Column

Een hoge Citoscore is te koop

Jet Bussemaker wil de citotoets weer zwaarder laten wegen. Die objectiviteit is maar schijn, waarschuwt Christiaan Weijts.

We zouden het haast vergeten, maar de Citotoets is ooit ingevoerd om vooroordelen tegen te gaan, om te voorkomen dat meisjes bijvoorbeeld automatisch naar de huishoudschool gingen. Niet verwonderlijk dus, dat als je die toets minder belangrijk maakt, ook die vooroordelen weer terug zijn.

Zo’n toets was maar een momentopname, klonk het drie jaar geleden, terwijl de leraar een grondiger inzicht had in iemands ontwikkeling. Dus: eerst een schooladvies, daarna pas een toets. En valt die toevallig hoger uit, dan kunnen ouders eventueel bezwaar maken tegen het schooladvies.

En zo sloop de kansenongelijkheid weer binnen. Want vooral bij hoogopgeleide, rijke en blanke ouders werd zo’n schooladvies omhoog bijgesteld, zo blijkt nu, ofwel omdat de leerkrachten onbewust meer vertrouwen in die kinderen hadden, ofwel omdat die ouders met een overtuigende lullepot kwamen.

En dus gaat onderwijsminister Jet Bussemaker de eindtoets weer zwaarder laten wegen. Bij Pauw zei ze dinsdag: „We gaan de Citotoets weer versterken, belangrijker maken ten opzichte van het oordeel van de leraar.”

Dat lijkt een logische reparatie: terug naar een objectief criterium. Het probleem is alleen dat dit allang niet meer zo objectief is. Volgens het rapport dat de kansenongelijkheid signaleerde, De staat van het onderwijs, is die ongelijkheid er ook doordat hogeropgeleide ouders meer investeren in toets- en examentrainingen.

Voor zo’n dertig euro per uur kun je trainingen volgen die je specifiek leren antwoorden op de manier die de Citotoets van je vraagt. Je kunt een hoge Citoscore in zekere zin kópen. Het herinvoeren van de Citoscore als hard selectiemechanisme zal dus naast prestatiedruk en stress weinig opleveren.

Veel zinvoller is een remedie die Bussemaker in hetzelfde programma in een bijzinnetje opperde, en waar ik wat smalende reacties op las: huiswerkbegeleiding bij sportclubs.

Dat leraren geneigd zijn om kinderen uit hogere milieus een hoger schooladvies te geven komt niet alleen door vooroordelen. Het is ook omdat ze de ouders uit hogere milieus meer zien, en dat die thuis actiever betrokken zijn bij het leerproces. Een basisschooldocente vertelde me dat zij vooral bij lagere milieus verontwaardigde reacties krijgt als zij erop aandringt thuis met de kinderen te lezen en de tafels te oefenen. „Dat moet de school toch doen!” Is het vreemd als een leraar dan inschat dat kinderen met zulke ouders het moeilijker zullen krijgen op de middelbare school?

Wil je gelijke kansen creëren, dan moet je die ondersteuning buiten de schoolmuren verbeteren, bijvoorbeeld door gesubsidieerde huiswerkbegeleiding in de lagere milieus, bijvoorbeeld in sportcentra.

De gemeente Antwerpen experimenteert al een tijdje met een ‘burgerbegroting’ waarbij bewoners zelf een miljoen van het gemeentebudget verdelen. Het meeste geld bleken ze deze week te sturen naar huiswerkbegeleiding. De burgers zelf begrijpen het: daar beginnen gelijkere onderwijskansen, en niet bij de schijnobjectiviteit van targets en toetscijfers.