddoeken en naveltruitjes.

Daarom blijf ik als werkende arme columnist de Amsterdam dream najagen. Ook al maakt de voortschrijdende gentrificatie van de stad het steeds moeilijker een betaalbare woning te vinden: de open houding en de uitdaging die onze intellectuele enclave te bieden heeft, maken het de moeite waard. En een biologische lunch met speltbrood zonder gluten, gevolgd door een romantische bakfietstrip door het Vondelpark lijkt me ook wel leuk.